Articles

Deurwaardersvaststelling ongeldig bij uitlokking[1]

Deurwaardersvaststelling ongeldig bij uitlokking[1]

Deurwaardersvaststelling ongeldig bij uitlokking[1]

15.09.2016 BE law

De zware concurrentie strijd tussen de twee verkopers van cuberdons op de Gentse Groentenmarkt haalde de pers door de vele klachten, scheld- en zelfs vechtpartijen. De strijd leidde echter ook tot een interessant arrest in verband met de waarde van een deurwaardersvaststelling bij uitlokking en wat uitlokking is.

Bij één van de vaststellingen had een gerechtsdeurwaarder zijn identiteit en hoedanigheid niet meegedeeld, wat op zich geen probleem was. Hij had echter gericht gevraagd naar wat de verkoper vond van de kwaliteit van de cuberdons verkocht door de tegenpartij. Het Hof achtte het waarschijnlijk dat, indien de gerechtsdeurwaarder deze vraag niet had gesteld, de verkoper zich op geen enkele wijze zou hebben uitgelaten over de cuberdons van zijn concurrent.

Volgens het Hof heeft de gerechtsdeurwaarder zich niet beperkt tot de loutere vaststelling van materiële feiten, maar zelf actief zijn medewerking verleend aan de uitlokking hiervan. Er mocht dan ook geen bewijswaarde worden toegekend aan de deurwaardersvaststelling.

[1] Gent 26 oktober 2015, 2015/AR/827, onuitg.

Team

Related news

26.09.2018 BE law
Une publicité licite peut devenir illicite sous le nez d’un concurrent

Articles - Le 7 mai 2018, la Cour d’appel de Gand[1] a de nouveau précisé un certain nombre de circonstances pouvant amener à considérer l’exercice de la liberté du commerce et de la concurrence comme une pratique commerciale illicite. La liberté de concurrence implique en principe la liberté de faire de la publicité et de débaucher une clientèle. Ces pratiques commerciales sont seulement susceptibles de devenir illicites à partir du moment où elles s’accompagnent de circonstances spécifiques et aggravantes.    

Read more

26.09.2018 BE law
Rechtmatige reclame onder de neus van een concurrent kan onrechtmatig worden

Articles - Op 7 mei 2018 verduidelijkte het Hof van Beroep te Gent[1] opnieuw enkele omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat een uitoefening van de principiële vrijheid van handel en concurrentie toch een onrechtmatige handelspraktijk kan uitmaken. De vrijheid van mededinging impliceert dat men in principe vrij is om o.m. reclame te maken en cliënteel af te werven. Alleen wanneer deze handelspraktijken gepaard gaan met specifieke begeleidende bezwarende omstandigheden, kunnen zij een onrechtmatig karakter krijgen.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring