Short Reads

Afdeling oordeelt: omwonenden kunnen op grond van het relativiteitsvereiste niet het gebrek aan financieel-economische uitvoerbaarheid met een beroep op het staatssteunrecht onderbouwen

Afdeling oordeelt: omwonenden kunnen op grond van het relativiteitsvereiste niet het gebrek aan financieel-economische uitvoerbaarheid met een beroep op het staatssteunrecht onderbouwen

Afdeling oordeelt: omwonenden kunnen op grond van het relativiteitsvereiste niet het gebrek aan financieel-economische uitvoerbaarheid met een beroep op het staatssteunrecht onderbouwen

03.01.2017 NL law

Een belanghebbende die zich vanwege het relativiteitsvereiste uit artikel 8:69a Awb niet kan beroepen op schending van het staatssteunrecht, kan zich daar evenmin op beroepen in het kader van de financieel-economisch uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Dit volgt uit een opmerkelijke uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State ("Afdeling") van 2 november 2016.

De casus

Om de parkeerproblematiek rondom de lokale Coöp supermarkt aan te pakken, stelt de gemeenteraad van Ameland het bestemmingsplan "De Hagen Hollum" vast. Het plan voorziet in uitbreiding van het parkeerterrein. De bedoeling is om de gronden waarop de uitbreiding is voorzien na herinrichting te verkopen aan de Coöp supermarkt. Volgens enkele omwonenden wordt de grond echter voor zo'n lage prijs aan Coöp verkocht dat sprake is van staatssteun, waarvan de Europese Commissie nog op de hoogte moet worden gebracht. Gevolg hiervan is dat de grondtransactie niet kan plaatsvinden voordat de Europese Commissie deze goedkeurt.

Staatssteun en bestemmingsplannen

Artikel 107, eerste lid van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ("VWEU") in combinatie met artikel 108, derde lid mag staatssteun in beginsel pas verstrekt worden na aanmelding bij en goedkeuring door de Europese Commissie.

Het is vaste jurisprudentie dat de vraag of sprake is van (onrechtmatige) staatssteun in een bestemmingsplanprocedure slechts aan de orde kan komen in het kader van de vraag of de staatssteun mogelijk een beletsel vormt voor de financieel-economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid, aanhef en onder f van het Besluit ruimtelijke ordening ("Bro"). De reden daarvan is dat in een dergelijke procedure uitsluitend de ruimtelijke effecten van het bestemmingsplan (kunnen) worden beoordeeld. De vraag of sprake is van staatssteun is daarvoor op zichzelf niet relevant.

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie o.a. ECLI:NL:RVS:2013:BZ2265) kunnen uitsluitend concurrenten van de gesteunde entiteit en justitiabelen die zijn onderworpen aan een heffing die integraal deel uitmaakt van de steunmaatregel zich voor de nationale rechter beroepen op het staatssteunrecht. Beroepen van andere groepen belanghebbenden stranden op het relativiteitsvereiste uit artikel 8:69a Awb. Op grond van dat artikel vernietigt de bestuursrechter een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een bepaalde geschreven of ongeschreven rechtsnorm indien deze norm kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich op die regel beroept.

In beginsel mogen omwonenden (niet-concurrenten) wel een beroep doen op de financieel-economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Dit aangezien zij een belang erbij hebben om niet geconfronteerd te worden met de nadelige ruimtelijke gevolgen van een niet uitvoerbaar plan (ABRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2296; ABRvS 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:96 en ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2975). De vraag of het relativiteitsvereiste ook moet worden tegengeworpen aan omwonenden die met een beroep op het staatssteunrecht de financieel-economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan betwisten, was nog niet door de Afdeling beantwoord. Tot nu.

Uitspraak Afdeling

De Afdeling stelt eerst vast dat appellanten geen concurrenten zijn en ook niet aan een heffing zijn onderworpen die integrerend onderdeel uitmaakt van de steunmaatregel, maar dat zij uitsluitend beroep hebben ingesteld in hun hoedanigheid van omwonenden en/of grondeigenaren en zich in die hoedanigheid niet met succes op het staatssteunrecht kunnen beroepen.

Vervolgens overweegt de Afdeling dat het relativiteitsvereiste met zich brengt dat belanghebbenden die zich niet kunnen beroepen op artikel 108, derde lid, van het VWEU omdat die bepaling kennelijk niet strekt tot bescherming van hun belangen, evenmin schending van dat artikel ten grondslag kunnen leggen aan hun betoog dat het bestemmingsplan financieel-economisch niet uitvoerbaar is. Hiermee kon het staatssteunargument van appellanten ook niet via de band van de financieel-economische uitvoerbaarheid aan bod komen.

Observaties

Als een beroep op het staatssteunrecht stuit op het relativiteitsvereiste kan het evenmin via de band van de financieel-economische uitvoerbaarheid gepresenteerd worden. Dat is toch opmerkelijk. In eerdere jurisprudentie heeft de Afdeling juist expliciet overwogen dat het onderzoek naar de financieel-economische uitvoerbaarheid van een plan er mede toe strekt om omwonenden te beschermen tegen de ruimtelijke gevolgen van niet-uitvoerbare plannen.

Indien onrechtmatige staatssteun verstrekt wordt (aan bijvoorbeeld een projectontwikkelaar) kan dit grote gevolgen hebben voor de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan. Concurrenten van de staatssteunontvanger kunnen de nationale (civiele) rechter vragen om verlening van de steun te stoppen. Ook kan de Europese Commissie terugvordering van staatssteun met rente bevelen. In beide gevallen kan een situatie ontstaan dat een plan niet binnen een tijdsbestek tien jaar verwezenlijkt kan worden. Ook is het mogelijk dat de onderneming in kwestie door de terugvordering van de staatssteun failliet gaat waardoor een verwezenlijkt plan (bijvoorbeeld een parkeerterrein) niet meer nodig is.

De schending van het staatssteunrecht kan dus grote negatieve planologische gevolgen hebben. Als de Afdeling erkent dat omwonenden belang hebben bij het voorkomen van deze gevolgen, dan ligt het in de rede om hen toe te staan om het ontbreken van financieel-economische uitvoerbaarheid te onderbouwen met een beroep op het staatssteunrecht.

Team

Related news

06.12.2018 NL law
Informatieplicht voor energiebesparende maatregelen: uiterlijk op 1 juli 2019 rapporteren

Short Reads - Het was al aangekondigd: een informatieplicht voor in de inrichting getroffen energiebesparende maatregelen. Wij schreven eerder een blog bij het voornemen van de minister hiertoe. Die informatieplicht komt er nu dan toch echt aan: op 3 oktober 2018 stuurde de minister van Economische Zaken ("de minister") het Besluit tot wijziging van het Activiteitenbesluit Milieubeheer in verband met de informatieplicht voor energiebesparende maatregelen naar de Tweede Kamer.

Read more

06.12.2018 NL law
FAQ: gemeentelijke milieuzones en de harmonisatie ervan

Short Reads - In dit blogbericht uit de FAQ-serie staan de milieuzones centraal. We leggen uit wat milieuzones zijn, hoe de milieuzones in Nederland zijn geregeld en hoe het nieuwe beleid voor de harmonisatie van de milieuzones eruit ziet. We doen de aanbeveling om de gemeentelijke milieuzones op een centrale plek te ontsluiten, zodat voor iedereen inzichtelijk is waar milieuzones zijn en welke regels daar gelden voor welke voertuigen.

Read more

13.12.2018 BE law
Bushalte zonder vergunning en veranda zonder architect: valt uw project ook onder de nieuwe regels?

Articles - De Vlaamse Regering voert aanpassingen door aan de vrijgestelde handelingen, handelingen van openbaar belang, vergunningsplichtige functiewijzigingen en handelingen vrijgesteld van de medewerking van een architect. Onder meer wat betreft vrijstellingen en medewerking van een architect, wijzigt er toch wel wat.

Read more

03.12.2018 NL law
Heeft de Klimaatwet toegevoegde waarde naast de Omgevingswet en het Klimaatakkoord?

Articles - De ontwikkelingen rondom het klimaat zijn volop in gang in Nederland. Voor het eerst is een meer ambitieuze klimaatparagraaf opgenomen in een regeerakkoord. Verschillende partijen (overheden, bedrijven, ngo’s) uit vijf sectoren zitten momenteel met elkaar om de klimaattafel om concrete maatregelen vast te leggen in een “Klimaatakkoord”. Ook ligt er sinds kort een voorstel voor een Klimaatwet op tafel waar nagenoeg alle politieke partijen in de Tweede Kamer hun handtekening onder hebben gezet.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring