Short Reads

Aandeelhoudersrechtenrichtlijn

Aandeelhoudersrechtenrichtlijn

Aandeelhoudersrechtenrichtlijn

13.02.2017 NL law

Op 9 april 2014 publiceerde de Europese Commissie een Voorstel (COM 2014/213) tot wijziging van de Richtlijn aandeelhoudersrechten (2007/36/EU). Met dit Voorstel beoogt de Europese Commissie effectieve en duurzame aandeelhoudersbetrokkenheid bij beursvennootschappen te bevorderen.

Na lange tijd van onderhandelen hebben de Europese Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie eind vorig jaar een voorlopig akkoord bereikt over de definitieve tekst van het Voorstel. De tekst van het Voorstel is op veel punten gewijzigd in het akkoord. Vermoedelijk zullen de Europese Raad en het Europees Parlement het akkoord in het voorjaar van 2017 bekrachtigen. Na inwerkingtreding van de Richtlijn hebben de EU-lidstaten vervolgens 2 jaar om deze te implementeren in hun nationale wet- en regelgeving.

De belangrijkste elementen uit het Voorstel zijn:

  • Identificatie van aandeelhouders – uitwisseling van informatie met aandeelhouders en bevordering van het uitoefenen van aandeelhoudersrechten

De lidstaten moeten zeker stellen dat beursgenoteerde vennootschappen het recht krijgen om hun aandeelhouders te identificeren teneinde direct met ze te kunnen communiceren met het oog op het faciliteren van de uitoefening van aandeelhoudersrechten en aandeelhoudersbetrokkenheid. Intermediairs krijgen de verplichting om aan deze identificatie mee te werken. De lidstaten kunnen bepalen dat het verzoek tot identificatie alleen aandeelhouders kan betreffen die meer dan een bepaald percentage van de aandelen of stemrechten bezitten. Dit percentage mag niet hoger zijn dan 0,5%. In de Nederlandse identificatieregeling uit de Wet giraal effectenverkeer wordt een beperking aangehouden van 0,5%. Indien stemmen elektronisch worden uitgebracht zullen beursgenoteerde vennootschappen moeten bevestigen dat de vennootschap deze stemmen heeft vastgelegd en meegeteld. 

  • Transparantie en aandeelhoudersbetrokkenheid van institutionele beleggers en asset managers bij hun investeringen

Institutionele beleggers en vermogensbeheerders - asset managers - worden door middel van diverse transparantieverplichtingen aangespoord een beleggingsstrategie te voeren die bevorderlijk is voor de middellange en langetermijn-prestaties van de vennootschappen waarin zij beleggen. Zij moeten daartoe onder meer een beleid opstellen en publiceren over hun aandeelhoudersbetrokkenheid, ofwel toelichten waarom zij hebben besloten dit niet te doen. Het beleid ziet onder meer op het voeren van dialoog met de vennootschap, het uitoefenen van stemrecht en de beheersing van belangenconflicten. Een belangrijk onderdeel is dat het beleid moet beschrijven hoe de desbetreffende institutionele belegger of  vermogensbeheerder de vennootschap waarin geïnvesteerd wordt monitort, niet alleen op strategisch en financieel gebied, maar ook op risico, kapitaalstructuur en ESG aspecten. Institutionele beleggers moeten jaarlijks openbaar maken hoe hun beleggingsstrategie is afgestemd op het profiel en de looptijd van hun verplichtingen, meer in het bijzonder de lange termijn verplichtingen, en hoe deze bijdraagt aan de middellange- en langetermijn-prestatie van hun portefeuille. Wanneer institutionele beleggers gebruikmaken van vermogensbeheerders, dienen de voornaamste onderdelen van de overeenkomst met de vermogensbeheerder die betrekking hebben op een aantal specifieke kwesties, openbaar te worden gemaakt.

  • Verbeteren van de betrouwbaarheid, transparantie en kwaliteit van adviezen van stemadviesbureaus

Er komt controle op de totstandkoming en kwaliteit van het advies van stemadviesbureaus. Zij zullen een gedragscode in acht moeten nemen en een toelichting moeten geven als zij dit niet doen. Daarnaast zullen stemadviesbureaus jaarlijks informatie over de totstandkoming van hun onderzoeken en (stem)adviezen openbaar moeten maken; zij moeten daarbij vermelden of en zo ja, op welke manier, zij bij de totstandkoming van hun advies ook de dialoog zijn aangegaan met de desbetreffende vennootschap en stakeholders.

  • Invloed algemene vergadering op beloningsbeleid bestuurders

Beursgenoteerde vennootschappen moeten een beloningsbeleid voor bestuurders opstellen. Bij het beloningsbeleid moeten bijzondere bepalingen in acht worden genomen, zoals een toelichting hoe met het beloningsbeleid wordt bijgedragen aan de langetermijnbelangen en de duurzaamheid van de vennootschap. Bij elke materiële wijziging van dit beleid en in ieder geval éénmaal in de vier jaar mogen de aandeelhouders in de algemene vergadering stemmen over het beloningsbeleid. Lidstaten mogen beursgenoteerde vennootschappen toestaan om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van het beloningsbeleid. Onmiddellijk na de stemming moet het beloningsbeleid openbaar worden gemaakt op de website van de vennootschap. Beursgenoteerde vennootschappen moeten daarnaast een remuneratierapport opstellen met een overzicht van de beloningen die aan individuele bestuurders zijn toegekend. De vennootschap moet in het remuneratierapport onder meer toelichten hoe het totale bedrag aan beloningen bijdraagt aan de langetermijn-prestaties van de vennootschap. Ook moet de vennootschap in het rapport informatie opnemen over de jaarlijkse verandering in de beloning van bestuurders over in ieder geval de laatste vijf boekjaren en over de ontwikkeling van de gemiddelde fulltime beloning van werknemers van de vennootschap in dezelfde periode. De algemene vergadering van grote beursgenoteerde vennootschappen mag jaarlijks over dit rapport stemmen. Ook het remuneratierapport moet op de website worden gepubliceerd.

  • Verbeteren van transparantie en invloed van aandeelhouders met betrekking tot related party transactions

Significante transacties met partijen die met de vennootschap zijn verbonden (“related parties”) moeten worden goedgekeurd door de aandeelhouders of het bestuurs- of toezichthoudend orgaan. Vennootschappen moeten materiële transacties openbaar maken uiterlijk op het tijdstip waarop deze worden aangegaan. Zij verstrekken daarbij alle informatie die nodig is om de correctheid van de transactie te beoordelen. Lidstaten moeten definiëren wat onder materiele transacties zal worden verstaan. Daarbij moeten zij rekening houden met (a) de invloed die de informatie over de transactie zal hebben op de economische beslissingen van de aandeelhouders; en (b) het risico dat de transactie inhoudt voor de vennootschap en haar niet–gerelateerde (minderheids)aandeelhouders.

Team

Related news

21.02.2020 NL law
Mark up wetteksten Boek 2 BW

Short Reads - Sinds enkele jaren stelt Stibbe een uitgave beschikbaar waarin een mark up is opgenomen van Boek 2 BW, zoals dat luidt na (ongewijzigde) implementatie van recent in werking getreden wetten en lopende wetsvoorstellen. Stibbe verzorgt elk jaar een update van deze mark up.

Read more

06.02.2020 NL law
Wet wijziging van de Handelsregisterwet 2007 in werking getreden

Short Reads - Op 1 januari 2020 is de Wet tot wijziging van de Handelsregisterwet 2007 in werking getreden. In deze wet worden naast wijzigingen in de Handelsregisterwet 2007, ook wijzigingen doorgevoerd in Boek 2 BW. Enkele onderdelen van deze wet, onder meer het wettelijk kader voor het registreren van civielrechtelijke bestuursverboden, treden later in werking.

Read more

07.02.2020 NL law
Actualiteiten diversiteit in de top van het bedrijfsleven

Short Reads - Op 1 januari 2020 is de wettelijke streefcijferregeling vervallen. Diversiteit in de top van het bedrijfsleven staat echter onverminderd in de belangstelling. Op 7 februari 2020 is bekend geworden dat het kabinet nog dit voorjaar komt met een wetsvoorstel voor een wettelijk diversiteitsquotum voor de raden van commissarissen van beursvennootschappen.

Read more

06.02.2020 BE law
“Eindelijk” een modernisering van het goederenrecht: de praktische impact op de juridische structurering van vastgoedprojecten

Articles - De juridische structurering van vastgoedprojecten verloopt vandaag nog steeds langs de krijtlijnen zoals in 1804 uiteengezet door de Napoleontische wetgever in het Burgerlijk Wetboek, aangevuld met bijzondere wetten (waarvan best gekend de wetten van 10 januari 1824 over het recht van opstal en het recht van erfpacht, resp. “Opstalwet” en “Erfpachtwet”). Thans – bijna 200 jaar later –  is een nieuw Burgerlijk Wetboek in opmaak.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring