Short Reads

Professionele standaarden van de bestuursrechter

Professionele standaarden van de bestuursrechter

Professionele standaarden van de bestuursrechter

28.04.2017 NL law

Het is weer jaarverslagentijd. Wie de jaarverslagen van met rechtspraak belaste colleges volgt, weet dat deze vaak een inkijkje bieden in de achtergrond en context van belangrijke uitspraken. Daarmee kan een preciezere duiding van jurisprudentiële ontwikkelingen worden gegeven en dat is bijzonder omdat een rechter eigenlijk alleen via zijn uitspraken kan spreken.

Datzelfde geldt voor opmerkingen over toekomstige rechtsontwikkelingen zoals we die soms aantreffen. Verder geven jaarverslagen nuttige informatie over nieuwe wijzen van zaaksbehandeling waarmee in de praktijk rekening kan worden gehouden. Soms wordt een jaarverslag aangegrepen om een anderszins nieuw fenomeen aan de buitenwereld te presenteren.

Dat laatste is aan de orde in het recent gepresenteerde jaarverslag van de Raad voor de Rechtspraak waarmee de professionele standaarden van de bestuursrechter in eerste aanleg worden geïntroduceerd en openbaar gemaakt (net als de standaarden belastingrechtspraak gerechtshoven en strafrecht, waarvoor het hiernavolgende grotendeels ook opgaat). Naast wettelijke regels, de daarop gebaseerde procesregelingen, de NVvR-rechterscode en de Gedragscode Rechtspraak kennen we nu dus ook de professionele standaarden als het gaat om de rol van de bestuursrechter in het proces. Deze zijn nadrukkelijk bedoeld als aanvulling op al bestaande normen zoals onafhankelijkheid, respectvol omgaan met partijen en het betrachten van geheimhouding. Blijkens de toelichting zijn professionele standaarden kwaliteitsnormen die door rechters zijn ontwikkeld en die moeten bijdragen aan de kwaliteit van hun werk. Ze laten zien hoe rechters het huidige kwaliteitsniveau invullen, maar ook hoe gewerkt wordt aan kwaliteitsverbeteringen op het gebied van deskundigheid, snelheid, bejegening van rechtzoekenden en de aandacht en tijd voor een zaak. Blijkens dezelfde toelichting worden de standaarden gepubliceerd omdat rechters willen laten zien welke kwaliteitseisen zij aan hun werk en hun werkomgeving stellen. Aldus definiëren de standaarden wat goede rechtspraak is terwijl ze tegelijkertijd zouden moeten beschermen tegen bovenmatige 'productiedruk'.

In de standaarden van de bestuursrechter staat het onderwerp 'regievoering' centraal. Dat is een gelukkige keuze omdat de wijze van zaaksbehandeling ondanks het al jaren lopende project 'Nieuwe Zaaksbehandeling' bij de diverse rechtbanken verre van optimaal en uniform is. Daarnaast biedt de aanstaande invoering van het digitaal procederen de bestuursrechter extra regiemogelijkheden die moeten worden benut (vgl. het recente NJV-preadvies van Van Ettekoven & Marseille, Afscheid van de klassieke procedure in het bestuursrecht?). Er is gekozen voor een algemene standaard en een meer concrete uitwerking daarvan in deelstandaarden waarbij wordt benadrukt dat het gaat om dynamische standaarden die zich verder moeten ontwikkelen.

Als algemene standaard is vastgelegd dat de bestuursrechter voor, tijdens en na afloop van de zitting verantwoordelijk is voor de voortgang en afdoening van de zaak en de contacten met partijen. Daarbij is het zijn taak een efficiënt, effectief en kwalitatief goed proces te waarborgen. Hoor en wederhoor, goede procesorde, transparantie en behandeling op maat zijn daarbij cruciaal. Om een en ander te kunnen waarmaken is een adequate wijze van ondersteuning noodzakelijk, aldus de algemene standaard. Dat is allemaal niet heel spannend, maar het kan geen kwaad het zo vast te leggen.

Interessanter wordt het bij de concrete uitwerkingen in deelstandaarden. Zo wordt onder meer aangegeven dat de rechter voorafgaand aan de zitting partijen schriftelijk informeert hoe de zitting zal worden vormgegeven, welke onderwerpen hij zo nodig ter zitting aan de orde wil stellen zodat partijen zich daarop kunnen voorbereiden en hoeveel tijd hij uittrekt voor de behandeling. Deze aanpak kwam tot nu toe onder het gesternte van de 'Nieuwe Zaaksbehandeling' maar zeer beperkt van de grond vanwege de haast onwrikbare praktijk van het zittingsgericht werken die impliceert dat rechters juist pas kort voor de zitting inhoudelijk van het dossier kennis nemen. De standaarden reageren daarop door te bepalen dat de bestuursrechter tijdig van het dossier kennis moet nemen om de bedoelde regierol ook waar te kunnen maken. In de deelstandaarden valt verder op dat de bestuursrechter partijen waar nodig moet voorlichten over het juridische beoordelingskader en hun bewijspositie. Op dat punt kan de huidige praktijk eveneens nog de nodige bijsturing gebruiken. Ook de verplichting uitspraken te motiveren op een wijze die recht doet aan de zaak en bijdraagt aan de aanvaardbaarheid en inzichtelijkheid springt in dat verband in het oog.

Om een en ander mogelijk te maken worden eveneens eisen gesteld aan de vakinhoudelijke ondersteuning van de bestuursrechter. Deze moet plaatsvinden door een juridisch medewerker, stafjurist en administratief medewerker die ook tijdig moeten zorgen voor een goed geordend procesdossier en hulp bij de planning. Bestuursrechters moeten daarnaast toegang hebben tot actuele kennisbronnen en in staat worden gesteld gebruik te maken van 'goed werkende' ICT-apparatuur. De wijze van formuleren op dit punt doet vermoeden dat deze deelstandaard in de praktijk tot nu toe evenmin altijd kan worden nageleefd.

De ambities die met de standaarden tot uitdrukking worden gebracht zijn dermate fundamenteel dat het teleurstelt dat in de toelichting de plicht tot naleving daarvan sterk wordt gerelativeerd. Daarin wordt namelijk benadrukt dat er voor sommige rechtbanken nog aanpassingen nodig zijn zodat pas daarna volgens de standaarden kan worden gewerkt. En alsof dat nog niet genoeg is, wordt aangegeven dat het geen rechtsregels maar uitgangspunten zijn waarvan kan worden afgeweken. De rechtspraak en het voor de financiering daarvan verantwoordelijke ministerie zouden echter bereid moeten zijn daadwerkelijk in te staan voor de uniforme naleving van deze basale kwaliteitsstandaarden en het daarom dwingender formuleren daarvan. Liefst ook voor de hoger beroepscolleges. Alleen zo kunnen ingesleten patronen worden doorbroken. Durven betrokkenen – al dan niet in het kader van (financiële) formatieafspraken – deze handschoen op te pakken?

Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2017/912, afl. 17.

Related news

17.07.2018 NL law
Doelstelling windenergie van 6.000 MW op land zal niet in 2020 worden gehaald, maar de minister is optimistisch

Articles - Uit de Monitor Wind op Land 2017 en het Plan van Aanpak Windenergie op land 2018 blijkt de voortgang van de doelstelling om in 2020 6.000 MW aan opgesteld vermogen windenergie op land te hebben. Er wordt weliswaar meer windenergie opgewekt, maar de doelstelling in 2020 wordt waarschijnlijk niet gehaald. Wij bespreken de knelpunten en hoe nu verder.

Read more

10.07.2018 NL law
Wijziging van de ladder voor duurzame verstedelijking, hoeveel treden worden er werkelijk genomen?

Articles - De realisatie van een bedrijf zal vaak als nieuwe stedelijke ontwikkeling kwalificeren. In dat geval moet aan de ladder voor duurzame verstedelijking worden voldaan (de Ladder). Kort samengevat onderzoekt het bevoegd gezag (in de praktijk laat het bevoegd gezag dit onderzoeken) bij het aflopen van de Ladder of er wel behoefte is aan het nieuwe bedrijf. Dit past binnen het vaak gehoorde credo “niet bouwen voor leegstand”.

Read more

16.07.2018 BE law
Le Plan Régional de Développement Durable, qui fixe les objectifs et priorités de développement de la Région de Bruxelles-Capitale à moyen et à long terme, est adopté

Articles - Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale a adopté, le 12 juillet 2018, le Plan Régional de Développement Durable, qui remplace le Plan Régional de Développement du 12 septembre 2002 et définit la vision territoriale de la Région, aux horizons 2025 et 2040.

Read more

10.07.2018 EU law
Hof van Justitie EU oordeelt over reikwijdte 'beroepsgeheim' financiële toezichthouders voor bedrijfsgegevens

Articles - In een arrest van 19 juni 2018 oordeelt de Grote kamer van het Hof van Justitie EU over de reikwijdte van het 'beroepsgeheim' van financiële toezichthouders voor bedrijfsgegevens. Het hof oordeelt dat de informatie die zich in het toezichtsdossier bevindt niet onvoorwaardelijk vertrouwelijk van aard is en bijgevolg onder het beroepsgeheim van de toezichthouder valt. Gegevens die mogelijk commerciële geheimen zijn geweest, worden in beginsel geacht niet meer actueel en dus niet langer geheim te zijn, wanneer die gegevens ten minste vijf jaar oud zijn.

Read more

11.07.2018 NL law
Bestuursrechtelijke rechtsbescherming jegens private aanbieders

Articles - De overheid besteedt de uitvoering van Awb-besluiten geregeld uit aan private rechtspersonen. Zo staat momenteel volop in de belangstelling de uitbesteding aan private zorgaanbieders van de feitelijke uitvoering van een algemene voorziening of maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Read more

10.07.2018 NL law
Omgevingsvergunning zonnepark: ruimtelijk aanvaardbaar?

Articles - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een tussenuitspraak gedaan over een omgevingsvergunning voor een grootschalig zonnepark bij Sappemeer in de gemeente Midden-Groningen. Het college moet beter onderbouwen waarom de ruimtelijke gevolgen van het zonnepark voor omwonenden aanvaardbaar zijn. De huidige motivering, namelijk dat glastuinbouw was toegestaan en het zonnepark daarop geen grote inbreuk maakt, acht de Afdeling onvoldoende.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring