Short Reads

Nieuw Arboboetebeleid: de introductie van nieuwe matigingsgronden voor het bepalen van de hoogte van Arboboetes

De ‘Algemene wet onderwijs’ (AWO) ligt ter internetconsultatie voor

Nieuw Arboboetebeleid: de introductie van nieuwe matigingsgronden voor het bepalen van de hoogte van Arboboetes

04.03.2016 NL law

Op 18 december 2015 is de wijziging van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving ("nieuwe Arboboetebeleid") in werking getreden. In het nieuwe Arboboetebeleid heeft de minister van SZW vier afzonderlijke matigingsgronden geïntroduceerd. Deze matigingsgronden worden betrokken bij het bepalen van de hoogte van boetes die de minister oplegt voor overtredingen op grond van de Arbeidsomstandighedenwetgeving. Dit nieuwe Arboboetebeleid is het gevolg van de uitspraak van 6 mei 2015 waarin de Afdeling het oude boetebeleid onredelijk achtte.

De wijziging van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving

In het nieuwe Arboboetebeleid heeft de minister van SZW vier afzonderlijke matigingsgronden geïntroduceerd. Deze matigingsgronden worden betrokken bij het bepalen van de hoogte van boetes die de minister oplegt voor overtredingen op grond van de Arbeidsomstandighedenwetgeving. Dit nieuwe Arboboetebeleid is het gevolg van de uitspraak van 6 mei 2015 waarin de Afdeling het oude boetebeleid onredelijk achtte.

Aanleiding voor het nieuwe Arboboetebeleid

In voornoemde uitspraak zette de Afdeling een streep door het tot dan toe geldende boetebeleid. De Afdeling oordeelde in die uitspraak, waar wij in een eerder blog al over berichtten, dat het op cumulatieve wijze toepassen van matigingsgronden onredelijk was. Het op cumulatieve wijze toepassen van de matigingsgronden in het oude beleid leidde er toe dat werkgevers die geen enkele inspanning hebben geleverd om een veilige werkomgeving te bevorderen over één kam werden geschoren met werkgevers die wel maatregelen hadden genomen om een veilige werkwijze te ontwikkelen. Naar aanleiding van die uitspraak schrapte de minister van SZW op 3 september 2015  het cumulatieve matigingssysteem in het oude boetebeleid. Vanaf dat moment bleef het onduidelijk hoe en op welke wijze de hoogte van Arboboetes zou worden bepaald. Het nieuwe Arboboetebeleid geeft dat inzicht wel.

Nieuwe Arboboetebeleid: matigingsgronden

Met het nieuwe Arboboetebeleid heeft de Minister een nieuw systeem geïntroduceerd waarbij afzonderlijke factoren een rol spelen bij het bepalen van de hoogte van de  Arboboete. Uitgangspunt in artikel 1 lid 11 van het Arboboetebeleid is dat een werkgever moet aantonen dat hij inspanningen heeft verricht die zijn gericht op het voorkomen van de overtreding in het concrete geval. Daarbij kunnen vier factoren elk op zichzelf leiden tot een boetematiging met 25% (zie onderstaand schema).

Berekening boete op grond van de Arbeidsomstandighedenwetgeving:

Berekening-boete-op-grond-van-de-Arbeidsomstandighedenwetgeving_-Stibbe_Christien-Saris-en-Lisa-van-der-Maden1

Toelichting op het nieuwe Arboboetebeleid

Uitgangspunt voor matiging van Arboboetes is dat de minister van SZW zal bekijken welke inspanningen een werkgever heeft verricht om de overtreding in het concrete geval te voorkomen. Wat onder 'concreet' wordt verstaan, wordt niet nader toegelicht. De minister merkt in de toelichting op dat dat uitgangspunt ook gold onder het oude beleid, maar dat het in het nieuwe beleid duidelijker is opgeschreven. Afgewacht moet dan ook worden hoe de minister hier in concrete boetezaken invulling zal geven.

De minister van SZW benadrukt in de toelichting dat alle vier nieuwe matigingsgronden elk op zich kunnen leiden tot een matiging van 25%. De vroegere eerste veelomvattende matigingsgrond is in het nieuwe Arboboetebeleid opgesplitst in twee matigingsgronden. De minister heeft hiermee beoogd een duidelijk onderscheid te maken tussen enerzijds de inschatting van de risico's en het ontwikkelen van een veilige werkwijze (matigingsgrond 1) en anderzijds de feitelijk geleverde inspanningen, die er op gericht zijn deconcrete overtreding in het specifieke geval te voorkomen (matigingsgrond 2). Als voorbeeld van een randvoorwaarde noemt de minister het door de werkgever ter beschikking stellen van voor de arbeid geschikte deugdelijke arbeidsmiddelen en doeltreffende persoonlijke beschermingsmiddelen. Naar ons idee kunnen ook andere maatregelen zoals opleiding en voorlichting als randvoorwaarde worden aangemerkt. Hierbij denken wij bijvoorbeeld aan het geven van voorlichting door middel van toolboxen of de Laatste Minuut Risico Analyse (LMRA) trainingen.

Daarnaast stelt de minister van SZW in de toelichting op het boetebeleid dat ook nog 'andere relevante gronden' aan de orde kunnen zijn op basis waarvan een boete gematigd kan worden. In de toelichting legt de minister echter niet uit wat daaronder moet worden verstaan. Wij denken bijvoorbeeld aan de persoon en persoonlijke omstandigheden, zoals leeftijd en ervaring, van de bij de overtreding betrokken medewerker(s) en maatregelen die een werkgever na een overtreding heeft genomen (zie eenzelfde lijn in de Wav-jurisprudentie: ABRvS 9 juli 2014,  ECLI:NL:RVS:2014:2511). Dat naast de vier genoemde matigingsgronden er ook nog andere gronden zijn die tot matiging van een boete kunnen leiden, is terecht. Daarmee doet de minister van SZW in het nieuwe Arboboetebeleid in elk geval meer recht dan voorheen aan het evenredigheidsbeginsel bij toetsing van de hoogte van boetes.

Toepassing van het nieuwe Arboboetebeleid in de praktijk

Of het nieuwe Arboboetebeleid zal leiden tot meer maatwerk in concrete boetezaken, moet nog wel worden afgewacht. Wij verwachten dat de discussie in de praktijk met name zal gaan over de vraag of een werkgever wel voldoende concrete maatregelen heeft getroffen en zich met recht op een matigingsgrond kan beroepen. Daarnaast moet worden afgewacht hoe en op welke wijze de minister invulling gaat geven aan 'andere relevante gronden' die tot matiging van een Arboboete kunnen leiden.

Willen werkgevers met succes een beroep doen op de matigingsgronden dan zullen zij zo goed mogelijk moeten motiveren welke concrete instructies, randvoorwaarden etc. zij getroffen hebben om de overtreding te voorkomen. In verband daarmee is het belangrijk dat die maatregelen goed zijn gedocumenteerd, zodat de werkgever die ter onderbouwing van zijn standpunt in een procedure tegen de boete kan overleggen. Anders is de kans groot dat de minister van SZW de argumenten van de werkgever eenvoudigweg afdoet met de stelling dat de werkgever niet heeft aangetoond dat hij voldoende (concrete) maatregelen heeft getroffen.

Team

Related news

27.07.2020 NL law
De Whatsapp-conversatie tussen Grapperhaus en Halsema: ook openbaar via de Wob?

Short Reads - Deze heb je vastgelegd voor de Wob Zo luidde een van de berichten van de Whatsapp-correspondentie tussen burgemeester Halsema van Amsterdam en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid over de demonstratie op de Dam, die plaatsvond op 1 juni 2020. Een angst van menig bestuurder werd waarheid: de gehele conversatie stond dezelfde dag nog afgedrukt op alle nieuwswebsites. Deze correspondentie werd openbaar gemaakt op grond van artikel 68 van de Grondwet, dat kort gezegd de informatieplicht van bewindslieden aan het parlement regelt.

Read more

21.07.2020 NL law
Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam 2020 – 2030 vrijgegeven voor inspraak

Short Reads - Van 1 juli tot 31 augustus 2020 legt de gemeente Amsterdam het Vestigingsbeleid Datacenters gemeente Amsterdam 2020 - 2030 ter inzage voor inspraak. Na de inspraakperiode wordt het vestigingsbeleid ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. In dit blog bespreken wij de hoofdlijnen van het vestigingsbeleid: nieuwe datacenters zijn onder strenge voorwaarden en op beperkte schaal welkom in gemeente Amsterdam. Met dit beleid wordt vervolg gegeven aan het voorbereidingsbesluit datacenters, dat ook in dit bericht wordt besproken.

Read more

27.07.2020 NL law
Maatwerk bij ontvankelijkheidsbeslissingen

Short Reads - Kent u een termijn die de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep bepaalt en niet in de wet is te vinden? Je zou hopen dat zo’n termijn niet bestaat. Ontvankelijkheid bepaalt immers de toegang tot de rechter en die toegang moet niet belemmerd worden door onbekende of slecht kenbare fatale termijnen. Toch kent ons recht zo’n termijn en die termijn is bovendien zeer kort. Ik doel op de twee weken die een belanghebbende wordt gegund om alsnog bezwaar te maken, nadat hij op de hoogte is geraakt van het bestaan van een besluit waarvan de bezwaartermijn al is verstreken.

Read more

17.07.2020 BE law
Gedogen van een bouwovertreding in een dading. Hof van Cassatie zegt: nietig

Articles - Een dadingsovereenkomst waarin een partij zich ertoe verbindt om de bouwovertredingen van de contractspartij te gedogen, heeft een ongeoorloofde oorzaak. Met een dergelijke overeenkomst beogen de contractspartijen immers om een met de openbare orde strijdige toestand - de bouwovertredingen - in stand te houden. De overeenkomst is in haar geheel behept met een ongeoorloofde oorzaak en aldus nietig. Als één van de partijen zijn leveringsverbintenis niet nakomt, kan de andere partij dan ook geen schadevergoeding vorderen.

Read more