Articles

Hoe ver kan vergunningverlenend bestuur gaan bij opleggen van stedenbouwkundige voorwaarden?

Hoe ver kan vergunningverlenend bestuur gaan bij opleggen voorwaarden?

Hoe ver kan vergunningverlenend bestuur gaan bij opleggen van stedenbouwkundige voorwaarden?

26.10.2016 BE law

De Raad voor Vergunningsbetwistingen toont zich pragmatisch in het aanvaarden van voorwaarden die niet door de enkele wil van de aanvrager te verwezenlijken zijn en input van een derde vereisen. Het besproken arrest gaat in op een project dat doorvertaling van milderende en flankerende maatregelen vereist.

Projectontwikkelaars die een vergunningsdossier voorbereiden, merken almaar meer dat de realisatie van een beoogd project tot het nemen van bepaalde extra, milieugerelateerde maatregelen verplicht. Het gaat daarbij niet zelden om mobiliteitsmaatregelen die zich buiten het projectgebied situeren.

Milderende vs. flankerende maatregelen

Dergelijke mobiliteitsmaatregelen worden veelal aangeduid met termen als “milderende maatregelen” dan wel “flankerende maatregelen”. Hoewel beide maatregelen tot doel hebben de hinder van het aangevraagde project vanuit milieuoogpunt tot een aanvaardbaar niveau te beperken, dekken zij niet dezelfde lading:

  • "Milderende maatregelen" zijn gekoppeld aan het beoogde project en worden hetzij in het project-ontwerp uitgewerkt, hetzij op het vergunningsniveau als voorwaarde opgelegd.
  • "Flankerende maatregelen" overstijgen daarentegen in principe het eigenlijke project (op het vlak van de bevoegdheid van de aanvrager of de afbakening van het projectgebied). Hun realisatie is gecompliceerder: in beginsel kunnen zij hoogstens als stedenbouwkundige vergunningsvoorwaarde worden opgelegd. Het is immers eigen aan "flankerende maatregelen" dat zij niet kunnen worden doorvertaald in het project-ontwerp.  

Flankerende maatregelen als bijzondere vergunningsvoorwaarde?

De Raad voor Vergunningsbetwistingen zette recent in arrest nr. RvVb/A/1516/1394 van 2 augustus 2016 de puntjes op de “i” met betrekking tot de vraag hoe ver het vergunningverlenend bestuur kan gaan bij het opleggen van "flankerende maatregelen" onder de vorm van een bijzondere voorwaarde in een stedenbouwkundige vergunning.

De Raad brengt vooreerst in herinnering dat het vergunningverlenend bestuur bij het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning voorwaarden kan opleggen om de verenigbaarheid van de aanvraag met de goede ruimtelijke ordening te waarborgen. Eén van de criteria van deze beoordeling, is de mobiliteit.

De voor de Raad bestreden vergunningsbeslissing legt als vergunningsvoorwaarde de naleving van het advies van het departement Mobiliteit en Openbare Werken op. Dit advies achtte onder meer een formeel engagement van de aanvrager-werkgever noodzakelijk ten aanzien van het 'Actieplan flankerende maatregelen'. Bovendien situeerde het advies dit formeel engagement voorafgaand aan de opening van het project. Het 'Actieplan flankerende maatregelen' vermeldt onder meer als flankerende maatregel: “[o]nderzoek naar een systeem in overleg met de NMBS en Blue-Bike nationaal voor Securex uit [t]e rollen. Dit met als doel om mensen vanuit andere zetels de kans te geven om met de trein naar de hoofdzetel in Gent te komen. Dit moet het aantal bezoekers met de wagen vanuit andere vestigingen reduceren”.

Hoewel de aanvrager het vermelde onderzoek niet zonder overleg met een derde partij (NMBS/Blue-Bike) kan uitvoeren, overweegt de Raad voor Vergunningsbetwistingen dat het om een formeel engagement gaat. Dat formeel engagement betreft niets meer dan een verbintenis van de aanvrager-werkgever ten aanzien van het 'Actieplan flankerende maatregelen'. De Raad besluit dat het aangaan van een dergelijke eenzijdige verbintenis door eigen toedoen van de aanvrager kan worden gerealiseerd. Het is dus toelaatbaar is in het licht van artikel 4.2.19, § 1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Dit arrest bevestigt dat vergunningverlenende overheden de mogelijkheid hebben om ook formele engagementen tot uitvoering van flankerende maatregelen als bijzondere voorwaarde op te leggen. In het licht van het besproken arrest staat de betrokkenheid van derden bij de concrete uitvoering van deze flankerende maatregelen daar niet (noodzakelijk) aan in de weg.

Voor meer informatie over stedenbouwkundige voorwaarden en milderende maatregelen, contacteer ons gerust.

 

 

 

Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze publicatie werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze publicatie bevat. De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevat geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze publicatie zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Stibbe is niet aansprakelijk voor eventuele acties of beslissingen die door de lezer zijn genomen na lezen van de publicatie. Het raadplegen van deze publicatie doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze publicatie dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden.

Team

Related news

14.02.2020 EU law
Does your everyday cleaning product qualify as a 'biocidal product' under European legislation?

Articles - On 19 December 2019, the Court of Justice of the European Union (CJEU) ruled on the concept of 'biocidal product', as defined in article 3 of Regulation 528/2012 on the making available on the market and use of biocidal products, in a case on a cleaning product primarily used "to ensure the absence of mould". According to the CJEU, the concept of ‘biocidal product’ is to be interpreted broadly, hereby also broadening the scope of application of Regulation 528/2012.

Read more

12.02.2020 NL law
Van inspraakverordening naar participatieverordening op decentraal niveau

Short Reads - De regering stelt voor om de reikwijdte van de decentrale inspraakverordeningen te vergroten naar de uitvoering en evaluatie van decentraal beleid. Dat staat in een conceptwetsvoorstel dat op 9 december 2019 ter internetconsultatie is voorgelegd. Het conceptwetsvoorstel beoogt een wijziging van onder meer de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet.

Read more

12.02.2020 NL law
Het oproepen en horen van getuigen in het bestuursrecht: hoe zit het ook al weer?

Short Reads - Het oproepen van getuigen en het horen daarvan ter zitting door de bestuursrechter heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 15 november 2019 overzichtelijk in kaart gebracht. Dat arrest, dat door de belastingkamer in een bestuurlijke boetezaak is gewezen, is ook voor andere terreinen van het bestuursrecht van belang. Mede ook omdat het horen van getuigen buiten het fiscale bestuursrecht nog in de kinderschoenen staat. In dit bericht bespreken we daarom de mogelijkheden die er bestaan om getuigen te (laten) oproepen en hoe de bestuursrechter daarmee moet omgaan.

Read more

12.02.2020 NL law
Omgevingsrecht en mobiliteit: hoe werkt het afwijken van parkeernormen in bestemmingsplannen?

Short Reads - Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, Bro kan een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Van deze mogelijkheid maken gemeenteraden in hun bestemmingsplannen vaak gebruik als het gaat om parkeernormen

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring