Short Reads

Behoorlijke omgang met schadeclaims door de overheid

Behoorlijke omgang met schadeclaims door de overheid

Behoorlijke omgang met schadeclaims door de overheid

03.05.2016 NL law

Op 9 april jongstleden was het vijf jaar geleden dat in het Alphense winkelcentrum De Ridderhof een afschuwelijk schietincident plaatsvond. Tristan van der V. schoot daar drieëntwintig mensen neer, van wie er zes overleden. De schutter sloeg daarna de hand aan zichzelf. Hij bleek te beschikken over een door de politie afgegeven wapenverlof. Dit ondanks het feit dat hij in het verleden kampte met ernstige psychiatrische problemen en suïcidaal was.

Dat had bij de politie bekend kunnen zijn nu deze betrokken was bij een gedwongen psychiatrische opname. Ook bleek een eerdere aanvraag om een verlof nog te zijn geweigerd wegens vermeende betrokkenheid bij een aantal luchtbuksincidenten. Deze informatie was bij de behandeling van de nieuwe aanvraag om een wapenverlof echter over het hoofd gezien.

Enkele slachtoffers en nabestaanden spreken vervolgens de politie aan tot schadevergoeding vanwege het naar hun oordeel onterecht verleende wapenverlof. De rechtbank wijst deze vordering in een uitspraak van 4 februari 2015 af (ECLI:NL:RBDHA:2015:1061). Weliswaar wordt de verlening van het verlof onrechtmatig bevonden, maar er is volgens de rechtbank niet voldaan aan het relativiteitsvereiste. De geschonden norm uit de Wet Wapens en Munitie zou slechts een algemeen veiligheidsbelang dienen en niet (ook) de vermogensbelangen van betrokkenen. In verband met de onderbouwing van hun claim proberen betrokkenen inzage te verkrijgen in een psychologisch rapport hetgeen echter wordt geweigerd door de Staat. Daarna volgt een lang juridisch gevecht tot en met de Hoge Raad die uiteindelijk het arrest van het gerechtshof dat de weigering toeliet vernietigt (ECLI:NL:HR:2015:1834).

In een uitzending van Pauw van 30 maart 2016 doen slachtoffers en hun advocaat verslag van de proceshouding van de politie en de Staat in de gevoerde procedures. Tevens kondigen zij daarin aan in hoger beroep te gaan. De reacties van betrokkenen zijn bitter. Vooral het feit dat de overheid alle mogelijke verweren uit de kast heeft gehaald om aan aansprakelijkheid te ontkomen steekt. Hetgeen nog eens wordt verergerd door het zoekraken en niet willen vrijgeven van mogelijk bewijsmateriaal. De slachtoffers en nabestaanden zeggen het drama achter zich te willen laten, maar dat niet te kunnen nu de overheid niet thuis geeft en er doorgeprocedeerd moet worden. "Er is ons verteld dat we geholpen zouden worden, maar we zijn nu vijf jaar verder en we voelen ons niet gehoord", zegt één van hen. Een ander, die nadrukkelijk vraagt om actie van de overheid, brengt de kritiek als volgt naar voren: "Het moet goed geregeld worden. We willen het af kunnen sluiten en verder gaan met de toekomst."

Vergelijkbare kritiek heeft de proceshouding van de Minister van Defensie opgeroepen in zaken van Nederlandse oud-militairen die begin jaren tachtig van de vorige eeuw deelnamen aan de VN-vredesmissie in Libanon. Daarbij gaat het om schade als gevolg van een posttraumatisch stress-syndroom die niet op grond van andere regelingen wordt vergoed. Ook daar is een lange procedure tot en met de Centrale Raad van Beroep nodig geweest om het recht op schadevergoeding erkend te krijgen. Deze oordeelt op 14 december 2015 in het voordeel van één van de betrokken oud-militairen (ECLI:NLCRVB:2015:4336). Pas daarna is de minister bereid gebleken na te denken over een schadevergoedingsregeling waarop de meer dan 500 Libanon-veteranen met vergelijkbare klachten een beroep kunnen gaan doen (vgl. de brief van 1 april 2016 met referentie BS2016005441 en berichtgeving in de Volkskrant van 13 april 2016).

Nu moet er natuurlijk oog zijn voor de emoties die de kritiek op de omgang door de overheid met schadeclaims inkleuren, maar ook als daarmee rekening wordt gehouden kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de opstelling van de overheid in beide hiervoor behandelde casus. Casus die overigens illustratief zijn voor de wijze waarop de overheid doorgaans opereert (denk ook aan de procedures over Nederlandse militaire operaties in Indonesië en Srebrenica). Er is veelal sprake van een 'hakken in het zand-reflex' die in het gunstigste geval pas verandert (zoals in de Libanon-casus) wanneer de rechter aansprakelijkheid vaststelt. Dit met alle gevolgen van dien voor betrokkenen die vaak niet beschikken over de lange procesadem die de overheid wel heeft.

Deze constatering stelt teleur temeer omdat de Nationale ombudsman al in 2009 een rapport uitbracht met aanbevelingen aan het adres van de overheid om dergelijke kritiek te voorkomen (rapportnummer2009/135). Volgens de ombudsman betekent een behoorlijke omgang met schadeclaims door de overheid dat deze zich zodanig moet opstellen dat conflicten worden vermeden. Uiteindelijk gaat het veel slachtoffers namelijk vooral om erkenning. Ook moet de overheid waar mogelijk coulant zijn met het vergoeden van schade. En als het toch tot rechterlijke procedures komt, moet de overheid zich daarin terughoudend opstellen zodat rekening wordt gehouden met het krachtsverschil tussen partijen. Verder beveelt de ombudsman een proactieve houding van de overheid aan. Dat impliceert onder meer het verschaffen van noodzakelijke informatie voor onderbouwing van claims.

Het is zaak dat overheden die met schadeclaims worden geconfronteerd de aanbevelingen van de Nationale ombudsman daadwerkelijk ter harte gaan nemen. In dat verband verdient het aanbeveling dat serieus nagedacht wordt over de instelling van een fonds waaruit ex gratia - coulancehalve - vergoedingen kunnen worden betaald (vgl. Hartlief, NJV-preadvies 2014). Daarmee kan immers veel extra (procedureel) leed worden voorkomen. Een dergelijk vergoedingensysteem zou een wettelijke basis moeten krijgen zodat kritiek uit rechtsstatelijke hoek op dit soort onverplichte tegemoetkomingen wordt weggenomen (vgl. Den Ouden, Tjepkema & Zijlstra, NTB 2015/13). Een behoorlijke omgang met hun schadeclaims is namelijk wel het minste wat de overheid slachtoffers en nabestaanden zou moeten bieden.

Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2016/823, afl. 17.

Het bericht Behoorlijke omgang met schadeclaims door de overheid is een bericht van www.stibbeblog.nl

Related news

14.02.2020 EU law
Does your everyday cleaning product qualify as a 'biocidal product' under European legislation?

Articles - On 19 December 2019, the Court of Justice of the European Union (CJEU) ruled on the concept of 'biocidal product', as defined in article 3 of Regulation 528/2012 on the making available on the market and use of biocidal products, in a case on a cleaning product primarily used "to ensure the absence of mould". According to the CJEU, the concept of ‘biocidal product’ is to be interpreted broadly, hereby also broadening the scope of application of Regulation 528/2012.

Read more

12.02.2020 NL law
Van inspraakverordening naar participatieverordening op decentraal niveau

Short Reads - De regering stelt voor om de reikwijdte van de decentrale inspraakverordeningen te vergroten naar de uitvoering en evaluatie van decentraal beleid. Dat staat in een conceptwetsvoorstel dat op 9 december 2019 ter internetconsultatie is voorgelegd. Het conceptwetsvoorstel beoogt een wijziging van onder meer de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet.

Read more

12.02.2020 NL law
Het oproepen en horen van getuigen in het bestuursrecht: hoe zit het ook al weer?

Short Reads - Het oproepen van getuigen en het horen daarvan ter zitting door de bestuursrechter heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 15 november 2019 overzichtelijk in kaart gebracht. Dat arrest, dat door de belastingkamer in een bestuurlijke boetezaak is gewezen, is ook voor andere terreinen van het bestuursrecht van belang. Mede ook omdat het horen van getuigen buiten het fiscale bestuursrecht nog in de kinderschoenen staat. In dit bericht bespreken we daarom de mogelijkheden die er bestaan om getuigen te (laten) oproepen en hoe de bestuursrechter daarmee moet omgaan.

Read more

12.02.2020 NL law
Omgevingsrecht en mobiliteit: hoe werkt het afwijken van parkeernormen in bestemmingsplannen?

Short Reads - Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, Bro kan een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Van deze mogelijkheid maken gemeenteraden in hun bestemmingsplannen vaak gebruik als het gaat om parkeernormen

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring