Short Reads

Hoofdpunten brief Invoeringswet Omgevingswet deel 2: digitalisering en omgevingsplanactiviteit

Hoofdpunten brief Invoeringswet Omgevingswet deel 2: digitalisering en omgevingsplanactiviteit

Hoofdpunten brief Invoeringswet Omgevingswet deel 2: digitalisering en omgevingsplanactiviteit

31.05.2016 NL law

Bij brief van 19 mei 2016 zond de minister van Infrastructuur en Milieu een brief aan de Tweede Kamer waarin zij ingaat op de Invoeringswet Omgevingswet. Deze brief bespreek ik in drie delen. In dit tweede deel ga ik met name in op digitalisering, de introductie van de omgevingsplanactiviteit, en de herintroductie van de gefaseerde omgevingsvergunning voor bouwen.

In het eerste deel besprak ik de wijzigingen in de regeling voor planschadevergoeding en punitieve handhaving. In het derde deel komt het overgangsrecht aan bod. De Omgevingswet zal volgens de huidige planning in het voorjaar van 2019 in werking treden.

Digitalisering

  • Naar aanleiding van het amendement Smaling is artikel 20.20 over een digitaal stelsel voor de informatievoorziening over de fysieke leefomgeving aan de Omgevingswet toegevoegd. De Invoeringswet maakt het mogelijk dat regels kunnen worden gesteld over 1. voorzieningen die onderdeel zijn van het stelsel; 2. gemeenschappelijke definities (in de standaarden); 3. in- en uitgaande gegevensstromen; 4. gegevenskwaliteitseisen aan gegevensstromen; en 5. taken en verantwoordelijkheden van de verschillende organisaties.
  • Het is de ambitie om tot 2024 stapsgewijs alle relevante beschikbare informatie, zowel over de van toepassing zijnde wet- en regelgeving als de gegevens over de fysieke omgevingskwaliteit ter plaatse, met één klik op de kaart beschikbaar te hebben en begrijpelijk te tonen.

Opmerking: de ‘digitaliseringsoperatie’ zal zich in de praktijk moeten bewijzen. Voor de gebruiker is een betrouwbaar en soepel werkend systeem dat ook draait op een tablet van groot belang.

Omgevingsplanactiviteit

  • De term ‘afwijkactiviteit’ wordt vervangen door ‘omgevingsplanactiviteit’.
  • Met het aangenomen wetsvoorstel Omgevingswet kunnen gemeenten een vergunningplicht via een omweg opnemen in het omgevingsplan: de activiteit moet eerst worden verboden, waarna een vergunning kan worden verleend om van dit verbod af te wijken (buitenplanse vergunning). De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in dit kader aangedrongen op de mogelijkheid voor gemeenten om zelf in het omgevingsplan te kunnen bepalen of voor een activiteit een vergunning nodig is. In lijn met dit voorstel zal in het wetsvoorstel Invoeringswet een grondslag voor een vergunningenstelsel in het omgevingsplan worden opgenomen (binnenplanse vergunning). Hierbij kan gedacht worden aan een vergunningplicht voor bouwwerken, sloopactiviteiten of het aanbrengen van veranderingen aan beschermde monumenten. Hierdoor zijn er straks twee soorten vergunningen mogelijk: binnenplanse en buitenplanse.
  • De combinatie van een binnenplanse en buitenplanse vergunningstelsel onder de Omgevingswet leidt niet tot een procedurele stapeling, zoals dat nu onder de Wabo het geval is. Indien de binnenplanse vergunning voor een activiteit moet worden geweigerd, moet die activiteit op grond van de Wabo ook worden aangemerkt als een andere activiteit om af te wijken van het bestemmingsplan, waarna de vergunning voor beide activiteiten als nog kan worden verleend. De Invoeringswet regelt dat wanneer een omgevingsvergunning op grond van het omgevingsplan moet worden geweigerd, de vergunningaanvraag binnen dezelfde procedure alsnog kan worden toegekend in het belang van het toekennen van functies aan locaties.

Opmerking: mijn indruk is dat ook onder de Wabo ten aanzien van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen die strijdig is met het bestemmingsplan, op grond van artikel 2.10 lid 2 Wabo binnen dezelfde procedure wordt bezien of deze via een binnenplanse afwijking, via een kruimelafwijking dan wel  projectafwijking kan worden verleend (respectievelijk artikel 2.12 lid 1 aanhef en onder a nummers 1 – 3 Wabo). Verder is het mij niet geheel duidelijk welk verschil de introductie van de omgevingsplanactiviteit nu daadwerkelijk maakt ten opzichte van de systematiek zoals opgenomen in het aangenomen wetsvoorstel.

Herintroductie van de gefaseerde omgevingsvergunning voor bouwen

Opmerking: tot de inwerkingtreding van de Wabo op 1 oktober 2010 voorzag artikel 56a Woningwet (oud) in een gefaseerde bouwvergunning. Deze fasering had betrekking op het toetsingskader. Een aanvraag om bouwvergunning eerste fase werd onder meer getoetst aan het bestemmingsplan en de welstandsnota. De aanvraag om een bouwvergunning tweede fase werd onder meer getoetst aan het Bouwbesluit. Deze systematiek leidde ertoe dat zonder dat de initiatiefnemer het bouwplan in technische zin compleet hoefde uit te werken (en daarvoor kosten moest maken), zekerheid kon worden verkregen in hoeverre het bouwplan zou passen binnen het bestemmingsplan. Dat moest bij de aanvraag om bouwvergunning tweede fase, waarbij aan het Bouwbesluit werd getoetst.

Opmerking: artikel 56a Woningwet kwam met de inwerkingtreding van de Wabo te vervallen. De Wabo voorziet met artikel 2.5 ook in een faseringsregeling, maar die strekt er niet toe dat gefaseerd aan bepaalde delen van het toetsingskader kan worden getoetst, maar dat gefaseerd kan worden in de aanvraag van zelfstandige complete activiteiten (zoals bouwen of het oprichten van een inrichting).

  • Via de Invoeringswet wil de Minister de vergunning voor de bouwactiviteit splitsen in een vergunning met het oog op 1. de technische regels voor een bouwwerk en 2. de regels van het omgevingsplan.
  • De technische regels voor een bouwwerk komen te staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Via het Invoeringsbesluit wil de Minister in het Bbl de vergunningplicht beperken tot bouwwerken met een zwaarder risicoprofiel (zoals bouwwerken met meerdere bouwlagen en verdiepingsvloeren of verbouwingen met wijzigingen in de brandcompartimentering).
  • De regels die onder het huidige stelsel staan in het bestemmingsplan, de bouwverordening en de welstandsnota worden onder de Omgevingswet gebundeld in het omgevingsplan. De Minister wil het in beginsel aan de gemeente overlaten om te bepalen of een vergunningplicht nodig is met het oog op een preventieve toetsing aan de regels. Wanneer de regels in het omgevingsplan concreet, beperkt in aantal en overzichtelijk zijn, ligt een vergunningplicht niet voor de hand. Een vergunningplicht ligt juist wel voor de hand wanneer een omgevingsplan open normen geeft voor een activiteit en op basis daarvan een nadere afweging nodig is. Denk hierbij aan een regel op grond waarvan de bouwvorm en de omvang van het bouwvolume moet aansluiten op het bebouwingsbeeld van de omliggende percelen.
  • De initiatiefnemer kan door deze fasering zelf bepalen wanneer hij een omgevingsvergunning aanvraagt voor de beoordeling van een bouwactiviteit aan het omgevingsplan en wanneer voor een beoordeling aan de regels voor de technische bouwkwaliteit. Dat kan gelijktijdig, maar dat hoeft niet.

Tot slot

Digitalisering staat of valt in grote mate met het gebruiksgemak van het systeem. De meerwaarde van de introductie van de omgevingsplanactiviteit is mij nog niet geheel duidelijk. De terugkeer van de gefaseerde omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit moet worden toegejuicht.

Het bericht Hoofdpunten brief Invoeringswet Omgevingswet deel 2: digitalisering, omgevingsplanactiviteit en gefaseerde omgevingsvergunning voor bouwen is een bericht van www.stibbeblog.nl

Related news

08.11.2019 BE law
Interview with Wouter Ghijsels on Next Gen lawyers

Articles - Stibbe’s managing partner Wouter Ghijsels shares his insights on the next generation of lawyers and the future of the legal profession at the occasion of the Leaders Meeting Paris where Belgian business leaders, politicians and inspiring people from the cultural and academic world will discuss this year's central theme "The Next Gen".

Read more

21.10.2019 NL law
Omgevingsvergunning – beslistermijn, inwerkingtreding en onherroepelijkheid (FAQ)

Short Reads - Voor veel activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving is een omgevingsvergunning nodig op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Bedrijven die dergelijke activiteiten willen ondernemen moeten dus een vergunning aanvragen. Het is niet altijd duidelijk welke procedure moet worden gevolgd, hoelang de procedure zal gaan duren en wanneer de vergunning gebruikt kan worden of onherroepelijk is.

Read more

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

18.10.2019 NL law
The European Services Directive after Appingedam

Seminar - Stibbe, together with Bureau Stedelijke Planning, is organising a seminar on 5 November on the most recent relevant case law following the Appingedam case. Three months after the final judgment, additional case law from the Council of State has been published concerning the significance of the Services Directive for branching rules and other restrictions on establishment. On 10 October, guidelines titled 'How to deal with the Services Directive in spatial retail policy' will also be published.

Read more

25.10.2019 NL law
Verzilting en de Omgevingswet: een gemiste kans?

Short Reads - Verzilting – de stijging van de zoutconcentratie in het grondwater en oppervlaktewater – klinkt voor de meeste Nederlanders als een probleem voor verre landen met hoge temperaturen en weinig regenval. De droge zomer van 2018 heeft ons echter herinnerd aan het feit dat onze bodem reeds hoge concentraties van zout bevat. Dit kan bij gebrek aan regenwater en ander zoet water grote schade tot gevolg hebben.

Read more

18.10.2019 BE law
Grondwettelijk Hof vernietigt versoepeling landschappelijk waardevol agrarisch gebied!

Articles - De Codextrein is niet onbesproken. Reeds een aantal van de bepalingen die werden ingevoerd door de Codextrein stuitten op een ferme "njet" van het Grondwettelijk Hof. Het nieuw ingevoegde artikel 5.7.1. VCRO blijkt hetzelfde lot beschoren te zijn. Deze bepaling strekte ertoe komaf te maken met de zeer strenge (te strenge?) rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad van State inzake landschappelijk waardevol agrarisch gebied (LWAG). Benieuwd naar de draagwijdte van deze bepaling en het vernietigingsarrest? Met deze blog bent u weer helemaal mee.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring