Short Reads

Verplichte wekelijkse rustdag is wettig

Verplichte wekelijkse rustdag is wettig

Verplichte wekelijkse rustdag is wettig

26.04.2017 BE law

De verplichte wekelijkse rustdag zoals vastgelegd in de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening (“Openingsurenwet”) blijft de gemoederen beroeren. In een arrest van 9 februari 2017 heeft het hof van beroep te Antwerpen andermaal een handelaar veroordeeld die deze wekelijkse rustdag niet naleefde.

Het Hof oordeelde dat de wet van toepassing was op een bloemen- en plantenzaak zelfs indien in de handelsvestiging ook een horeca activiteit werd uitgebaat, zeker wanneer deze horeca activiteit slechts van ondergeschikt belang was. De bloemen- en plantenactiviteit was wel degelijk de hoofdactiviteit en die past binnen het toepassingsgebied van de notie kleinhandel uit de Openingsurenwet.

Het verweer van de strijdigheid van de Openingsurenwet met het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen. In een eerder arrest van 9 oktober 2014 had het Grondwettelijk Hof immers reeds vastgesteld dat er ondanks de diverse uitzonderingen hierop (voor o.m. toeristencentra, winkels in NMBS stations en internet), de verplichte sluitingsdag voor andere kleinhandelszaken geen inbreuk op art. 10 – 11 Grondwet uitmaakte.[1] Het hof van beroep kon onder verwijzing van dit arrest dan ook dit argument makkelijk afwijzen.

Ook het argument van mogelijke schending van de Openingsurenwet met het Europees recht, meer bepaald het vrij verkeer van goederen, werd afgewezen onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van 8 mei 2014[2] welk dit eerder al had vastgesteld.

Het Hof meende verder ook dat de Openingsurenwet niet in strijd is met de Europese Dienstenrichtlijn[3] omdat de richtlijn niet van toepassing is op de verkoop van bloemen en planten aangezien dit detailhandel uitmaakt en niet het leveren van diensten.

Aan de betrokken detailhandelaar werd derhalve een stakingsbevel opgelegd onder verbeurte van een dwangsom. De door de eerste rechter toegekende regularisatietermijn van 40 dagen werd bevestigd.

 

Voetnoten:

[1] Arrest nr. 142/2014, rolnummer 5232, http://www.const-court.be/

[2] Zaak C-483/12, Pelckmans Turnhout / Walter Van Gastel - http://curia.europa.eu

[3] Richtlijn 2006/123/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.

Team

Related news

26.09.2018 BE law
Une publicité licite peut devenir illicite sous le nez d’un concurrent

Articles - Le 7 mai 2018, la Cour d’appel de Gand[1] a de nouveau précisé un certain nombre de circonstances pouvant amener à considérer l’exercice de la liberté du commerce et de la concurrence comme une pratique commerciale illicite. La liberté de concurrence implique en principe la liberté de faire de la publicité et de débaucher une clientèle. Ces pratiques commerciales sont seulement susceptibles de devenir illicites à partir du moment où elles s’accompagnent de circonstances spécifiques et aggravantes.    

Read more

26.09.2018 BE law
Rechtmatige reclame onder de neus van een concurrent kan onrechtmatig worden

Articles - Op 7 mei 2018 verduidelijkte het Hof van Beroep te Gent[1] opnieuw enkele omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat een uitoefening van de principiële vrijheid van handel en concurrentie toch een onrechtmatige handelspraktijk kan uitmaken. De vrijheid van mededinging impliceert dat men in principe vrij is om o.m. reclame te maken en cliënteel af te werven. Alleen wanneer deze handelspraktijken gepaard gaan met specifieke begeleidende bezwarende omstandigheden, kunnen zij een onrechtmatig karakter krijgen.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring