Short Reads

Wetsvoorstel afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen: hoe nu verder met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan?

Wetsvoorstel afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen: hoe

Wetsvoorstel afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen: hoe nu verder met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan?

14.02.2017 NL law

Op 26 januari 2017 heeft Minister Schultz van Haegen een wetsvoorstel ingediend dat voorziet in de afschaffing van de actualiseringsplicht voor bestemmingsplannen die elektronisch raadpleegbaar zijn (op ruimtelijkeplannen.nl). Opmerkelijk is dat in de toelichting op het voorstel geen woord is gewijd aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Voor gemeenten gaat dit nog een puzzeltje opleveren, als de minister niet op een aantal punten extra duidelijkheid verschaft.

Het wetsvoorstel

De Minister stelt voor om de leden 2, 4 en 5 van artikel 3.1 Wro niet van toepassing te laten zijn op – kort gezegd – digitale bestemmingsplannen. Dat betekent dat de verplichting om een bestemmingsplan binnen een periode van tien jaar telkens opnieuw vast te stellen vervalt (lid 2). Ook de gevolgen van het niet voldoen aan de actualiseringsplicht, zoals het verval van de bevoegdheid tot invordering van leges (lid 4) en de publicatieplicht van de termijnoverschrijding (lid 5) vervallen.

In de (hele korte) memorie van toelichting geeft de minister twee argumenten voor het wetsvoorstel. Ten eerste wordt hiermee geanticipeerd op de Omgevingswet. Voor het omgevingsplan zal namelijk ook geen actualiseringsplicht meer gelden. Ten tweede maakt het wetsvoorstel capaciteit vrij bij gemeenten. De tijd die zij nu niet meer hoeven te besteden aan het opnieuw vaststellen van een bestemmingsplan kan worden ingezet voor het opstellen van een omgevingsplan. Blijkens de toelichting wordt het wetsvoorstel onderschreven door de VNG en het IPO.

De uitvoerbaarheidstoets

Het wetsvoorstel voorziet niet in een wijziging van artikel 3.1.6 lid 1 sub f Bro. Hierin is bepaald dat de toelichting op het bestemmingsplan de inzichten bevat over de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Volgens de Afdeling strekt deze bepaling er mede toe te voorkomen dat belanghebbenden worden geconfronteerd met de nadelige ruimtelijke gevolgen van een bestemming die niet uitvoerbaar is. De relatie met de planperiode legt de Afdeling in de volgende standaardoverweging: “In het kader van een beroep tegen een bestemmingsplan kan een betoog dat ziet op de uitvoerbaarheid van dat plan, waaronder ook de financieel-economische uitvoerbaarheid is begrepen, slechts leiden tot vernietiging van het bestreden besluit indien en voor zover het aangevoerde leidt tot de conclusie dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het plan niet kan worden uitgevoerd binnen een periode van in beginsel tien jaar.” De Afdelingsuitspraak van 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3386, is een goed voorbeeld hiervan.

Consequenties van het wetsvoorstel voor de uitvoerbaarheidstoets

Wat betekent het wetsvoorstel nu voor deze rechtspraak? De Minister maakt hier verder geen woorden aan vuil, in de toelichting is er niets over te vinden. Ook de Afdeling advisering van de Raad van State lijkt hieraan geen aandacht te hebben besteed. Daarom waag ik zelf maar eens een poging.

Voor digitale plannen vervalt de actualiseringsplicht en zal er dus geen sprake meer zijn van een planperiode van 10 jaar. De Afdeling zal haar standaardoverweging dan als volgt kunnen aanpassen: “In het kader van een beroep tegen een bestemmingsplan kan een betoog dat ziet op de uitvoerbaarheid van dat plan, waaronder ook de financieel-economische uitvoerbaarheid is begrepen, slechts leiden tot vernietiging van het bestreden besluit indien en voor zover het aangevoerde leidt tot de conclusie dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het plan niet kan worden uitgevoerd.” Dat lijkt misschien een klein verschil, de schijn bedriegt. Ter vergelijking: het is een wezenlijk verschil of ik u beloof uw fiets, die ik leen, binnen een week terug te geven of beloof dat ooit te zullen doen. Het ligt dan ook voor de hand dat de Afdeling het niet voldoende zal vinden dat het plan ‘ooit’ kan worden uitgevoerd. Immers, dan zou de strekking van de bepaling (het voorkomen dat belanghebbenden worden geconfronteerd met een bestemming die niet uitvoerbaar is) wel erg onder druk komen te staan.

Het ligt dus voor de hand dat de Afdeling bij de uitvoerbaarheidstoets een ‘redelijke termijn’ voor de uitvoerbaarheid zal gaan hanteren. Dat wordt ook verwacht voor de ‘onuitvoerbaarheidstoets’ van de Omgevingswet; zie daarover J.R. Van Angeren, TO 2016, nr. 1/2, p. 16-17. Of dit nu een verbetering is voor gemeenten valt te betwijfelen. In elk geval zal er een tijdlang rechtsonzekerheid bestaan over hoe nu invulling gegeven moet gaan worden aan artikel 3.1.6 lid 1 sub f Bro. Deze conclusie is ook al eerder getrokken voor het omgevingsplan. Daarom zou het goed zijn als de minister zowel voor het hier besproken wetsvoorstel als voor het omgevingsplan duidelijk maakt wat van gemeenten op dit punt wat haar betreft nu precies wordt verwacht. En dan is het vervolgens aan de Kamers om, als volksvertegenwoordiging, ervoor te waken dat de rechtszekerheid van burgers niet al te zeer in het gedrang komt.

Wet voorkeursrecht gemeenten

De Minister gaat in de toelichting op het wetsvoorstel evenmin in op de wettelijke instrumenten ter uitvoering van het bestemmingsplan. In de wet voorkeursrecht gemeenten echter, heeft wel afstemming plaatsgevonden met de planperiode van 10 jaar. Artikel 9 lid 1 Wvg bepaalt namelijk dat een aanwijzing van rechtswege vervalt tien jaar na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Daarna geldt een verbod op hervestiging van een voorkeursrecht voor een periode van twee jaar, het zogenaamde repeteerverbod van artikel 9c. Met de vervaltermijn van tien jaar beoogt de wetgever een actieve uitvoering van het bestemmingsplan te bevorderen. Hoe staat het nu met deze bepaling als de wet afschaffing actualiseringsplicht is ingevoerd? Heeft de Minister er bewust voor gekozen deze bepaling te handhaven ten behoeve van de rechtszekerheid van de grondeigenaren, of is zij eenvoudigweg over het hoofd gezien? Ook hier zou het goed zijn als de minister extra duidelijkheid verschaft, inclusief een vooruitblik naar het vestigen van voorkeursrechten onder de Omgevingswet.

Related news

24.01.2020 NL law
Can the government refrain from imposing enforcement measures if it is not within the offender’s power to comply with a standard?

Short Reads - What should be done if a stakeholder makes a request to the government for enforcement to rectify violations in a scenario where the offender does not have full power to comply because of a reliance on third parties? The Administrative Division of the Dutch Council of State ruled on 23 January 2019 that an administrative body cannot simply reject an enforcement request in such a situation, but must consider whether, for example, the imposition of an order subject to a penalty payment may provide an incentive for the actual termination of the violation.

Read more

16.01.2020 NL law
De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen: voertuigen van een bepaald jaar weren is mogelijk bij ontbreken van een redelijk alternatief

Short Reads - ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3865 Deze blog is het vierde deel in een reeks Stibbeblogs over gemeentelijke milieuzones. In 2017 oordeelde de Afdeling over de milieuzone voor personen- en bestelauto’s met dieselmotoren in Utrecht. In 2018 presenteerde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat haar beleid voor harmonisatie van uiteenlopende gemeentelijke milieuzones. Een jaar geleden maakten wij in een FAQ de balans op over de harmonisatie van milieuzones.

Read more

20.01.2020 NL law
Planologische medewerking mag worden geweigerd als initiatiefnemer zich in strijd met gemeentelijk beleid onvoldoende heeft ingespannen voor draagvlak

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4209) overwogen dat een bestuursorgaan geen planologische medewerking hoeft te verlenen aan de wijziging van een bestemmingsplan als de aanvrager zich niet heeft ingespannen om maatschappelijk draagvlak te creëren.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring