Articles

De Raad van State geeft een strenge invulling aan een zorgvuldig prijsonderzoek

De Raad van State geeft een strenge invulling aan een zorgvuldig prijsonderzoek

De Raad van State geeft een strenge invulling aan een zorgvuldig prijsonderzoek

29.11.2016 BE law

De Raad van State geeft een strenge invulling aan de verplichting tot het voeren van een zorgvuldig prijsonderzoek. 

Een aanbestedende overheid voldoet niet aan de op haar rustende verplichting tot het voeren van een zorgvuldig prijsonderzoek door de betrokken inschrijver(s) louter uit te nodigen...

Een aanbestedende overheid voldoet niet aan de op haar rustende verplichting tot het voeren van een zorgvuldig prijsonderzoek door de betrokken inschrijver(s) louter uit te nodigen om hun prijsopgave nader te verduidelijken en in het licht hiervan een aantal rekenkundige correcties door te voeren.

Het komt immers aan de aanbestedende overheid toe om de door de inschrijver(s) geboden bijkomende inlichtingen ook daadwerkelijk en op zorgvuldige wijze te onderzoeken in het licht van de concrete omstandigheden van elke zaak. Dit dient tevens op afdoende wijze tot uiting te komen in de stukken van het administratief dossier, bij gebreke waarvan de aanbestedende overheid de door haar gehanteerde handelwijze niet in rechte zal kunnen bewijzen.

De Raad van State oordeelde op 29 november 2016 in een schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid dat een aanbestedende overheid (ook) bij een onderhandelingsprocedure (met bekendmaking) een prijsonderzoek moet voeren dat in overeenstemming is met het zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel. Dit staat overigens los van de beslissing om – naderhand – al dan niet een onderzoek in te stellen naar abnormale prijzen.

Inzonderheid dient de aanbestedende overheid hierbij na te gaan of de door de inschrijvers opgegeven prijzen (die in voorkomend geval op verzoek van de aanbestedende overheid verder verduidelijkt werden in een gedetailleerde berekeningstabel) op realistische elementen berusten en op een correcte wijze zijn berekend.

Een aanbestedende overheid is krachtens art. 21, § 1 KB Plaatsing van 15 juli 2011 te allen tijde gehouden om een prijsonderzoek te voeren en dit ongeacht de gunningsprocedure. Hierbij kan de aanbestedende overheid de inschrijvers uitnodigen om alle nodige inlichtingen ter zake te verstrekken. In beginsel beschikt de aanbestedende overheid over een ruime discretionaire bevoegdheid om de ingewonnen inlichtingen te beoordelen.

In onderhavige zaak had de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn een overheidsopdracht uitgeschreven voor de levering van ca. 146 tramtoestellen. Volgens het bestek werden de offertes van de inschrijvers beoordeeld in het licht van twee gunningscriteria, met name (i) een financieel criterium (i.e. prijs) en (ii) een technisch criterium. De inschrijvers dienden in hun offerte o.a. (i) een onderhoudsprogramma voor preventief onderhoud van de tramtoestellen aan te leveren alsook (ii) de (daarbij horende) kosten voor voormeld preventief onderhoud.

Dienaangaande heeft De Lijn zowel Bombardier (i.e. de verzoekende partij) als de gekozen inschrijver (i.e. CAF) uitgenodigd om in het licht van een gedetailleerde berekeningstabel die gesteund is op hun respectievelijk onderhoudsplan in concreto aan te tonen op welke wijze de door hen opgegeven kosten van het preventief onderhoud berekend zijn. In het licht hiervan heeft De Lijn een aantal rekenkundige correcties doorgevoerd in de offertes van beide partijen. Hieruit bleek dat, voor wat de prijs van preventief onderhoud betreft, het prijsverschil tussen beide inschrijvers ca. 23% bedroeg. In ieder geval volstaat het niet dat er sanctiemechanismes bestaan die een niet-correctie uitvoering penaliseren.

De Raad van State kwam tot het besluit dat De Lijn op het eerste zicht verzaakt had aan het zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel door niet te hebben onderzocht of de aangeboden onderhoudsprogramma’s en de daarbij horende kosten van het preventief onderhoud op realistische en correcte wijze zijn berekend. Aldus heeft de Raad een strenge invulling gegeven aan de verplichting tot het voeren van een zorgvuldig prijsonderzoek. Niettegenstaande De Lijn de inschrijvers om bijkomende inlichtingen had verzocht, bleek volgens de Raad immers niet op afdoende wijze uit de stukken van het dossier dat zij deze in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak ook daadwerkelijk op zorgvuldige wijze had onderzocht. Derwijze valt dan ook aan te bevelen om het gevoerde prijsonderzoek zoveel als mogelijk te documenteren teneinde de handelwijze van de aanbestedende overheid te kunnen staven in het kader van een gebeurlijke procedure.

Link: RvS, nr. 236.575 van 29/11/2016

Team

Related news

13.06.2019 NL law
Afdeling stelt grens aan opleggen duurzaamheidseisen via zorgplicht of milieuvergunning op te leggen aan bedrijven

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("Afdeling") heeft op 17 april 2019 een belangrijke uitspraak gewezen voor de milieupraktijk. De Afdeling overweegt dat geen vergunningvoorschriften kunnen worden opgelegd tot het maken van een besparingsplan voor een geheel vervoerstraject van en naar de inrichting.

Read more

05.06.2019 BE law
Part two - GDPR and Public Law: Data protection in public procurement

Articles - Since the General Data Protection Regulation (“GDPR”) became applicable almost one year ago, multiple questions have arisen about its interaction with other fields of law. In this three-part blog series of “GDPR and public law”, we discuss three capita selecta of the interaction of GDPR with public law and government. In this blog we discuss some GDPR-related aspects of public procurement.

Read more

28.05.2019 NL law
Afdelingsuitspraak over vertrouwensbeginsel komt eraan, wat kunnen we verwachten?

Short Reads - Op 29 mei 2019 doet de Afdeling een belangrijke uitspraak over de werking van het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht. Belangrijk, omdat de Afdeling in deze zaak een conclusie heeft gevraagd van staatsraad-advocaat-generaal Wattel en dus verwacht mag worden dat de uitspraak principiële overwegingen zal bevatten. Ter opfrissing van het geheugen in deze blog een korte samenvatting van de conclusie van Wattel van 20 maart jl., gevolgd door wat meer achtergrond. Aan het slot geef ik wat eigen overpeinzingen en verwachtingen over de uitspraak van morgen.

Read more

07.06.2019 BE law
Part three - GDPR and public law: To retroact or not?

Articles - Since the General Data Protection Regulation (“GDPR”) became applicable almost one year ago, multiple questions have arisen about its interaction with other fields of law. In this three-part blog series of “GDPR and public law”, we discuss three capita selecta of the interaction of GDPR with public law and government. In this blog we discuss the retroactive application of GDPR.

Read more

27.05.2019 BE law
Grondwettelijk Hof spreekt zich uit over de bestaanbaarheid van de schadevergoeding tot herstel bij de Raad van State met het gelijkheidsbeginsel en non-discriminatiebeginsel

Articles - Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat artikel 11bis RvS-wet de artikelen 10-11 Gw. niet schendt en dat het dus niet onredelijk is dat de verwerende partij bepaalde gevolgen moet dragen van de keuze van de verzoekende partij, om zich tot de Raad van State dan wel de burgerlijke rechter te wenden voor het verkrijgen van een schadevergoeding.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring