Short Reads

Afdeling verduidelijkt omstandigheden waaronder verplaatsing van bestaande functies en gebruiksmogelijkheden binnen hetzelfde plangebied kwalificeert als 'Nieuwe stedelijke ontwikkeling'

Afdeling verduidelijkt omstandigheden waaronder verplaatsing van best

Afdeling verduidelijkt omstandigheden waaronder verplaatsing van bestaande functies en gebruiksmogelijkheden binnen hetzelfde plangebied kwalificeert als 'Nieuwe stedelijke ontwikkeling'

18.04.2017 NL law

In een uitspraak van 22 maart 2017 heeft de Afdeling meer duidelijkheid verschaft over de vraag onder welke omstandigheden verplaatsing van bestaande functies en gebruiksmogelijkheden binnen hetzelfde plangebied kwalificeert als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Ontwikkeling' als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening ("Bro").*

De Afdeling verduidelijkt dat uitsluitend moet worden gekeken naar de vraag of bebouwingsmogelijkheden, uitgedrukt in bebouwd oppervlakte en bouwhoogte, als gevolg van de verplaatsing toenemen. Niet van belang is of de verplaatsing leidt tot een ontwikkeling met een groter aantal vierkante meters aan bedrijfsvloeroppervlakte ("bvo") dan mogelijk was voor de verplaatsing.

De vraag of al dan niet sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is van belang omdat een bestemmingsplan dat voorziet ineen nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking ("Ladder"). Dat betekent onder meer dat de actuele regionale behoefte ervan moet worden aangetoond en moet worden onderzocht of de ontwikkeling kan worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied.

Uitgangspunt

Het is inmiddels vaste jurisprudentie dat bij beantwoording van de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld in hoeverre het plan in vergelijking met het voorgaande plan voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte het plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande plan.

Voor de situatie waarin een bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging maar niet in een nieuw ruimtebeslag heeft de Afdeling al op 20 april 2016 geoordeeld dat een dergelijk bestemmingsplan in beginsel niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, tenzij de functiewijziging substantieel is (ECLI:NL:RVS:2016:1075 en ECLI:NL:RVS:2016:1064). Hierover verscheen eerder al een blogbericht op www.stibbeblog.nl.

Ook doet zich regelmatig de situatie voor dat de planologische functies en de daarbij behorende gebruiksmogelijkheden gelijk blijven maar de situering binnen het plangebied verandert. Op 22 maart 2017 heeft de Afdeling ten aanzien van deze situatie meer duidelijkheid verschaft.

De casus

De zaak die ten grondslag ligt aan de uitspraak van 22 maart 2017 had betrekking op een bestemmingsplan dat voorziet in de bouw van een onderwijsgebouw ten behoeve van twee mbo-onderwijsinstellingen. Deze onderwijsfunctie en de daarbij behorende gebruiksmogelijkheden waren in het voorgaande bestemmingsplan reeds toegestaan. Maar deze functie was in het vorige bestemmingsplan verdeeld over drie bouwvlakken van totaal 4.385 m2 met een (potentieel) maximum bedrijfsvloeroppervlak van 11.819 m2. Het nieuwe bestemmingsplan voorzag in één bouwvlak van circa 9.300 m2 (en daarmee in een ruim tweemaal zo grote 'footprint') en een verhoging van de bouwhoogte met 5 meter. Het aantal vierkante meters bvo was in het nieuwe plan echter beperkt tot 10.000 m2.

Omdat de gebruiksmogelijkheden in het oude en het nieuwe plan gelijk waren en het totale bvo was afgenomen, was volgens de gemeenteraad geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dat de bebouwing in het nieuwe plan anders gesitueerd wordt, doet daaraan volgens de gemeenteraad niets af. Volgens de gemeenteraad behoefde er dan ook geen toetsing aan de Ladder.

Uitspraak Afdeling

De Afdeling volgt het betoog van de gemeenteraad niet en overweegt dat het maximaal aantal vierkante meters bvo weliswaar met ongeveer 15% is afgenomen, maar dat de maximale bebouwingsoppervlakte fors is toegenomen. Ook is de maximaal toegestane bouwhoogte met 5 meter verhoogd. Hieruit leidt de Afdeling af dat sprake is van een aanzienlijke toename aan bebouwingsmogelijkheden ten opzichte van het vorige bestemmingsplan. Derhalve is naar het oordeel van de Afdeling sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid Bro.

Observaties

Met deze uitspraak verduidelijkt de Afdeling de eerder ingezette lijn voor het beoordelen van de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uit de uitspraak volgt dat de Afdeling bij de vergelijking tussen het oude en nieuwe bestemmingsplan geen doorslaggevende waarde hecht aan de totale omvang de nieuwe ontwikkeling, uitgedrukt in vierkante meters bvo. De Afdeling beperkt zich tot een zogenoemde footprint-benadering' (hoeveel vierkante meter van het perceel wordt er bebouwd?).

Hoewel deze benadering al zou kunnen worden afgeleid uit een uitspraak van 21 oktober 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3213), deed de Afdeling eveneens op 21 oktober 2015 een uitspraak waarin de Afdeling anders oordeelde. In die uitspraak hechtte de Afdeling doorslaggevende waarde aan het feit dat het totaal aantal vierkante meters bvo substantieel was verminderd (van 21.000 naar 15.500 m2), ondanks dat het bouwvlak was vergroot van 11.000 naar 14.500 m2 en bovendien anders was gesitueerd (ABRvS 21 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3241). Blijkens de uitspraak van 22 maart 2017 speelt het aantal vierkante meters bvo echter toch geen doorslaggevende rol.

De keuze voor een footprint-benadering is enerzijds goed verdedigbaar vanuit de ratio van de artikel 3.1.6, tweede lid Bro, te weten een zorgvuldig ruimtegebruik en het voorkomen van onnodig ruimtebeslag, maar verhoudt zich in onze visie lastig met de wijze waarop de actuele regionale behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling volgens de Afdeling moet worden aangetoond. Daarbij gaat het immers om een analyse van de omvang van de nieuwe ontwikkeling tegenover het bestaande aanbod, uitgedrukt in vierkante meters bvo. De wijze waarop deze vierkante meters bvo ruimtelijk worden gesitueerd is, enkele uitzonderingen daar gelaten, daarbij niet van belang. Bovendien staat de footprint-benadering op gespannen voet met een andere component van de Ladder, te weten het voorkomen van leegstand. Toename van het aantal vierkante meters bvo binnen een gelijkblijvende footprint, kan immers leiden tot een ongewenste toename van de leegstand. Enerzijds omdat de extra vierkante meters vanwege een beperkte regionale behoefte leiden tot leegstand elders, ofwel omdat bij slecht functioneren van de nieuwe ontwikkeling een groter aantal vierkante meters bvo leeg komt te staan.

Dat leidt ertoe dat het mbo-schoolgebouw van 10.000 m2 bvo uit de casus, uitgaande van een footprint van 4.385 m2 verdeeld over drie verdiepingen niet, maar een mbo-schoolgebouw van eveneens 10.000 m2 bvo met een footprint van 9.300 m2 bvo verdeeld over drie verdiepingen wel kwalificeert als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De vraag is of een dergelijk onderscheid wenselijk is. Op die manier zou een ontwikkeling door deze op een bepaalde manier te situeren immers onder de reikwijdte van artikel 3.1.6, tweede lid Bro vandaan gehaald kunnen worden.

De uitspraak van 22 maart 2017 illustreert dat het op zich mogelijk is om een bestaande functie en de daarbij behorende gebruiksmogelijkheden uit een bestemmingsplan te verplaatsen, concentreren of transformeren binnen het plangebied, zonder dat behoeft te worden getoetst aan de Ladder. Het is daarbij wel van belang dat de bebouwingsmogelijkheden nagenoeg gelijk blijven. Bij de beoordeling van de vragen in hoeverre het plan in vergelijking met het voorgaande plan voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte het plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande plan, speelt het totaal aantal vierkante meters bvo kennelijk geen doorslaggevende rol.

Gegevens uitspraak:

ABRvS 22 maart 2017

ECLI:NL:RVS:2017:774

201508553/1/R1

*Jan Reinier van Angeren staat in deze procedure de gemeenteraad bij.

Related news

31.03.2020 NL law
Als het moet, kan het snel (en digitaal): vanwege de coronacrisis op weg naar een Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming

Short Reads - In crisistijd kan veel en snel. Beraadslagingen en besluitvorming blijven ook nu noodzakelijk, maar de wettelijke grondslag om dit digitaal te doen ontbreekt. Daarom is er aan de Tweede Kamer een wetsvoorstel terzake voorgelegd, dat slechts in enkele dagen is voorbereid. De wet treedt, zo is de bedoeling, op korte termijn in werking.

Read more

19.03.2020 NL law
Nederland ‘op slot gooien’ vanwege corona: wie is daartoe bevoegd?

Short Reads - ‘Het coronavirus houdt ons land in de greep’. Dit waren de eerste woorden van premier Rutte toen hij maandag 16 maart 2020 Nederland toesprak over de coronacrisis. In de strijd tegen (de verdere verspreiding van) het coronavirus kiest het kabinet er momenteel voor om het virus maximaal te controleren. Maximaal controleren betekent maatregelen nemen om de piek in het aantal besmettingen af te vlakken en dit aantal te verspreiden over een langere periode.

Read more

27.03.2020 BE law
Bijzondere volmachten in tijden van crisis: wat kan en wat niet?

Short Reads - In haar advies van 25 maart 2020 analyseert de afdeling Wetgeving van de Raad van State het wetsvoorstel van 21 maart 2020 tot bijzondere machtiging aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19. Het advies brengt de algemene beginselen inzake bijzondere machten in herinnering en plaatst daarnaast enkele kritische kanttekeningen bij het wetsvoorstel zelf. Voor liefhebbers van het grondwettelijk recht vormt het advies van de afdeling Wetgeving daarom een welgekomen afleiding in tijden van lockdown. 

Read more

18.03.2020 BE law
Corona Checklist for (Supply) Contracts in the Energy & Industry Sector

Short Reads - The outbreak of the corona virus is affecting economies worldwide. Many governments are taking measures to mitigate the spread of the corona virus. Increasingly, this is leading to supply bottlenecks, assembly line stoppages, etc. The table below provides a short checklist of the most common issues that may arise in your contract.

Read more

22.03.2020 BE law
Les fenêtres (vues et jours) dans l’ère du nouveau Code civil. Que faut-il retenir ?

Articles - La loi portant création d'un Code civil a été promulguée le 13 avril 2019 et publiée le 14 mai 2019 au Moniteur belge. La loi portant le livre 3 « Les biens » du Code civil a, quant à elle, été promulguée le 4 février 2020 et vient d’être publiée ce 17 mars 2020. Ce livre 3 entrera en vigueur le 1er septembre 2021. Que prévoit-il en matière de vues et de jours ? Voici un bref aperçu.

Read more

18.03.2020 BE law
Corona Checklist voor (leverings)contracten in de Energie & Industriesector

Short Reads - De uitbraak van het coronavirus treft economieën wereldwijd. Veel regeringen nemen maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Dit leidt in toenemende mate tot leveringsproblemen, stilstand van assemblagelijnen etc. De onderstaande tabel geeft een korte checklist van de meest voorkomende problemen die zich in uw contract kunnen voordoen.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring