Short Reads

Aanbesteding: wijziging in de samenstelling van een combinatie is in beginsel toegestaan

Aanbesteding: wijziging in de samenstelling van een combinatie is in

Aanbesteding: wijziging in de samenstelling van een combinatie is in beginsel toegestaan

09.06.2016 NL law

In dit arrest van het Europese Hof van Justitie speelde de vraag of het aanbestedingsrechtelijk is toegestaan dat een ondernemer de plaats inneemt van een (ontbonden) combinatie, en dus zelfstandig de aanbestedingsprocedure voortzet. De uitspraak van het Hof, die op 24 mei verscheen, laat zien dat het gelijkheidsbeginsel zich daar niet tegen verzet.

Feiten

Op een aanbestedingsprocedure van de Deense spoorweginfrastructuurbeheerder Banedanmark schreven vijf gegadigden in, waaronder de combinaties Højgaard/Zublin en Per Aarsleff/Pihl og Søn. Tijdens de procedure – na indiening van een offerte, vóór gunning – ging Pihl og Søn failliet. Banedanmark liet Per Aarsleff zelfstandig de aanbestedingsprocedure voortzetten, en riep hem daarna uit tot winnaar. Højgaard/Züblin stelden beroep in bij de Deense rechter, wat leidde tot  prejudiciële vragen aan het HvJ.

De behandeling bij het HvJ

De verwijzende Deense rechter legde, kort weergeven, de volgende vraag voor aan het HvJ:

“Verzet het beginsel van gelijke behandeling van zich ertegen dat een ondernemer die deel uitmaakte van een gepreselecteerde combinatie, na ontbinding van de combinatie in eigen naam blijft deelnemen aan deze procedure?”

Als eerste signaleert het HvJ dat de richtlijn 2004/17/EG geen bepalingen bevat over dit onderwerp. Daarnaast zijn noch in het Deense recht, noch in de aankondiging van de opdracht dergelijke regels opgenomen.

Of de wijziging is toegestaan wordt daarom door het HvJ onderzocht aan de hand van het gelijkheidsbeginsel en en de transparantieverplichting.

Volgens het Hof leidt een strikte toepassing van het gelijkheidsbeginsel ertoe dat alleen gepreselecteerde ondernemers als zodanig offertes kunnen indienen, en de opdracht enkel aan hen kan worden gegund. Hier tegenover staat echter het vereiste van voldoende concurrentie.

Volgens het Hof mag de overblijvende ondernemer van een ontbonden combinatie in de plaats treden van die combinatie (en wordt daarbij het beginsel van gelijke behandeling niet geschonden), mits (i) deze ondernemer zelfstandig voldoet aan de voorwaarden van de opdracht en (ii) de concurrentiepositie van de andere inschrijvers er niet onder lijdt als deze ondernemer aan de procedure blijft deelnemen.

In de onderhavige casus stond vast dat Per Aarsleff zou zijn gepreselecteerd als hij zelfstandig had deelgenomen. Volgens het Hof is het aan de verwijzende rechter om na te gaan of de offerte onregelmatigheden bevat waardoor Per Aarsleff niet in eigen naam zou mogen deelnemen aan de procedure. Ook de vraag of Per Aarsleff een concurrentievoordeel heeft genoten ten nadele van zijn concurrenten moet door de verwijzend rechter worden beantwoord.

De slotsom luidt aldus dat wijzigingen in de samenstelling van een combinatie in beginsel zijn toegestaan, mits vast komt te staan dat de overblijvende ondernemer zelfstandig voldoet aan de voorwaarden, en de concurrentiepositie van de andere inschrijvers niet wordt geschaad.

Conclusie

Het arrest geeft een verrassend antwoord op een vraag die in de Nederlandse jurisprudentie doorgaans op een andere manier wordt beantwoord. De Raad van Arbitrage voor de Bouw heeft in meerdere uitspraken juist bepaald dat een wijziging in de samenstelling van een combinatie – door faillissement of terugtrekking van één van de combinanten – zowel juridisch als materieel tot een andere situatie leidt (zie de uitspraken van 2 april 1997 (BR 1998, p. 153) en 18 maart 1998 (bindend advies 20.299, niet gepubliceerd)). Ook in de Nederlandse rechtsliteratuur werd tot dusverre aangenomen dat wijzigingen in de samenstelling van combinaties na de prekwalificatie of inschrijving niet zijn toegestaan in het licht van het gelijkheidsbeginsel.

Met het arrest van het HvJ lijkt deze lijn niet meer houdbaar. De nieuwe Europese jurisprudentie vereist dat de nationale rechter nagaat of de overgebleven ondernemer zelfstandig voldoet aan de voorwaarden van de opdracht, en of de andere inschrijvers niet worden benadeeld door deze voortzetting van de procedure. Als de overgebleven ondernemer beide toetsen doorstaat, is er in principe groen licht om de procedure zelfstandig voort te zetten.

Volgens de systematiek van het HvJ hebben nationale regelgeving en aanbestedingsdocumentatie ‘voorrang’ op deze Europese toets. Het Hof stelde immers voorop dat in de kwestie van Højgaard/Züblin niets was geregeld omtrent wijzigingen in de samenstelling van combinaties in het Deense recht of de aanbestedingsstukken. Dat suggereert dat als in de aankondiging expliciet was bepaald dat wijzigingen in de samenstelling van de combinatie zijn toegestaan, de kwestie daarmee beslecht zou zijn. Wij betwijfelen of dit in de praktijk daadwerkelijk zo uitpakt. Wanneer benadeling van andere inschrijvers in een concreet geval plaatsvindt, of de overblijvende combinant niet voldoet aan de voorwaarden voor gunning, kan naar onze opvatting het gelijkheidsbeginsel niet eenvoudig gepasseerd worden.

Omgekeerd kan de vraag worden gesteld hoe moet worden omgegaan met een aankondiging waarin uitdrukkelijk is bepaald dat de samenstelling van combinaties niet mag wijzigen gedurende de aanbestedingsprocedure. Enerzijds verzet het transparantiebeginsel zich er in zo’n geval waarschijnlijk tegen dat een combinant aan de hand van dit arrest de verdere toegang tot de procedure mag opeisen. Anderzijds kan de vraag gesteld worden of een dergelijk voorschrift zich wel verdraagt met het onderhavige arrest. Zo’n bepaling beperkt immers de concurrentie, terwijl die beperking niet noodzakelijk is uit het oogpunt van gelijkheid – dat heeft het onderhavige arrest duidelijk gemaakt.

Team

Related news

10.04.2019 NL law
Gevolgen van de Wnra: schorsing voortaan met behoud van loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen

Short Reads - Vanaf het moment dat ambtenaren werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst, worden ook de civielrechtelijke bepalingen ten aanzien van deze overeenkomst van toepassing. Het gevolg is dat de overheidswerkgever en zijn werknemers te maken krijgen met fenomenen die zich in het ambtenarenrecht niet voordoen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de mogelijkheid van schorsing zonder behoud van loon, de termijn waarbinnen aanspraak kan worden gemaakt op (ten onrechte niet betaald) loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen.

Read more

12.04.2019 NL law
Hoogste Europese rechter bevestigt dat overheden onrechtmatige staatssteun proactief moeten terugvorderen

Short Reads - De maand maart 2019 zal vermoedelijk de juridisch handboeken ingaan als een historische maand voor het mededingings- en staatssteunrecht. Niet alleen deed het Hof van Justitie een baanbrekende uitspraak op het gebied van het verhaal van kartelschade. Het heeft in de uitspraak Eesti Pagar (C-349/17) van 5 maart 2019 belangrijke vragen opgehelderd over de handhaving van het staatssteunrecht op nationaal niveau.

Read more

10.04.2019 BE law
Acrylamide: zijn frieten ook juridisch schadelijk voor de gezondheid?

Articles - De risico’s door de aanwezigheid van acrylamide in levensmiddelen noopten de EU tot het nemen van risicobeperkende maatregelen. Exploitanten van levensmiddelenbedrijven van bepaalde levensmiddelen (o.a. frieten, chips, koekjes, …) kregen de verplichting om tal van maatregelen te nemen.  De juridische kwalificatie van acrylamide en het regime van deze maatregelen worden in deze blog toegelicht.

Read more

10.04.2019 NL law
Casus Lotto c.s.: Aanpassing naam vergunninghouder bij nieuwe rechtsvorm? Let op de eisen van het Unierecht!

Short Reads - De Kansspelautoriteit kan de tenaamstelling van vergunningen voor onder andere Lotto en de Staatsloterij niet zomaar wijzigen als de rechtsvorm van de vergunninghouders verandert. Dit gezien het door het Unierecht gewaarborgde vrije verkeer van diensten en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel. Dat blijkt uit een viertal uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("ABRvS") van 13 maart 2019. Wat betekenen deze uitspraken voor de praktijk?

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring