Articles

Ontvankelijkheid van de voorziening in cassatie

Ontvankelijkheid van de voorziening in cassatie

Ontvankelijkheid van de voorziening in cassatie

14.07.2016 BE law

Het instellen van een voorziening in cassatie heeft in strafzaken op zich niet zoveel om het lijf: het volstaat voor de toekomstige eiser om zich binnen de wettelijk voorziene termijn naar de griffie te begeven van de rechtbank of het Hof die de uitspraak heeft gedaan die hij wil bekritiseren, en daar een verklaring af te leggen waaruit blijkt dat hij zich in cassatie wil voorzien.

 

Sinds de wet van 14 februari 2014 moet hij deze formaliteit laten vervullen door een raadsman, die sedert 1 februari 2016 houder moet zijn van een getuigschrift van een opleiding in cassatieprocedures. Pas in een tweede stadium – dat van het opstellen en later het neerleggen van de memorie tot staving – moet hij, door zijn getuigschrifthoudende raadsman, laten verwoorden welke kritiek hij precies heeft tegen de uitgesproken beslissing.

Hans Van Bavel, vennoot Litigation & Arbitration, schreef voor het verzamelwerk “Procederen voor het Hof van Cassatie/Procéder devant la Cour de cassation 2016” een bijdrage over het eerste stadium van het instellen van de voorziening in cassatie: dat van het eigenlijke instellen van het rechtsmiddel, en van de ontvankelijkheidsvoorwaarden waaraan dat onderworpen is. Om ontvankelijk te zijn, dient de voorziening uit te gaan van een procesbekwame partij, die een bepaalde hoedanigheid en een bepaald belang heeft. In dat opzicht verschilt de voorziening niet van de andere rechtsmiddelen in het (straf)procesrecht. Verder gelden een aantal – hoe langer hoe meer – vormvoorwaarden. In de bijdrage wordt ook ingegaan op het – complexe – vraagstuk van de termijn waarbinnen cassatieberoep moet worden ingesteld.

Klik hier voor meer informatie over deze publicatie.

Source: Procederen voor het Hof van Cassatie/ Procéder devant la Cour de cassation 2016 (Reeks: Cassatio), Herentals, Knops Publishing, 2016, 456 p, p. 87-109

Related news

17.12.2018 NL law
Rotterdam District Court rules on jurisdiction in Petrobras collective action

Short Reads - On 19 September 2018, Rotterdam District Court ruled (ECLI:NL:RBROT:2018:7852) that it has jurisdiction to hear claims against Petrobras and others in a collective action concerning an alleged bribery scheme. However, the Court decided that it did not have jurisdiction for a number of claims against non-Dutch defendants. The Court also denied a request to stay the proceedings until a decision in related Brazilian and US proceedings had been reached.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring