Short Reads

Nieuwe beroepsgronden aanvoeren na inschakeling van de StAB, kan dat?

Nieuwe beroepsgronden aanvoeren na inschakeling van de StAB, kan dat?

Nieuwe beroepsgronden aanvoeren na inschakeling van de StAB, kan dat?

10.08.2017 NL law

In een beroepsprocedure kunnen na het indienen van een beroepschrift doorgaans nog nieuwe beroepsgronden worden ingediend wanneer de goede procesorde hierdoor niet in het gedrang komt.

Echter, uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat het indienen van nieuwe beroepsgronden wordt beperkt wanneer de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) om advies wordt gevraagd.

Nieuwe beroepsgronden na afloop beroepstermijn, dat kan…

In een reguliere beroepsprocedure heeft een bezwaarde op grond van artikel 6:7 van de Awb zes weken om een gemotiveerd beroepschrift in te dienen. Uit artikel 6:6 Awb wordt afgeleid dat de indiener van een pro forma beroep vier weken krijgt om zijn beroepschrift van gronden te voorzien. Hierbij is het voldoende dat tenminste één grond in het beroepschrift wordt genoemd. Nadat het beroepschrift is ingediend of van gronden is voorzien, mogen tot en met de zitting nieuwe beroepsgronden naar voren worden gebracht mits dit niet in strijd is met de goede procesorde.

…maar na inschakeling StAB moet dat binnen drie weken.

Op 29 februari 2012 heeft de Afdeling deze hoofdregel over het indienen van nieuwe beroepsgronden gepreciseerd voor zaken waarin de StAB om advies wordt gevraagd. De Afdeling overwoog in deze uitspraak over een revisievergunning het volgende:

"Behoudens in geschillen waar de wet anders bepaalt, kunnen ook na afloop van de beroepstermijn en, indien die termijn is gegeven, na de termijn als bedoel in artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht, nieuwe gronden worden ingediend, zij het dat die mogelijkheid wordt begrensd door de goede procesorde. Voor het antwoord op de vraag of de goede procesorde zich daar niet tegen verzet, is in het algemeen bepalend een afweging van de proceseconomie, de reden waarom de desbetreffende beroepsgrond pas in een laat stadium is aangevoerd, de mogelijkheid voor de andere partijen om adequaat op die beroepsgrond te reageren en de processuele belangen van de partijen over en weer.

Nu de nieuwe beroepsgrond eerst na het uitbrengen van het deskundigenbericht is ingediend, zodat de deskundige er in zijn deskundigenbericht niet op heeft kunnen ingaan, en niet aannemelijk is geworden dat deze beroepsgrond niet eerder had kunnen worden ingediend, brengt een afweging van de proceseconomie en de processuele belangen over en weer mee dat het indienen van deze nieuwe beroepsgrond in strijd is met de goede procesorde.

De Afdeling voegt hieraan nog toe dat zij voortaan het indienen van nieuwe beroepsgronden later dan drie weken nadat de Afdeling de Stab heeft verzocht een deskundigenbericht uit te brengen, in strijd met de goede procesorde zal achten."

In latere uitspraken heeft de Afdeling deze regel consequent toegepast in zaken waarin de StAB om advies wordt gevraagd. De Afdeling deed dit bijvoorbeeld op 16 januari 2013, op 1 april 2015 en op 29 juni 2016. Ook de Rechtbank Limburg hanteert deze regel volgens de uitspraak van 6 augustus 2015 eveneens als de Rechtbank Oost-Brabant in de uitspraak van 24 juni 2016.

De driewekentermijn geldt echter niet voor alle beroepsgronden

In haar uitspraak van 12 juli 2017, naar aanleiding waarvan dit blogbericht verschijnt, nuanceert de Afdeling deze regel als volgt:

"De Afdeling hanteert als uitgangspunt dat in zaken waarin de Afdeling de StAB heeft verzocht een deskundigenbericht uit te brengen, het indienen van nieuwe beroepsgronden later dan drie weken nadat dit verzoek is verzonden in strijd met de goede procesorde wordt geacht. De rechtbank Limburg hanteert blijkens de door [appellante sub 2] genoemde uitspraak van 6 augustus 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:6691, in navolging van de Afdeling hetzelfde uitgangspunt. Dit uitgangspunt wordt gehanteerd om te verzekeren dat beroepsgronden die aanleiding geven om de StAB in te schakelen tijdig bekend zijn, zodat de StAB zich daarover in haar deskundigenbericht kan uitlaten. Louter procedurele beroepsgronden, zoals de grond dat ten onrechte een verklaring van geen bedenkingen van de raad ontbreekt, geven echter geen aanleiding om de StAB in te schakelen, zodat voornoemd uitgangspunt niet geldt voor zover het dergelijke gronden betreft. De Afdeling ziet verder geen reden om te oordelen dat de grond dat ten onrechte een verklaring van geen bedenkingen van de raad ontbreekt door [appellante sub 1A] zodanig laat in de procedure bij de rechtbank is aangevoerd, dat het voor de andere partijen onmogelijk was om er adequaat op te reageren. Reeds hierom bestond voor de rechtbank geen aanleiding om deze grond wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing te laten."

Met de uitspraak van 12 juli 2017 neemt de Afdeling geen afstand van de door haar gehanteerde termijn van drie weken voor het indienen van nieuwe beroepsgronden na het inschakelen van de StAB, maar nuanceert zij deze regel. De regel is nu namelijk enkel van toepassing op beroepsgronden die aanleiding hebben gegeven om de StAB in te schakelen, zodat de StAB hierover kan adviseren. De nuancering maakt duidelijk dat deze regel niet geldt voor processuele gronden, omdat de StAB hierover geen advies uitbrengt. Ook inhoudelijke beroepsgronden die geen technische elementen waarover de StAB zou kunnen adviseren, zouden later ingediend kunnen worden.

Chw van toepassing? Alle kaarten meteen op tafel.

Wij merken op dat deze jurisprudentie en de termijn van drie weken in beroepsprocedures waar de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing is, niet gelden. Op grond van artikel 1.6, tweede lid Chw is in dergelijke procedures namelijk een pro forma-beroep niet-ontvankelijk. Artikel 1.6a Chw bepaalt voorts dat na afloop van de beroepstermijn geen beroepsgronden meer kunnen worden aangevoerd. Dit laatste artikel staat in de weg aan het aanvoeren van nieuwe beroepsgronden na afloop van de beroepstermijn, maar binnen de beroepstermijn ingediende beroepsgronden mogen wel worden aangevuld. Een pro forma beroep of het anderszins aanvullen van een beroepschrift met nieuwe beroepsgronden is na afloop van de beroepstermijn niet mogelijk.  

Team

Related news

29.06.2020 NL law
ABC-constructie bij vastgoedtransactie: verkoopbedrijf heeft afgeleid belang en is niet ontvankelijk bij bestuursrechter

Short Reads - Het zijn van ‘belanghebbende’ is een noodzakelijke voorwaarde om een ontvankelijk beroep te kunnen instellen bij de bestuursrechter (artikel 1:2 lid 1 Awb). Een persoon moet een zelfstandig en eigen belang hebben dat niet is afgeleid van een ander om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt. Dit is het leerstuk van afgeleid belang.

Read more

02.07.2020 NL law
De NOW 2: de overeenkomsten en verschillen ten opzichte van de eerste tranche

Short Reads - De Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW 2”) is op 25 juni 2020 in de Staatscourant gepubliceerd. Vanaf 6 juli 2020 kunnen werkgevers een aanvraag indienen voor een NOW 2-subsidie. In ons eerdere blog over de NOW zijn we uitgebreid ingegaan op de subsidierechtelijke aspecten van deze regeling. De NOW 2 sluit vanuit subsidierechtelijk perspectief in hoofdlijnen aan bij de eerste NOW (“NOW 1”). In de NOW 2 zijn er echter een aantal subsidieverplichtingen toegevoegd.

Read more

23.06.2020 NL law
Overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak over artikel 8:29 Awb: verzoek tot geheimhouding van stukken bij de bestuursrechter

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een overzichtsuitspraak van 10 juni 2020 de jurisprudentie over artikel 8:29 Awb op een rij gezet. Deze belangrijke uitspraak geeft duidelijke handvatten voor de rechtspraktijk met betrekking tot de vraag wanneer een procespartij onder geheimhouding stukken aan de bestuursrechter mag toezenden, zodat andere partij(en) er geen kennis van kunnen nemen.

Read more

23.06.2020 NL law
Wetsvoorstel stikstofreductie en natuurverbetering: structurele aanpak voor de stikstofproblematiek?

Short Reads - Van 27 mei 2020 tot en met 10 juni 2020 heeft het conceptvoorstel voor de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in internetconsultatie voorgelegen. In dit conceptwetsvoorstel heeft het kabinet zijn nieuwe structurele aanpak van de stikstofproblematiek verankerd. Anders dan het Programma Aanpak Stikstof (PAS) voorziet het conceptwetsvoorstel niet in een systeem voor de toekenning van ontwikkelingsruimte voor vergunningverlening, maar in een systeem waarbij condities en herstel van de natuur in Natura 2000-gebieden voorop staan.

Read more