Articles

Project-MER voor omgevingsvergunningen anno 2017

Project-MER en omgevingsvergunningsdecreet: de geïntegreerde procedure

Project-MER voor omgevingsvergunningen anno 2017

17.02.2017 BE law

Het Vlaamse omgevingsvergunningsdecreet vereenvoudigt de vergunningsprocedure. Specifiek voor aanvraag die een milieueffectrapport ("project-MER") vereist, zal een “geïntegreerde procedure” gelden. Maar wat wijzigt nu precies? En waar liggen de verplichtingen en voordelen voor u? We lijsten de voornaamste punten op.

Op 23 februari 2017 doet de Vlaamse omgevingsvergunning zijn langverwachte intrede. Eén van de vele aspecten waar het Omgevingsvergunningsdecreet verandering in zal brengen, is de procedure voor de milieueffectenrapportage (project-MER). Een “geïntegreerde procedure” voegt de project-MER-procedure gedeeltelijk met de omgevingsvergunningsprocedure samen. 

Huidige project-MER-praktijk

Bij elk vergunningsplichtig project, rijst de vraag of de aanvrager al dan niet een project-MER moet opmaken. Een project-MER onderzoekt de milieueffecten van een project. Deze verplichting vloeit voort uit internationale en Europeesrechtelijke verplichtingen.

In Vlaanderen is steeds vooraf een goedkeuring van een project-MER nodig. Die goedkeuring gebeurt door de dienst Mer. Enkel met een goedgekeurd project-MER, kan u als aanvrager een vergunningsaanvraag bij de bevoegde instantie indienen. Daarna doorloopt de aanvraag de hele aanvraagprocedure. Dat project-MER en vergunningsprocedure afzonderlijk verlopen, zorgt voor redelijk wat tijdsdruk.

Bovendien is de project-MER-procedure niet altijd te verzoenen met de specifieke noden van het project. Zowel grote als kleine projecten kunnen project-MER-plichtig zijn, wat niet wegneemt dat deze elk hun eigen, vaak zeer verschillende aandachtspunten hebben.

Vanaf 23 februari: een ommezwaai

Het omgevingsvergunningsdecreet geeft gehoor aan de vermelde tekortkomingen met de “geïntegreerde MER-procedure”. Vanaf 23 februari 2017 hoeft u als aanvrager niet langer over een goedgekeurd project-MER te beschikken vooraleer u een omgevingsvergunningsaanvraag indient.

Ook versnelt en versoepelt de procedure: 

  • een aanmelding vervangt de thans geldende uitgebreidere kennisgevingsprocedure; 
  • de dienst Mer zal zich niet meer telkens, maar enkel nog op verzoek van de initiatiefnemer, uitspreken over de inhoudsafbakening van uw project.

De geïntegreerde procedure: wat moet en wat kan?

Aanmelding

Voortaan moet u uw voornemen om een project-MER op te stellen, melden aan de dienst Mer. Deze aanmelding moet gebeuren voorafgaand aan uw vergunningsaanvraag en is voor alle projecten verplicht.

In uw aanmelding neemt u verplicht een aantal gegevens op (o.a. een beschrijving het project en de overwogen alternatieven, de te onderzoeken mogelijke aanzienlijke effecten, het voorstel van MER-deskundigen, het participatietraject). Om flexibiliteit te garanderen, kan u ook bijkomende gegevens toevoegen. 

Samen met u aanmelding kunt u:

  • de dienst Mer verzoeken om een scopingadvies over de inhoud van uw aanmelding;
  • zowel een eerste ruw ontwerp als een volledig uitgewerkt ontwerp van project-MER toevoegen;
  • het voornemen van een openbare raadpleging van de aanmelding of het ontwerp van project-MER bekend maken (niet verplicht, maar lijkt wel aangewezen bij projecten met een zekere omvang);
  • verzoeken om delen of het geheel van uw aanmelding uit de bekendmaking van de aanmelding te onttrekken.

Vervolgens beslist de dienst Mer over uw aanmelding. De aanmeldingsdocumenten worden daarna bekend gemaakt, tenzij een onttrekking van de bekendmaking is toegestaan.

Ook kan u desgewenst overleggen met de dient Mer of adviesinstanties alvorens de eigenlijke opmaak van het MER start.

Opmaak van het project-MER

Bij de eigenlijke opmaak van het ontwerp-MER houdt u rekening met de aanmelding, en – indien van toepassing – met het scopingadvies. Het ontwerp-MER maakt deel uit van de vergunningsaanvraag.

Voorafgaand aan uw vergunningsaanvraag kan u de dienst Mer verzoeken uw ontwerp-MER voorlopig goed te keuren. Deze voorlopige goedkeuring heeft als voordeel dat het ontwerp-MER tijdens de vergunningsaanvraag enkel nog kan worden afgekeurd op grond van nieuwe informatie die volgt uit het openbaar onderzoek of uit adviezen. De voorlopige goedkeuring is nuttig maar geenszins verplicht om een vergunningsaanvraag te kunnen indienen.

Belangrijk is ook dat de inhoud van de milieueffectrapportage is uitgebreid. Ook de bescherming van de biodiversiteit, de klimaatverandering, en risico's op ongevallen en rampen behoren nu tot de verplichte inhoud van een project-MER.

Vergunningsprocedure

Een omgevingsvergunningsaanvraag bevat een ontwerp-MER. Vanaf dan loopt de vergunningsprocedure in grote lijnen als volgt:

  • het openbaar onderzoek voor het ontwerp-MER loopt samen met het openbaar onderzoek voor de vergunningsaanvraag;
  • na het openbaar onderzoek en de adviesronde beoordeelt de dienst Mer het ontwerp-MER inhoudelijk, met als resultaat een project-MER-verslag en de goed- of afkeuring van het project-MER;
  • de dienst Mer stuurt de beslissing over het project-MER naar het vergunningverlenend bestuur;
  • het vergunningverlenend bestuur moet bij de aanvraag rekening houden met de beslissing van de dienst Mer en een gemotiveerde conclusie nemen over de mogelijke aanzienlijke effecten op het milieu;
  • de afkeuring van het ontwerp-MER heeft van rechtswege het einde van de vergunningsprocedure tot gevolg. 

Ontheffing en MER-screening

Hiervoor bleek al dat de MER-procedure aardig wijzigt. Nochtans zijn niet alle aspecten van de ‘oude procedure’ verdwenen:

  • de ontheffing: nog steeds zal de initiatiefnemer van een project voorafgaand aan de vergunningsprocedure een beslissing van de dienst Mer moeten verkrijgen over het voorgelegde gemotiveerd verzoek tot ontheffing;
  • de MER-screening: deze procedure was reeds in de vergunningsprocedure geïntegreerd, waardoor ook hier niet meteen grote wijzigingen voorzien zijn.

Wel wijzigen een aantal aspecten van de screenings/ontheffingsbeslissing om tegemoet te komen aan Europese regels:

  • zowel wanneer geen negatieve milieueffecten te verwachten zijn, als wanneer er wel aanzienlijke negatieve milieueffecten te verwachten zijn, moet de bevoegde overheid een hierover een gemotiveerde beslissing nemen;
  • de toetsingcriteria voor een vergunningsaanvraag worden uitgebreid. 

Tot slot

Het mag duidelijk zijn dat de nieuwe project-MER-procedure een initiatiefnemer toelaat om een project-MER op maat op te stellen. Naargelang de specifieke behoeften van uw project kunt u er voor opteren om dan wel of niet te kiezen voor veel overleg, aanpassingen en inspraak.

Het departement Leefmilieu, Natuur en Energie maakte alvast een handig overzicht van de te volgen stappen en mogelijke trajecten inzake de MER-procedure voorafgaand  aan uw vergunningsaanvraag.

Deze handleiding treft u hier.

Voor verdere informatie, contacteer ons gerust.

 

Dit artikel is mede geschreven door Emma Holleman in haar hoedanigheid van medewerker bij Stibbe.

Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze publicatie werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze publicatie bevat. De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevat geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze publicatie zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Stibbe is niet aansprakelijk voor eventuele acties of beslissingen die door de lezer zijn genomen na lezen van de publicatie. Het raadplegen van deze publicatie doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze publicatie dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden.

Team

Related news

18.07.2019 NL law
Geen concessieovereenkomst, geen inhouse-gunning OV-diensten aan interne exploitant op grond van de PSO-verordening

Short Reads - Het Hof van Justitie ("Hof") oordeelde onlangs in twee arresten ("Arrest I" en "Arrest II") dat artikel 5 lid 2 PSO-Verordening ("PSO") niet van toepassing is op de onderhandse gunning van opdrachten voor busdiensten die niet de vorm aannemen van een concessieovereenkomst. Artikel 5 lid 2 PSO bevat de voorwaarden voor onderhandse gunning van openbaredienstcontracten aan interne exploitanten.

Read more

11.07.2019 NL law
Niet nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit kan leiden tot een kennelijk gegrond beroep en een 'kale vernietiging'

Short Reads - Een hard gelag voor de gemeenteraad van Rotterdam en de ontwikkelaar: bij uitspraak van 9 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2298, verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep tegen het bestemmingsplan "De Nieuwe Wielewaal" zonder zitting kennelijk gegrond wegens het ontbreken van een m.e.r.-beoordelingsbesluit en vanwege een gebrekkige vormvrije m.e.r.-beoordeling. De sloop van 545 woningen en de nieuwbouw van 675 woningen lopen hierdoor grote vertraging op, omdat het bestemmingsplan eerst weer in ontwerp ter inzage moet worden gelegd.

Read more

17.07.2019 BE law
EU Single-Use Plastics Directive is now in force: brief recap

Articles - Plastic is a significant and growing global concern. A recent study commissioned by WWF and carried out by the University of Newcastle, Australia, suggests that people are consuming around 2,000 tiny pieces of plastic every week (which is approximately 5 grams of plastic, the weight of a credit card).  In this context, the EU adopted a new directive aiming at tackling marine litter generated from 10 single-use plastic products and from abandoned fishing gear and oxo-degradable plastics. This is called the Single-Use Plastics Directive and has entered into force this month, on 2 July 2019.

Read more

11.07.2019 NL law
Monitor Wind op Land 2018: Doelstelling voor 2020 naar verwachting niet gehaald, optimistisch over opgesteld vermogen in 2023

Short Reads - De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) stuurde op 28 juni 2019 de Monitor Wind op Land 2018 ("Monitor") naar de Tweede Kamer vergezeld van een kamerbrief. In de Monitor concludeert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat de doelstelling uit het Energieakkoord van 6.000 Megawatt (MW) aan opgesteld vermogen windenergie op land in 2020 naar verwachting niet zal worden gehaald. In dit blog zetten wij de aandachtspunten uit de Monitor op een rij.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring