Short Reads

Duitse wet op duurzame energie behelst staatssteun volgens het Gerecht van de Europese Unie

Duitse wet op duurzame energie behelst staatssteun volgens het Gerech

Duitse wet op duurzame energie behelst staatssteun volgens het Gerecht van de Europese Unie

31.05.2016 LU law

Op 10 mei 2016 verwierp het Gerecht van de Europese Unie (“GvEU“) Duitslands verweer tegen de beslissing van de Europese Commissie (“EC“) over de Duitse wet op duurzame energie 2012 (“EEG 2012“). Duitsland betwistte het standpunt van de EC dat de EEG 2012 als staatssteun kwalificeert. Dit ondanks het feit dat de EC de steun grotendeels goedkeurde.

De procedure startte nadat de Duitse vereniging van Energieconsumenten een klacht over de EEG 2012 indiende bij de EC. De EEG 2012 streeft ernaar de productie van duurzame energie te stimuleren door producenten financieel te ondersteunen. Deze producenten ontvangen namelijk van netwerkbeheerders een vergoeding voor hun energie die hoger ligt dan de marktprijs (“eerste groep begunstigden“). Om deze maatregel te bekostigen betalen de leveranciers van duurzame energie een “EEG-heffing” aan de voor incassering en beheer verantwoordelijke netwerkbeheerders. In de praktijk berekenen de leveranciers de kosten van deze heffing door aan hun klanten in de vorm van een hogere prijs voor de geleverde energie. De EEG 2012 schrijft voor dat de mate waarin de EEG-heffing door leveranciers aan klanten doorberekend mag worden onderhevig is aan een limiet onder meer wanneer het gaat om ‘elektriciteits-intensieve ondernemingen in de fabricagesector’ (“tweede groep begunstigden“). De gedachte achter deze limiet is het beperken van de energiekosten van deze ondernemingen om hun internationale concurrentiepositie te verbeteren.

De EC bepaalde in 2014 dat de steun aan de eerste groep begunstigden kwalificeert als met de interne markt verenigbare staatssteun. De EC bepaalde evenwel dat de staatssteun aan de tweede groep begunstigden slechts gedeeltelijk verenigbaar met de interne markt is. Het andere, niet met de interne markt verenigbare, deel van de steun moet daarom teruggevorderd worden door Duitsland. Duitsland ging in beroep tegen deze beslissing en stelde zich op het standpunt dat de hele regeling van de EEG 2012 niet als staatssteun kwalificeert.

Het GvEU wijst het beroep af. Ten eerste oordeelt het GvEU dat het met de EEG-heffing verzamelde geld als overheidsmiddelen kwalificeert omdat de Staat dominante invloed heeft op de wijze waarop de netwerkbeheerders het incasseren en beheren. In de vergelijkbare PreussenElektra zaak werd het geld daarentegen direct van private partijen naar de producenten van duurzame energie overgeheveld zonder de betrokkenheid van een derde waarop een overheid invloed uitoefent waardoor van staatssteun geen sprake was. Daarnaast verwerpt het GvEU het argument dat de tweede groep begunstigden geen voordeel verkregen heeft maar slechts werd gecompenseerd voor een nadeel omdat energieprijzen lager liggen in andere Lidstaten. Het GvEU wijst erop dat pogingen om de verschillen in economische omstandigheden tussen Lidstaten te mitigeren een maatregel niet van zijn staatssteunkarakter ontdoen.

Kort en goed illustreert deze uitspraak (i) dat het wegnemen van concurrentienadelen ten opzichte van in het buitenland gevestigde ondernemingen geen reden is om een maatregel niet als staatssteun aan te merken en (ii) dat de manier waarop een regeling vorm is gegeven belangrijk is. In het bijzonder worden regelingen die geld onder gezag van de Staat brengen over het algemeen aangemerkt als staatssteun.

Team

Related news

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

15.10.2019 BE law
Avis du Maître architecte et organisation d’une réunion de projet. De nouvelles étapes préalables à la demande de permis d’urbanisme.

Articles - Une des nouveautés de la réforme du CoBAT adoptée le 30 novembre 2017, publiée au Moniteur belge le 20 avril 2018 et entrée en vigueur le 1er septembre 2019 (pour ce qui concerne les demandes de permis d’urbanisme) porte sur la création de deux nouvelles étapes préalables à l’introduction d’une demande de permis d’urbanisme : l’obtention de l’avis du Maître architecte, d’une part, et l’organisation d’une réunion de projet, d’autre part. 

Read more

14.10.2019 NL law
Kamerdebat over digitalisering van de overheid: aandacht voor bescherming burger vereist

Short Reads - Op 24 september 2019 zijn er vier moties in stemming gebracht én aangenomen door de Tweede Kamer. De moties hebben als gemeenschappelijke deler dat ze in het teken staan van de steeds groter wordende digitalisering bij de overheid. Het achterliggende doel van de moties is dat de burger voldoende beschermd moet worden tegen deze digitalisering.

Read more

15.10.2019 NL law
Een nieuwe uittredingsregeling voor gemeenschappelijke regelingen

Short Reads - Op 26 augustus 2019 is de internetconsultatie gestart van een wetsvoorstel dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wijzigt. Het wetsvoorstel heeft als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken. In een eerder bericht gingen wij al in op eerdere initiatieven om de Wgr te wijzigen en op de in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen, waarbij zeggenschap over de begroting werd uitgelicht

Read more

08.10.2019 NL law
Annotatie bij ABRvS 26 juni 2019, waarin de Afdeling een vereniging als belanghebbende aanmerkt

Short Reads - Op 26 juni 2019 heeft de Afdeling twee uitspraken gedaan over de vraag of een vereniging die opkomt voor werknemers als belanghebbende als in artikel 1:2, derde lid, Awb kan worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat medewerkers in beginsel niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Maar in tegenstelling tot de rechtbanken van Amsterdam en Limburg, oordeelde de Afdeling ook dat een uitzondering hierop kan worden gemaakt. 

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring