Short Reads

Nieuwe jurisprudentielijn beperkt kring van belanghebbenden bij omgevingsvergunning voor milieu

Nieuwe jurisprudentielijn beperkt kring van belanghebbenden bij omgevingsvergunning voor milieu

Nieuwe jurisprudentielijn beperkt kring van belanghebbenden bij omgevingsvergunning voor milieu

17.03.2016 NL law

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is in een uitspraak van 16 maart 2016 ‘omgegaan’ en beoordeelt vanaf nu op een andere – strengere –  wijze of iemand belanghebbende is in een procedure tegen een omgevingsvergunning voor milieu. Voor de belanghebbendheid bij een omgevingsvergunning voor milieu moet nu aannemelijk zijn dat ter plaatse van de woning of het perceel van de betrokkenegevolgen van enige betekenis kunnen worden ondervonden.

Belanghebbendebegrip en milieugevolgen (oud)

De uitleg van het belanghebbendebegrip is voor het bestuursprocesrecht van groot belang. Alleen een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder een belanghebbende verstaan ‘degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken’. De jurisprudentie vult nader in wanneer het iemands belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Bij een besluit tot verlening van een omgevingsvergunning voor milieu op grond van de Wabo was de vaste jurisprudentie dat de eigenaren en bewoners van percelen waarop milieugevolgen van de inrichtingkunnen worden ondervonden, belanghebbenden zijn bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor milieu voor die inrichting. Dit was een voorzetting van de oude jurisprudentie die van toepassing was op milieuvergunningen op grond van de Wet milieubeheer.  Niet van belang is in welke mate milieugevolgen kunnen worden ondervonden. In 2012 overwoog de Afdeling bestuursrechtspraak dan ook nog dat derden die tot op 635 meter afstand woonde van veehouderij met mestvergistingsinstallatie, belanghebbend waren omdat er geluid waarneembaar was. Expliciet werd overwogen dat het niet uitmaakt of de milieugevolgen (in casu het geluid) niet noemenswaardig of niet noemenswaardig merkbaar zijn. Het criterium zag slechts op de vraag of er milieugevolgen kunnen worden ondervonden.

Nieuwe jurisprudentielijn

Deze oude milieurechtjurisprudentie was ruimhartiger dan die op andere omgevingsrechtgebieden, zoals de Afdeling bestuursrechtspraak zelf ook aanhaalt. In andere gevallen dient er sprake te zijn van hinder van enige betekenis alvorens iemand belanghebbende is. Om die reden trekt de Afdeling bestuursrechtspraak vanaf nu één lijn. Voor de belanghebbendheid bij een omgevingsvergunning voor milieu (in deze uitspraak door de Afdeling bestuursrechtspraak ook een ‘milieuomgevingsvergunning’ genoemd) moet aannemelijk zijn dat ter plaatse van de woning of het perceel van de betrokkene gevolgen van enige betekenis kunnen worden ondervonden.

In de zaak die heeft geleid tot deze uitspraak ging het om een vergunning voor het attractiepark Walibi Holland, waar onder meer grootschalige muziekevenementen plaatsvinden, zoals Lowlands. Appellant woont op ongeveer 5 kilometer van het terrein, en heeft aangevoerd dat met name de bastonen in de woning te horen zijn. Hiermee is volgens de Afdeling bestuursrechtspraak  niet voldoende aannemelijk gemaakt dat appellant, naar objectieve maatstaven gemeten, als gevolg van de verleende vergunning hinder van enige betekenis ondervindt. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.

Beschouwing

Met de nieuwe jurisprudentielijn wordt de kring van belanghebbenden kleiner. Deze trend past in het algemene beeld van de afgelopen jaren om de rechter niet meer te (over)belasten met een grote groep aan belanghebbenden die ook nog alle mogelijke beroepsgronden kunnen aanvoeren. De brede invoering van het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht is daar een voorbeeld van. Aan de andere kant zijn er overigens ook weer verruimingen te zien op de beperkte toegang tot de rechter, als er sprake is van een  bijzonder geval. De Zwarte Piet-uitspraak is een voorbeeld, evenals de correctie Widdershoven op het relativiteitsvereiste.

De nu gekozen lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak is in dit bredere thema dan ook te begrijpen. Het zal voor overheden en bedrijven ook een prettige gedachte kunnen zijn dat de kring van belanghebbende zich niet zo breed mogelijk uitstrekt. Bovendien is een zekere uniformiteit in jurisprudentie geen overbodige luxe, zeker met de steeds verdere integratie van het omgevingsrecht (met als voorlopig sluitstuk de aanstaande Omgevingswet). Het is dan ook een goede ontwikkeling dat de belanghebbendheid bij een omgevingsvergunning voor een inrichting waar evenementen worden gehouden, niet uit de pas loopt met de beoordeling van de belanghebbendheid bij een losse evenementenvergunning, of een bestemmingsplan dat evenementen toestaat.

Toch wringt de uitspraak ergens.  De rechtbank Oost-Brabant heeft in een zaak over een evenementenvergunning in 2014 voor de omgekeerde route gekozen, en voor de beoordeling van de belanghebbendheid van omwonenden aangesloten bij de ruimere jurisprudentie inzake omgevingsvergunningen voor milieu. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft daar toen een streep door gezet. Om te beoordelen of de appellant in die zaak ‘naar objectieve maatstaven gemeten’, als gevolg van het popfestival ‘hinder van enige betekenis’ ondervond, is belang gehecht aan een verklaring ter zitting van ambtenaar van de gemeente. De ambtenaar gaf toen aan  dat hij het geluid heeft waargenomen toen hij op enig moment tijdens het in 2013 gehouden popfestival in de tuin van appellante stond., maar dat dit geluid niet erg luid was. Het beroep van de appellant was daarom niet-ontvankelijk. Dit laat zien dat de beperking van de belanghebbendenkring tot discussies kan leiden over de mate van hinder nog voordat aan de materiele toets wordt toegekomen of de hinder aanvaardbaar is. Bovendien kan er een grotere rol ontstaan voor de civiele rechter als ‘restrechter’ voor de burgers die niet naar de bestuursrechter kunnen gaan. Als de wetgever het wel wenselijk acht dat iedereen die milieugevolgen kan ondervinden naar de bestuursrechter kan stappen, zou hier aandacht aan moeten worden besteed in de (invoeringswetgeving voor de) Omgevingswet.

Gegevens uitspraak

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 16 maart 2016
Zaaknummer: 201504206/1/A4
ECLI:NL:RVS:2016:737

Het bericht Nieuwe jurisprudentielijn beperkt kring van belanghebbenden bij omgevingsvergunning voor milieu is een bericht van www.stibbeblog.nl

Related news

24.01.2020 NL law
Can the government refrain from imposing enforcement measures if it is not within the offender’s power to comply with a standard?

Short Reads - What should be done if a stakeholder makes a request to the government for enforcement to rectify violations in a scenario where the offender does not have full power to comply because of a reliance on third parties? The Administrative Division of the Dutch Council of State ruled on 23 January 2019 that an administrative body cannot simply reject an enforcement request in such a situation, but must consider whether, for example, the imposition of an order subject to a penalty payment may provide an incentive for the actual termination of the violation.

Read more

16.01.2020 NL law
De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen: voertuigen van een bepaald jaar weren is mogelijk bij ontbreken van een redelijk alternatief

Short Reads - ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3865 Deze blog is het vierde deel in een reeks Stibbeblogs over gemeentelijke milieuzones. In 2017 oordeelde de Afdeling over de milieuzone voor personen- en bestelauto’s met dieselmotoren in Utrecht. In 2018 presenteerde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat haar beleid voor harmonisatie van uiteenlopende gemeentelijke milieuzones. Een jaar geleden maakten wij in een FAQ de balans op over de harmonisatie van milieuzones.

Read more

20.01.2020 NL law
Planologische medewerking mag worden geweigerd als initiatiefnemer zich in strijd met gemeentelijk beleid onvoldoende heeft ingespannen voor draagvlak

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4209) overwogen dat een bestuursorgaan geen planologische medewerking hoeft te verlenen aan de wijziging van een bestemmingsplan als de aanvrager zich niet heeft ingespannen om maatschappelijk draagvlak te creëren.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring