Short Reads

Nieuw nationaal aanbestedingsrecht per 1 juli 2016 in werking getreden

Nieuw nationaal aanbestedingsrecht per 1 juli 2016 in werking getreden

Nieuw nationaal aanbestedingsrecht per 1 juli 2016 in werking getreden

04.07.2016

Op 1 juli 2016 traden de Gewijzigde Aanbestedingswet en bijbehorende regelgeving in werking (Stb. 2016, nr. 243). Hiermee is, 3 maanden later dan gepland, de nationale wetgeving in lijn gebracht met de Europese aanbestedingsrichtlijnen uit 2014. In dit blog een reminder van de belangrijkste wijzigingen én een bespreking van de nieuwe Gids Proportionaliteit.

Gewijzigde Aanbestedingswet 2012

Het nieuwe aanbestedingsrecht geldt voor alle procedures waarvan de aankondiging plaatsvindt na 1 juli 2016. Bepaalde artikelen werken ook,  met terugwerkende kracht, voor opdrachten die werden aangekondigd tussen 18 april 2016 en 1 juli (zie art. V, tweede lid van de Wet). Het betreft bepalingen over de oude 2B-diensten die zijn vervangen door de regeling omtrent sociale- en andere specifieke diensten. Aangenomen werd dat de desbetreffende artikelen uit de Europese richtlijnen vanaf het verstrijken van de implementatietermijn al rechtstreekse werking hadden.

In dit blog schreven wij al over de belangrijkste wijzigingen die in het voorstel van wet (najaar 2015) waren opgenomen. Sindsdien zijn nog enkele verdere wijzigingen doorgevoerd, met name van technische of taalkundige aard. Sommige wijzigingen wijken inhoudelijk af van het aanvankelijke wetsvoorstel: zo worden bepalingen met betrekking tot het toepassen van de Gids Proportionaliteit (zie daarover ook hieronder)  van overeenkomstige toepassing verklaard op speciale-sectorbedrijven (art. 1.10, 1.13 en 1.16), wordt de toepassing van EMVI als gunningscriterium verduidelijkt (art. 2.114), is een bepaling over indexering toegevoegd (art. 2.163b) en zijn enkele kleine aanpassingen gemaakt in de procedure voor het dynamisch aankoopsysteem (art. 2.52a, art. 2.145 en 2.147). Voor de verdere verschillen ten opzichte van de oude Aanbestedingswet, verwijzen wij graag naar ons blog d.d. 5 januari 2016.

Gids Proportionaliteit

De wijzigingen van de Aanbestedingswet maken ook een aanpassing van de Gids Proportionaliteit noodzakelijk. De Schrijfgroep Gids Proportionaliteit heeft daarom een herziene versie vervaardigd, gedateerd april 2016. Enkele belangrijke aanpassingen betreffen:

  • Clustering, paragraaf 3.3.1: Verdere verduidelijkingen zijn opgenomen van het principe van clustering (samenvoeging) van opdrachten. Ook is verder toegelicht dat ‘zelfstandige operationele eenheden’ binnen een aanbestedende dienst niet samengevoegd hoeven aan te besteden (art. 2.15a Aanbestedingswet). Bijvoorbeeld verschillende scholen die vallen onder dezelfde onderwijsstichting kunnen dergelijke zelfstandige eenheden vormen.
  • Gunning in percelen, paragraaf 3.3.2: Toegevoegd is dat het aantal, aan één inschrijver, te gunnen percelen kan worden beperkt (art. 2.10 Aanbestedingswet). Een nadere toelichting en voorbeelden bieden handvatten wanneer zo’n beperking al dan niet proportioneel is.
  • Gezamenlijke aanbestedingen, paragraaf 3.3.4: opgemerkt is dat verschillende aanbestedende diensten gezamenlijk kunnen aanbesteden (art. 2.11a en 2.11a Aanbestedingswet). Zo’n samenwerking is ook mogelijk met een aanbestedende dienst uit een andere lidstaat. In dat geval wordt overeengekomen volgens welke nationale bepalingen wordt aanbesteed. Het wordt als niet proportioneel gezien om buitenlands recht te kiezen met het oogmerk om toepassing van de Gids Proportionaliteit te ontlopen.
  • Uitsluitingsgronden, paragraaf 3.5.1: Enkele handvatten voor de praktijk zijn toegevoegd. Het is niet proportioneel om een inschrijver uit te sluiten bij slechts geringe betalingsachterstanden van belastingen en premies (art. 2.86a Aanbestedingswet). De uitsluitingsgrond van prestaties uit het verleden of ‘past performance’ (artikel 2.87 lid 1 sub g Aanbestedingswet) moet terughoudend worden gehanteerd. Het moet gaan om aanzienlijke of herhaaldelijke tekortkomingen van essentiële bepalingen bij eerdere opdrachten die hebben geleid tot vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst, schadevergoeding of vergelijke sancties. Bij alle facultatieve uitsluitingsgronden moet worden gekeken naar eventuele verbeteracties van de inschrijver, waarbij een terugkijkperiode geldt van drie jaar (art. 2.87 Aanbestedingswet). Ook wordt een nadere toelichting gegeven omtrent proportionaliteit bij het toetsen of uitsluitingsgronden van toepassing zijn op onderaannemers.
  • Geschiktheidseisen, paragraaf 3.5.2, Voorschrift 3.5 G: Toegelicht is dat het soms proportioneel kan zijn om een langere referentietermijn te stellen, waardoor het mogelijk is oudere referenties in te dienen.
  • Gunningcriteria, paragraaf 3.5.6: Toegevoegd is dat de beste prijs-kwaliteitverhouding het uitgangspunt is. Voorts worden onder meer handvatten gegeven om te voorkomen dat impliciet toch alleen de prijs bepalend is.
  • Duurzame en sociale eisen, paragraaf 3.5.6: Verdere richtsnoeren worden geven omtrent proportionaliteit bij het hanteren van duurzaamheidscriteria en sociale voorwaarden.
  • Termijnen, paragraaf 3.6: Verduidelijkt is dat bij aanzienlijke wijzigingen van aanbestedingsstukken of relevante informatie, de toepasselijke termijnen moeten worden verlengd via rectificatie op de aanvankelijke aankondiging.
  • Varianten, paragraaf 3.7, Voorschrift 3.7: Thans kunnen varianten worden verlangd ongeacht het gekozen gunningcriterium (dit was slechts voorzien bij gunning op basis van het oude EMVI criterium).
  • Contractvoorwaarden, paragraaf 3.9: Bij het toepassen van paritair opgestelde voorwaarden wordt thans naast de UAV 1989 ook de UAV 2012 genoemd.
  • Informatie-uitwisseling, paragraaf 4: Verdere handvatten zijn toegevoegd betreffende elektronische uitwisseling van informatie en proportionaliteit bij het stellen van vormvoorschriften voor het indienen van stukken.

Belangrijke wijziging is verder dat voortaan ook speciale-sectorbedrijven – naast reguliere aanbestedende diensten – de Gids Proportionaliteit moeten toepassen. Die verplichting geldt zowel bij Europese als nationale en meervoudig onderhandse aanbestedingen. Dit is thans verankerd in het gewijzigde Aanbestedingswet (art. 1.10 lid 3-4, art. 1.13 lid 3-4 en 1.16 lid 3-4) en is ook nog eens in de Gids Proportionaliteit bevestigd (paragraaf 1.1). Ook voor het speciale-sectorbedrijf geldt het principe van ‘comply or explain’: hij past de Gids Proportionaliteit toe dan wel motiveert de afwijkingen in de aanbestedingsstukken.

Team

Related news

24.01.2020
Can the government refrain from imposing enforcement measures if it is not within the offender’s power to comply with a standard?

Short Reads - What should be done if a stakeholder makes a request to the government for enforcement to rectify violations in a scenario where the offender does not have full power to comply because of a reliance on third parties? The Administrative Division of the Dutch Council of State ruled on 23 January 2019 that an administrative body cannot simply reject an enforcement request in such a situation, but must consider whether, for example, the imposition of an order subject to a penalty payment may provide an incentive for the actual termination of the violation.

Read more

16.01.2020
De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen: voertuigen van een bepaald jaar weren is mogelijk bij ontbreken van een redelijk alternatief

Short Reads - ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3865 Deze blog is het vierde deel in een reeks Stibbeblogs over gemeentelijke milieuzones. In 2017 oordeelde de Afdeling over de milieuzone voor personen- en bestelauto’s met dieselmotoren in Utrecht. In 2018 presenteerde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat haar beleid voor harmonisatie van uiteenlopende gemeentelijke milieuzones. Een jaar geleden maakten wij in een FAQ de balans op over de harmonisatie van milieuzones.

Read more

20.01.2020
Planologische medewerking mag worden geweigerd als initiatiefnemer zich in strijd met gemeentelijk beleid onvoldoende heeft ingespannen voor draagvlak

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4209) overwogen dat een bestuursorgaan geen planologische medewerking hoeft te verlenen aan de wijziging van een bestemmingsplan als de aanvrager zich niet heeft ingespannen om maatschappelijk draagvlak te creëren.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring