Short Reads

Prijsvergelijking tussen winkels van verschillende omvang

Prijsvergelijking tussen winkels van verschillende omvang

Prijsvergelijking tussen winkels van verschillende omvang

26.04.2017 BE law

Het Hof van Justitie heeft uitspraak gedaan over een prejudiciële vraag in verband met een grootschalige reclamecampagne van een supermarktketen op televisie.[1]  In deze campagne werden de prijzen van 500 producten van grote merken in de winkels van Carrefour vergeleken met die in de winkels van concurrenten, waaronder die van Intermarché.

De prijsverschillen vielen uit in het voordeel van Carrefour. Carrefour vergeleek de prijzen van haar hypermarkten met die van de supermarkten van Intermarché. Deze nuance werd enkel kenbaar gemaakt op de homepage van de Carrefour website in kleine letters.

De prejudiciële vraag peilde voornamelijk naar of prijsvergelijkingen tussen producten van winkels van verschillende omvang geoorloofd zijn in de zin van richtlijn 2006/114.[2] Het Hof oordeelde dat ook deze vergelijkingen in principe de concurrentie kunnen stimuleren. Echter, in bepaalde omstandigheden kan het verschil in omvang of type van winkels de objectiviteit vervalsen. Zo bijvoorbeeld wanneer de winkels deel uitmaken van bedrijven die elk een reeks winkels hebben van verschillende omvang en type, maar de adverteerder de prijzen in zijn grotere winkels vergelijkt met deze toegepast in de kleinere winkels van zijn concurrenten, zonder dat dit in de reclame wordt vermeld. Aangezien de prijzen van gangbare consumptiegoederen verschillen afhankelijk van de omvang van de winkel, leidt de asymmetrische vergelijking tot een kunstmatig groot prijsverschil. De prijzen worden dan ook niet op ‘objectieve wijze’ vergeleken in de zin van artikel 4 (c) van richtlijn 2006/114, tenminste als de consument hiervan niet wordt ingelicht.

Bovendien wekt zulke reclame, wanneer deze methodiek niet wordt meegedeeld aan de concurrent, de indruk dat de prijsverschillen gelden voor alle winkels van elk bedrijf, wat het economisch gedrag van de consument kan beïnvloeden. Deze nuance vormt dan ook essentiële informatie in de zin van artikel 7 van richtlijn 2005/29 [3] en dient dan ook in de reclameboodschap zelf vermeld te worden.

 

Voetnoten:

[1] Arrest van 8 februari 2017, Carrefour Hypermarchés v. ITM, C-562/15, EU:C:2017:95.

[2] Richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame, OJ 2006 L 376/21.

[3] Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt, OJ 2005 L 149/22.

Team

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more