Short Reads

Hoge Raad: formele rechtskracht staat in de weg aan teruggave rijbewijs na onterecht opgelegd alcoholslot

Hoge Raad: formele rechtskracht staat in de weg aan teruggave rijbewijs na onterecht opgelegd alcoholslot

Hoge Raad: formele rechtskracht staat in de weg aan teruggave rijbewijs na onterecht opgelegd alcoholslot

22.02.2017 NL law

In een arrest van de Hoge Raad van 20 januari 2017 doen verweerders een dappere poging om de formele rechtskracht te doorbreken. Helaas voor hen zonder succes: nu het besluit tot oplegging van het alcoholslotprogramma en invordering van het rijbewijs onherroepelijk is, slaagt de vordering tot teruggave van het rijbewijs niet.

Achtergrond: alcoholslotprogramma in strijd met beginselen van ne bis in idem en evenredigheid

In maart 2015 sprak zowel de Hoge Raad als de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ("Afdeling") een oordeel uit over het alcoholslotprogramma ("ASP"). De strafkamer van de Hoge Raad overwoog dat strafvervolging nadat iemand ook onherroepelijk de verplichting tot deelname aan het ASP is opgelegd, in strijd is met het ne bis in idem-beginsel, dat wil zeggen dat iemand niet twee maal kan worden vervolgd en bestraft voor het begaan van hetzelfde feit. Eén dag later verklaarde de Afdeling de wettelijke grondslag van het ASP onverbindend wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel. Beide hoogste rechters benadrukten dat hun uitspraak geen gevolgen zou hebben voor reeds afgedane zaken. De grondslag voor het ASP is als gevolg van de uitspraken komen te vervallen.

Het onderhavige arrest: burgerlijke rechter niet bevoegd te oordelen over vordering tot teruggave rijbewijs

Als gevolg van rijden onder invloed zijn verweerders hun rijbewijs kwijtgeraakt, is aan hen de verplichting tot deelname aan het ASP opgelegd en zijn zij daarnaast ook nog strafrechtelijk vervolgd. Verweerders hebben geen bezwaar gemaakt tegen de desbetreffende besluiten en evenmin hebben zij een rechtsmiddel aangewend tegen de strafbeschikkingen. Dat leek gelet op bestendige jurisprudentie in die bewuste tijd immers niet zinvol.

In het civiele kort geding dat de opmaat vormt voor het onderhavige Hoge Raad arrest vorderen verweerders – kort gezegd – hun rijbewijs terug, zonder oplegging van het ASP. Aan deze vordering hebben zij ten grondslag gelegd dat de formele rechtskracht moet worden doorbroken, gelet op de uitspraken van de Hoge Raad en de Afdeling in maart 2015 en de huidige situatie van verweerders die "schrijnend is en dermate klemmend dat het laten voortduren van het ASP voor hen evident onevenredig en onrechtmatig is".

De Hoge Raad volgt – anders dan het gerechtshof – het betoog niet en overweegt daartoe als volgt. De beslissingen van het CBR om het ASP op te leggen en het rijbewijs ongeldig te verklaren leveren een besluit op als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht ("Awb"). Dit betekent dat niet de burgerlijke rechter, maar de bestuursrechter bevoegd is haar oordeel te geven over de (on)rechtmatigheid van de beslissing van het CBR. De belanghebbende die tegen een besluit opkomt bij de burgerlijke rechter wordt – tenzij de rechtsbescherming bij de bestuursrechter tekortschiet – niet-ontvankelijk verklaard.

In feite vorderen verweerders van het CBR om terug te komen van de eerdere beslissingen. Dit levert een besluit op in de zin van de Awb, waarover de bestuursrechter bevoegd is te beslissen. Nu verweerders niet hebben aangetoond dat de rechtsbescherming bij de bestuursrechter tekort zou hebben geschoten, zijn zij niet-ontvankelijk in hun vordering.

Observaties: tijd om inzet formele rechtskracht te herzien?

Formele rechtskracht houdt in dat de burgerlijke rechter uitgaat van de rechtmatigheid van een besluit, indien dit besluit niet is aangevochten bij de bestuursrechter, óók wanneer vaststaat dat indien tijdig beroep zou zijn ingesteld, het besluit zou zijn vernietigd. De wortels van deze gedachte zijn gelegen in de bevoegdheidsverdeling tussen de burgerlijke- en de bestuursrechter en de daarmee gepaard gaande rechtszekerheid voor betrokkenen.

In onderhavig arrest krijgen verweerders de formele rechtskracht van de besluiten van het CBR tegengeworpen: zij hebben geen bezwaar gemaakt, waardoor de burgerlijke rechter de besluiten voor rechtmatig houdt. En dat terwijl de besluiten onmiskenbaar onrechtmatig zijn; namelijk in strijd met het ne bis in idem-beginsel en het evenredigheidsbeginsel.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de uitkomst van het arrest de discussie over "onze" strikt formele opvattingen over de formele rechtskracht opnieuw doet oplaaien. Zo schrijft Drion (NJB 2017/308, afl. 6) dat dergelijke beslissingen "ertoe leiden dat mensen gedwongen worden om in twijfelgevallen maar bestuursrechtelijk met hagel te gaan schieten, om te vermijden dat rechten definitief verloren gaan. De rechtsbeschermingsgedachte die aan de oorsprong van de bestuursrechtelijke rechtsgang staat, is zo doende voor dit soort gevallen in haar tegendeel te komen verkeren."

Drion doet een voorstel waarin ondergetekenden zich geheel kunnen vinden. Wat hem betreft moet óf de burgerlijke rechter zijn rol als restrechter teruhgnemen in de situatie dat het aanwenden van bestuursrechtelijke rechtsmiddelen in de omstandigheden van het geval redelijkerwijs niet kon worden gevergd, óf de wetgever moet met een oplossing komen.

Nog beter zou natuurlijk zijn wanneer het CBR bereid zou zijn de besluiten op verzoek te herzien, ondanks het feit dat het daartoe strikt genomen niet verplicht is (zie daarover de bijdrage 'Alcoholslot exit', NJB 2015/543). Hoe dan ook, de gekozen oplossing zal even dapper zijn als de poging van verweerders in deze zaak.

Team

Related news

12.02.2020 NL law
Het oproepen en horen van getuigen in het bestuursrecht: hoe zit het ook al weer?

Short Reads - Het oproepen van getuigen en het horen daarvan ter zitting door de bestuursrechter heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 15 november 2019 overzichtelijk in kaart gebracht. Dat arrest, dat door de belastingkamer in een bestuurlijke boetezaak is gewezen, is ook voor andere terreinen van het bestuursrecht van belang. Mede ook omdat het horen van getuigen buiten het fiscale bestuursrecht nog in de kinderschoenen staat. In dit bericht bespreken we daarom de mogelijkheden die er bestaan om getuigen te (laten) oproepen en hoe de bestuursrechter daarmee moet omgaan.

Read more

07.02.2020 BE law
Het finale Belgische ‘nationaal energie- en klimaatplan’ en de Belgische langetermijnstrategie: het geduld van de Commissie op de proef gesteld?

Articles - Op 31 december 2019 diende België, nog net op tijd, zijn definitieve nationaal energie- en klimaatplan (NEKP) in bij de Commissie. Het staat nu al vast dat het Belgische NEKP niet op applaus zal worden onthaald door de Commissie. Verder laat ook de Belgische langetermijnstrategie op zich wachten. Wat zijn de gevolgen?

Read more

12.02.2020 NL law
Omgevingsrecht en mobiliteit: hoe werkt het afwijken van parkeernormen in bestemmingsplannen?

Short Reads - Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, Bro kan een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Van deze mogelijkheid maken gemeenteraden in hun bestemmingsplannen vaak gebruik als het gaat om parkeernormen

Read more

06.02.2020 BE law
“Eindelijk” een modernisering van het goederenrecht: de praktische impact op de juridische structurering van vastgoedprojecten

Articles - De juridische structurering van vastgoedprojecten verloopt vandaag nog steeds langs de krijtlijnen zoals in 1804 uiteengezet door de Napoleontische wetgever in het Burgerlijk Wetboek, aangevuld met bijzondere wetten (waarvan best gekend de wetten van 10 januari 1824 over het recht van opstal en het recht van erfpacht, resp. “Opstalwet” en “Erfpachtwet”). Thans – bijna 200 jaar later –  is een nieuw Burgerlijk Wetboek in opmaak.

Read more

12.02.2020 NL law
Van inspraakverordening naar participatieverordening op decentraal niveau

Short Reads - De regering stelt voor om de reikwijdte van de decentrale inspraakverordeningen te vergroten naar de uitvoering en evaluatie van decentraal beleid. Dat staat in een conceptwetsvoorstel dat op 9 december 2019 ter internetconsultatie is voorgelegd. Het conceptwetsvoorstel beoogt een wijziging van onder meer de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet.

Read more

06.02.2020 NL law
Wet zorgplicht kinderarbeid gepubliceerd in het Staatsblad

Short Reads - Op 13 november 2019 is de Wet zorgplicht kinderarbeid in het Staatsblad gepubliceerd. Op grond van deze wet geldt voor elke onderneming die aan Nederlandse eindgebruikers goederen verkoopt of diensten levert dat gepaste zorgvuldigheid moet worden betracht om te voorkomen dat die goederen en/of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Het is nog niet bekend wanneer de wet in werking zal treden.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring