Short Reads

De verstadstatelijking van Nederland

De verstadstatelijking van Nederland

De verstadstatelijking van Nederland

02.02.2017 NL law

Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Dat staatsrechtelijke ordeningsprincipe impliceert een zekere spanning tussen de centrale overheid en de decentrale overheden, met name gemeenten. Discussies daarover zijn er altijd geweest, maar een aantal ontwikkelingen maakt extra aandacht voor de verhouding centraal en decentraal urgent.

Enerzijds is er sprake van voortschrijdende Europeanisering en globalisering. Regelgeving op veel terreinen komt op Europees of zelfs wereldniveau tot stand. Dit mede in het licht van het vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal en meer in het algemeen het streven naar vrijhandel.

Anderzijds en mede als een reactie daarop ontwikkelen steden zich in een globaliserende samenleving steeds meer als entiteiten waarmee burgers zich – in tegenstelling tot de centrale of Europese overheden – goed kunnen identificeren. Entiteiten die meer dan deze andere overheden slagvaardig kunnen optreden en bovendien toegespitst op lokale omstandigheden. Zij maken in dat verband veel gebruik van hun autonome bevoegdheid om verordeningen vast te stellen. Lokale overheden worden daarbij steeds assertiever. Zo is er onlangs onder veel belangstelling zelfs een Global Parliament of Mayors opgericht dat zich onder meer richt op klimaatverandering, migratie, ongelijkheid en veiligheid.

Tussen dit Europese c.q. globale en het lokale niveau bevindt zich de rijksoverheid. Deze streeft mede uit bezuinigingsmotieven decentralisatie na en legt veel taken bij gemeenten neer. Denk aan de jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Gemeenten voeren deze taken in opdracht van het Rijk (in medebewind) uit en krijgen daarbij veel beleidsvrijheid. Ook is er sprake van het uitbreiden van de mogelijkheden van gemeenten om eigen belastingen te heffen.

We zien kortom dat de positie van gemeenten aan belang wint en dat zij op een groot aantal terreinen (beleids)regelgeving kunnen vaststellen die alleen geldt voor hun eigen grondgebied. Zo kennen diverse steden, waaronder Utrecht, speciale milieuzones op basis waarvan het bepaalde typen vervuilende voertuigen niet meer is toegestaan (binnen)steden in te rijden. Weer andere steden kiezen voor specifieke vuurwerkverboden of een helmplicht voor snorfietsen. Hoewel van een iets andere orde kan in dit rijtje ook worden genoemd de praktijk van sommige gemeenten om de handhaving van het drankverkoopverbod aan minderjarigen bij een private organisatie te leggen en in dat verband af te zien van het opleggen van bestuursrechtelijke boetes zoals in de wet voorzien zolang het aantal overtredingen beperkt blijft. Ook op het terrein van de medebewindstaken zoals op het terrein van de zorg kiezen gemeenten gebruikmakend van de toegekende beleidsvrijheid vaak voor een duidelijke eigen koers. Er ontstaan dus steeds meer verschillen tussen gemeenten als het gaat om toepasselijke regelgeving alsmede handhavingspraktijken.

Op zich is deze ontwikkeling positief te waarderen. Zij komt tegemoet aan de wens van burgers om meer directe invloed dicht bij huis en helpt aldus bij het terugdringen van het toenemend wantrouwen in overheden. Verder kunnen oplossingen voor problemen lokaal op maat worden gesneden waardoor maatregelen ook effectiever kunnen zijn. Daarnaast biedt de lokale aanpak ruimte om bepaalde regels eerst op lokaal niveau te testen alvorens deze mogelijkheid breder toe te passen.

Er zijn echter ook kanttekeningen te plaatsen en het is de vraag of er daarvoor wel voldoende oog is bij gemeenten en bij de rijksoverheid als deze taken decentraliseert (vgl. advies Raad van State W04.15.0367/I). Om te beginnen kan de kenbaarheid van regelgeving een probleem vormen. Welke gemeente mag je nu wel en welke niet binnenrijden met een bepaalde dieselauto? Blijft het wel mogelijk om door de bomen het bos te blijven zien als regels in elk van de 388 gemeenten weer anders kunnen zijn, temeer nu we in het kader van de Europese Unie dit soort verschillen juist proberen op te heffen? Een andere vraag is wat een en ander betekent voor, bijvoorbeeld, landelijk opererende (vervoers)organisaties die pregnant met deze verschillen kunnen worden geconfronteerd en daardoor mogelijk schade lijden. Is er binnen gemeenten wel voldoende oog voor de belangen van dit soort externen? Meer in algemene zin rijst de vraag of de verschillen die tussen gemeenten ontstaan in regelgeving of het niveau van voorzieningen wel kunnen worden gerechtvaardigd. Is het wel zo evident dat ouderenzorg in de ene gemeente veel ruimer is dan in de andere? En is niet een potentieel risico daarvan nationaal zorgtoerisme?

Om deze nadelen van de beschreven decentralisatie zoveel mogelijk te voorkomen maar met behoud van de voordelen, is het zaak te borgen dat de nadelen serieus worden meegewogen bij besluitvorming. Concreet betekent dit dat de rijkswetgever nog beter moet bedenken op welke terreinen gemeenten wel en niet eigen regelgeving of beleid mogen vaststellen en, bijvoorbeeld op het terrein van de zorg, nog preciezer bepaalde minima moet garanderen. Bezuinigingen mogen daarbij niet leidend zijn. Verder moet op gemeentelijk niveau daar waar er ruimte is voor eigen (beleids)regelgeving rekening worden gehouden met de externe effecten alsmede de verhouding met de aanpak in andere gemeenten. Daarvoor is een kritische toets aan het gelijkheidsbeginsel nodig. Verder zou kunnen worden overwogen om een meer op economische gevolgen gerichte interne vrij-verkeertoets uit te voeren naar analogie met die onder het EU-recht maar dan zuiver gericht op de nationale effecten. Daarop zou door de betrokken ministers in het kader van het bestuurlijk toezicht streng toezicht moeten worden gehouden. Tevens zou de rechter zich hier kritisch(er) moeten opstellen (terughoudend zijn ECLI:NL:RVS:2016:3342 over een vuurwerkverbod en ECLI:NL:RBMNE:2016:339 inzake een inrijverbod). Doen we dit niet dan lopen we het risico dat Nederland een verzameling van te autonoom opererende stadstaten wordt met alle nadelen van dien.

Related news

10.04.2019 NL law
Gevolgen van de Wnra: schorsing voortaan met behoud van loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen

Short Reads - Vanaf het moment dat ambtenaren werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst, worden ook de civielrechtelijke bepalingen ten aanzien van deze overeenkomst van toepassing. Het gevolg is dat de overheidswerkgever en zijn werknemers te maken krijgen met fenomenen die zich in het ambtenarenrecht niet voordoen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de mogelijkheid van schorsing zonder behoud van loon, de termijn waarbinnen aanspraak kan worden gemaakt op (ten onrechte niet betaald) loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen.

Read more

12.04.2019 NL law
Hoogste Europese rechter bevestigt dat overheden onrechtmatige staatssteun proactief moeten terugvorderen

Short Reads - De maand maart 2019 zal vermoedelijk de juridisch handboeken ingaan als een historische maand voor het mededingings- en staatssteunrecht. Niet alleen deed het Hof van Justitie een baanbrekende uitspraak op het gebied van het verhaal van kartelschade. Het heeft in de uitspraak Eesti Pagar (C-349/17) van 5 maart 2019 belangrijke vragen opgehelderd over de handhaving van het staatssteunrecht op nationaal niveau.

Read more

10.04.2019 BE law
Acrylamide: zijn frieten ook juridisch schadelijk voor de gezondheid?

Articles - De risico’s door de aanwezigheid van acrylamide in levensmiddelen noopten de EU tot het nemen van risicobeperkende maatregelen. Exploitanten van levensmiddelenbedrijven van bepaalde levensmiddelen (o.a. frieten, chips, koekjes, …) kregen de verplichting om tal van maatregelen te nemen.  De juridische kwalificatie van acrylamide en het regime van deze maatregelen worden in deze blog toegelicht.

Read more

10.04.2019 NL law
Casus Lotto c.s.: Aanpassing naam vergunninghouder bij nieuwe rechtsvorm? Let op de eisen van het Unierecht!

Short Reads - De Kansspelautoriteit kan de tenaamstelling van vergunningen voor onder andere Lotto en de Staatsloterij niet zomaar wijzigen als de rechtsvorm van de vergunninghouders verandert. Dit gezien het door het Unierecht gewaarborgde vrije verkeer van diensten en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel. Dat blijkt uit een viertal uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("ABRvS") van 13 maart 2019. Wat betekenen deze uitspraken voor de praktijk?

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring