Short Reads

Hoe om te gaan met de MER-plicht bij grensoverschrijdende projecten en op welke wijze is salderen onder de Flora- en faunawet toegestaan?

Hoe om te gaan met de MER-plicht bij grensoverschrijdende projecten en op welke wijze is salderen onder de Flora- en faunawet toegestaan?

Hoe om te gaan met de MER-plicht bij grensoverschrijdende projecten en op welke wijze is salderen onder de Flora- en faunawet toegestaan?

10.03.2016 NL law

Op 24 februari 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over een bij Rijksinpassingsplan vastgestelde hoogspanningsverbinding en geoordeeld dat (i) voor een grensoverschrijdend project volstaan mag worden met een afzonderlijk milieueffectrapport per land en (ii) bij de ontheffingverlening onder de Flora- en faunawet mag worden uitgegaan van de bestaande situatie inclusief huidige hoogspanningsverbinding.

Casus

Deze uitspraak van 24 februari 2016 ziet op het inpassingsplan Doetinchem-Voorst waarbij een nieuwe hoogspanningsverbinding tussen Doetinchem en Wesel, Duitsland, wordt aangelegd. De verbinding gaat bij Voorst-Oude IJsselstreek de grens over. Op delen van dit traject ligt al een hoogspanningsverbinding die na ingebruikneming van de nieuwe zal worden ontmanteld. Dit inpassingsplan is voorafgegaan door het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (“SEV III”) waarin dit traject als geschikt wordt aangewezen. In het kader van SEV III is een milieueffectrapport voor een plan (“plan-MER”) gemaakt dat op zowel het Nederlandse als het Duitse deel zag. Voor het inpassingsplan is op grond van categorie 24 onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage een project-MER opgesteld. Dit project-MER ziet enkel op het Nederlandse deel.

Grensoverschrijdend MER?

Hiertegen hebben appellanten beroep ingesteld; zij menen dat voor dit project een grensoverschrijdend MER had moeten worden opgesteld. Hierover overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) dat voor grensoverschrijdende projecten waarbij meer dan één lidstaat is betrokken, een substantiële mate van samenwerking tussen die lidstaten is vereist. Er zijn echter geen aanknopingspunten om te concluderen dat deze samenwerking zo ver gaat dat in alle gevallen één grensoverschrijdend MER moet worden opgesteld. Er dient wel aandacht te worden geschonken aan de eventuele effecten die het project over de grens kan hebben en aan de cumulatieve effecten aan weerszijden van de grens. De Afdeling heeft geen aanknopingspunten gevonden om te concluderen dat de substantiële mate van samenwerking zo ver gaat dat in alle gevallen één grensoverschrijdend MER moet worden opgesteld. In algemene zin acht de Afdeling het niet onrechtmatig dat per land een afzonderlijk MER wordt opgesteld.

ORNIS-criterium juist toegepast?

Appellanten komen ook op tegen de verleende ontheffing van de Flora- en faunawet (“Ffw”). Zij betogen dat het onderzoek naar de gunstige staat van instandhouding van de kieviet en de meerkoet ten onrechte uitgaat van de huidige situatie inclusief slachtoffers als gevolg van de bestaande hoogspanningsverbinding. Daarbij is uitsluitend gekeken naar de additionele draadslachtoffers door de nieuwe verbinding. Deze manier van salderen tussen oud en nieuw is volgens appellanten in strijd met het ORNIS 1%-criterium. Dit criterium houdt in dat bij minder dan 1% van de natuurlijke sterfte van de soort de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt. Het vereist, zo stellen appellanten, dat elke overtreding op haar eigen merites wordt beoordeeld, zonder daarbij reeds bestaande projecten die ongunstig kunnen zijn voor de instandhouding te betrekken.

De Afdeling verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie van 9 december 2004, C-79/03, waarin geoordeeld wordt dat het ORNIS-criterium mag worden gebruikt bij gebreke van wetenschappelijk tegenbewijs. Dit criterium is in Nederland standaard geworden en wordt sinds de uitspraak van de Afdeling van 18 februari 2015 ook gebruikt voor andere dieren dan vogels. Echter het arrest van het Hof en de jurisprudentie die daarop volgde hebben steeds gezien op het toepassen van het ORNIS-criterium voor de nieuwe situatie ten opzichte van de natuurlijke sterfte, dus zonder ingreep van een project.

In de uitspraak van 24 februari 2016 overweegt de Afdeling dat:

“[…] de staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat bij het bepalen van het aantal draadslachtoffers onder vogels kon worden uitgegaan van de bestaande situatie ten tijde van de aanvraag om ontheffing, waarin al een 150 kV-verbinding aanwezig is en kon worden bezien wat het aantal extra draadslachtoffers als gevolg van de nieuwe verbinding zal zijn in vergelijking met die situatie. De staat van instandhouding van de kieviet en de meerkoet ten tijde van de aanvraag om ontheffing wordt mede bepaald door de gevolgen die de bestaande 150 kV-verbinding voor die vogelsoorten heeft. “

Gevolgen voor de praktijk

De mate waarin samenwerking tussen twee lidstaten bij een grensoverschrijdend project moet bestaan is niet helder. De Afdeling maakt met deze uitspraak niet duidelijk wanneer deze samenwerking afdoende is om vervolgens te aanvaarden dat per land een afzonderlijk MER mag worden opgesteld, zij het dat daarvoor wel aanknopingspunten worden gegeven. Verder moet deze systematiek niet worden verward met de verplichting om onderzoek te doen naar grensoverschrijdende milieueffecten conform paragraaf 7.11 van de Wet milieubeheer.

De door de Afdeling aanvaarde wijze van salderen onder de Ffw zou voor projecten inhouden dat bij opschaling van een bestaand project enkel rekening hoeft te worden gehouden met de additionele sterfte. Dit is ook reëel als wordt aangenomen dat de sterfte veroorzaakt door het bestaande project reeds in de staat van instandhouding van de soorten is verwerkt.

Het bericht Hoe om te gaan met de MER-plicht bij grensoverschrijdende projecten en op welke wijze is salderen onder de Flora- en faunawet toegestaan? is een bericht van www.stibbeblog.nl

 

Team

Related news

10.10.2019 NL law
Valérie van 't Lam and Jan van Oosten speak during the Day of the Environmental and Planning Act

Speaking slot - Valérie van ’t Lam has been invited to speak at the “Companies, Environment and the Environment plan” session during the Day of the Environmental and Planning Act (Omgevingswet), which will be held on 10 October 2019. Besides Valérie, Jan van Oosten will speak at the session “Transitional law and the Environmental and Planning Act”.

Read more

18.09.2019 NL law
Geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel, wat nu?

Short Reads - Zoals bekend heeft de Afdeling op 29 mei 2019 (Amsterdamse dakopbouw,) de eisen voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel versoepeld. Het perspectief van de burger staat sindsdien centraler. Dat plaatst overheden voor een nieuw probleem: hoe te handelen als een bindende toezegging is gedaan die niet (meer) nagekomen kan of mag worden? Daarover heeft de Afdeling nauwelijks iets gezegd.

Read more

02.10.2019 NL law
Follow-up Seminar: noise and the environmental plan

Seminar - Stibbe is organising a follow-up seminar on the subject of noise and environmental plan, to be held on 1 October 2019 in Amsterdam. The environmental plan will act as the central instrument in the Environmental Act, regulating use and development of the physical environment, distributing available environmental space, directing environmentally harmful activities and regulating cost recovery in the case of spatial developments. 

Read more

19.09.2019 NL law
De kloof tussen stad en platteland: gekraai om niets?

Short Reads - In Frankrijk werd het nieuws deze zomer deels beheerst door de juridische strijd over het matineuze gekraai van haan Maurice. Die zomer begon zowat in mei van dit jaar toen het echtpaar Biron een zaak aanhangig maakte bij de rechtbank in Rochefort vanwege overlast van hun buurhaan.

Read more

18.09.2019 NL law
Consultatie herijking Grondwetsherzieningsprocedure: Tweede Kamer gekozen na eerste lezing moet tweede lezing afronden

Short Reads - Op 3 september 2019 is een internetconsultatie gestart over een wetsvoorstel dat onduidelijkheden moet wegnemen over de tweede lezing van Grondwetsherzieningsvoorstellen. Kort gezegd komt het wetsvoorstel er op neer dat de Tweede Kamer die aansluitend op de eerste lezing wordt gekozen, de tweede lezing moet afronden. Gebeurt dat niet dan vervalt het voorstel van rechtswege. Daarmee borduurt de regering voort op haar eerdere Kamerbrief van 21 februari 2019 waarin zij haar visie over de procedure tot herziening van de Grondwet uit de doeken doet (Kamerstukken II 2018/19, 31 570, 35).

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring