Short Reads

FAQ: Wanneer moet een ongewoon voorval op grond van de Wet milieubeheer gemeld worden?

FAQ: Wanneer moet een ongewoon voorval op grond van de Wet milieubeheer gemeld worden?

FAQ: Wanneer moet een ongewoon voorval op grond van de Wet milieubeheer gemeld worden?

16.11.2016 NL law

Een incident zit in een klein hoekje. Een ogenschijnlijk klein incident in een inrichting kan echter grote gevolgen met zich brengen. Als zich binnen een inrichting een ongewoon voorval voordoet, is de drijver van die inrichting verplicht om dat ongewone voorval aan het bevoegd gezag te melden. In de praktijk levert dit met enige regelmaat vragen op, want wanneer is een voorval zo ongewoon dat het gemeld moet worden?

In dit blogbericht zetten wij uiteen wat deze verplichting in de praktijk betekent en hoe de meldplicht ingeperkt kan worden. Daarnaast geven we een checklist waarmee een bedrijf kan nalopen of zij een ongewoon voorval moet melden.

De meldplicht van artikel 17.2 Wm houdt in dat ongewone voorvallen zo spoedig mogelijk bij het bevoegd gezag moeten worden gemeld. Het gaat om die ongewone voorvallen die zich binnen een inrichting hebben voorgedaan én die nadelige gevolgen voor het milieu hebben of kunnen hebben.

Uit de wet volgt dus niet wanneer en binnen welke termijn moet worden gemeld. Dit wordt bepaald door de invulling van open normen en deze invulling kan aanleiding geven tot discussie. Hoe deze normen in de praktijk door het bevoegd gezag worden ingevuld, zetten we in deze blog uiteen.

Wat is een ongewoon voorval?

Wanneer sprake is van een ongewoon voorval is in de wet niet gedefinieerd. Wat dan wel onder ongewoon voorval moet worden verstaan, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) in haar vaste jurisprudentie bepaald. Volgens de Afdeling is een ongewoon voorval 'elke gebeurtenis in een inrichting, ongeacht de oorzaak daarvan, die afwijkt van de normale bedrijfsactiviteiten; dit begrip omvat derhalve zowel storingen in het productieproces en storingen in de voorzieningen van de inrichting als ongelukken en calamiteiten.'

Er is dus al gauw sprake van een ongewoon voorval, want zodra een voorval afwijkt van de normale bedrijfsactiviteiten is het al ongewoon. Een onschuldig incident, zoals het morsen van een bepaalde stof, kan hier ook onder vallen.

Wanneer is sprake van nadelige gevolgen voor het milieu?

Een ongewoon voorval hoeft alleen gemeld te worden als het ongewone voorval nadelige gevolgen voor het milieu heeft of kan hebben.

Wanneer sprake is van gevolgen voor het milieu is gedefinieerd in artikel 1.1 lid 2 sub a en sub b Wm. Hiermee worden álle mogelijke gevolgen voor het milieu bedoeld (Kamerstukken II 1988,89, 21 087, nr. 3, p. 31). Hiervan kan gauw sprake zijn.

Indien is vastgesteld dat er sprake is van gevolgen voor het milieu, is de volgende stap dat vastgesteld moet worden of deze gevolgen ook nadelig zijn. Dit is afhankelijk van de omstandigheden en verschilt per ongewoon voorval. Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt in ieder geval dat niet ieder gevolg voor het milieu nadelig hoeft te zijn. Bijvoorbeeld als door de geringe hoeveelheid gelekte stof en de opvang en afvoer daarvan geen nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan.

Gevolgen buiten de inrichting

Goed om te realiseren is dat het begrip 'milieu' volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling, zijn begrenzing vindt in het begrip 'inrichting'. Dat betekent dat de meldingsplicht alleen ziet op nadelige gevolgen voor het milieu buiten de inrichting. Zie hierover ook de annotatie van Anna Collignon.

Causaal verband

Tot slot moeten de nadelige gevolgen toe te rekenen zijn aan het ongewone voorval. Met andere woorden, er moet sprake zijn van een causaal verband tussen het ongewone voorval en de nadelige gevolgen voor het milieu.

Hoe 'spoedig' moet het ongewone voorval gemeld worden?

De drijver van een inrichting moet het ongewone voorval zo spoedig mogelijk aan het bevoegd gezag melden. Wanneer hieraan is voldaan, volgt niet uit de wettelijke bepaling. Uit jurisprudentie is af te leiden dat zo spoedig mogelijk betekent zodra dit mogelijk is. Wanneer dit mogelijk is, hangt af van de omstandigheden van het geval. In de literatuur wordt de opvatting gehuldigd dat dit betekent, zodra dit feitelijk mogelijk is (AB 2005/80, m.nt. F.C.M.A. Michiels). In de praktijk wil dit nog wel eens misgaan, omdat een bedrijf zich niet of te laat realiseert dat een voorval meldingsplichtig is. Overtreding van de meldplicht kan zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden gehandhaafd; het is dus zaak hier alert op te zijn!

Reikwijdte van de meldplicht

In een inrichting komen ook kleine incidenten voor. De nadelige gevolgen voor het milieu van deze kleine incidenten zijn niet altijd significant. Toch zijn deze kleine incidenten op grond van artikel 17.2 Wm wel meldingsplichtig.

Het werd door zowel de praktijk als de wetgever als onnodig belastend ervaren dat al deze ongewone voorvallen zonder merkbare milieueffecten, onmiddellijk gemeld moesten worden. Daarom is in 2011 de mogelijkheid in de wet opgenomen om de ruime meldplicht in te perken (artikel 17.2 lid 4 Wm, ingevoegd bij Kamerstukken II 2009-2010, 32 445, nr. 3, p. 3).

Op grond van dit artikel kan het bevoegd gezag voor deze kleine incidenten een afwijkende regeling treffen. Deze afwijkende regeling houdt in dat deze kleine incidenten pas binnen een bepaalde termijn moeten worden gemeld of geregistreerd. Het bevoegd gezag kan bijvoorbeeld een vergunningvoorschrift aan de omgevingsvergunning verbinden of een maatwerkvoorschrift stellen.

Deze beperking van de meldplicht kan een enorm voordeel voor een inrichting betekenen. Zoals gezegd, is overtreding van de meldplicht zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk handhaafbaar. Daarom is het zonde dat in de praktijk nog maar beperkt gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot inperking van de meldplicht om handhaving te voorkomen. Daarom adviseren wij drijvers van inrichtingen in overleg te treden met het bevoegd gezag om te kijken welke mogelijke beperkingen op de meldplicht kunnen worden gemaakt.

Blik op de toekomst: de Omgevingswet

Afdeling 19.1 van de nieuwe Omgevingswet ziet op ongewone voorvallen. Het begrip 'ongewoon voorval' wordt in de bijlage bij de Omgevingswet gedefinieerd als een gebeurtenis, ongeacht de oorzaak daarvan, die afwijkt van het normale verloop van een activiteit, zoals een storing, ongeluk of calamiteit waardoor significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. Specifiek worden genoemd een inbreuk op de vergunningsvoorwaarden (als bedoeld in artikel 8 van de Richtlijn Industriële Emissies) of een zwaar ongeval (als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de Seveso-richtlijn). Met deze definitie wordt het begrip 'ongewoon voorval' breder dan nu het geval is.

Op grond van artikel 2.16 van het Ontwerpbesluit activiteiten leefomgeving moeten ongewone voorvallen gemeld worden. Het artikel luidt als volgt:

"Artikel 2.16 (informeren over een ongewoon voorval)

Het bevoegd gezag of de commissaris van de Koning, voor zover het ongewoon voorval betrekking heeft op luchtverontreiniging, wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval."

Uit de artikelsgewijze Nota van Toelichting bij het Ontwerpbesluit activiteiten leefomgeving blijkt dat met voornoemde meldingsplicht geen wijziging is beoogd ten opzichte van de regeling, zoals die nu geldt op grond van artikel 17.2 Wet milieubeheer. In een afzonderlijk blogbericht wordt nader ingegaan deze meldplicht.

Checklist: moet een incident gemeld worden?

Aan de hand van onderstaande visual kan gecheckt worden of een incident gemeld moet worden.

r_16_meldplicht_06

 

Team

Related news

10.10.2019 NL law
Valérie van 't Lam and Jan van Oosten speak during the Day of the Environmental and Planning Act

Speaking slot - Valérie van ’t Lam has been invited to speak at the “Companies, Environment and the Environment plan” session during the Day of the Environmental and Planning Act (Omgevingswet), which will be held on 10 October 2019. Besides Valérie, Jan van Oosten will speak at the session “Transitional law and the Environmental and Planning Act”.

Read more

18.09.2019 NL law
Geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel, wat nu?

Short Reads - Zoals bekend heeft de Afdeling op 29 mei 2019 (Amsterdamse dakopbouw,) de eisen voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel versoepeld. Het perspectief van de burger staat sindsdien centraler. Dat plaatst overheden voor een nieuw probleem: hoe te handelen als een bindende toezegging is gedaan die niet (meer) nagekomen kan of mag worden? Daarover heeft de Afdeling nauwelijks iets gezegd.

Read more

02.10.2019 NL law
Follow-up Seminar: noise and the environmental plan

Seminar - Stibbe is organising a follow-up seminar on the subject of noise and environmental plan, to be held on 1 October 2019 in Amsterdam. The environmental plan will act as the central instrument in the Environmental Act, regulating use and development of the physical environment, distributing available environmental space, directing environmentally harmful activities and regulating cost recovery in the case of spatial developments. 

Read more

19.09.2019 NL law
De kloof tussen stad en platteland: gekraai om niets?

Short Reads - In Frankrijk werd het nieuws deze zomer deels beheerst door de juridische strijd over het matineuze gekraai van haan Maurice. Die zomer begon zowat in mei van dit jaar toen het echtpaar Biron een zaak aanhangig maakte bij de rechtbank in Rochefort vanwege overlast van hun buurhaan.

Read more

11.09.2019 EU law
Legal trend: climate change litigation

Articles - Climate change cases can occur in many shapes and forms. One well-known example is the Urgenda case in which the The Hague Court condemned the Dutch government in 2015 for not taking adequate measures to combat the consequences of climate change. Three years later, the Court of Justice of The Hague  upheld this decision, and it is now pending before the Dutch Supreme Court. This case is expected to set a precedent for Belgium, i.a. Since both the Belgian climate case and the Urgenda case are in their final stages of proceedings, this blog provides you with an update on climate change litigation.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring