Articles

Initiatiefnota over private equity, kabinetsreactie en reactie NVP

Initiatiefnota over private equity, kabinetsreactie en reactie NVP

Initiatiefnota over private equity, kabinetsreactie en reactie NVP

12.01.2016 NL law

Op 24 augustus 2015 werd door Tweede Kamerleden Henk Nijboer (PvdA) en Ed Groot (PvdA) de Initiatiefnota over private equity: einde aan de excessen ingediend. Hierin worden twaalf maatregelen voorgesteld die gericht zijn op het bestrijden van beweerdelijke "excessen" van private equity.

 

 Onder verwijzing naar voorbeelden als HEMA, NRC Media, Van Gansewinkel, Atteró, Estro en V&D wordt in deze initiatiefnota gesteld dat veel private equity investeerders bedrijven slechts kopen om in korte tijd zoveel mogelijk winst te behalen, met als gevolg dat bedrijven leeggehaald worden en al dan niet in combinatie met externe factoren na een exit "in ontredderde staat" achtergelaten worden. De Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (‘NVP’) heeft ons inziens terecht deze nota als feitelijk onjuist en "populistisch" gekenschetst. Het Kabinet heeft recent gereageerd op de initiatiefnota.

Op 21 december 2015 heeft het Kabinet zijn reactie op de initiatiefnota naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze Kabinetsreactie zal met instemming zijn gelezen door de NVP en haar leden. Het Kabinet benadrukt immers het grote belang van private equity voor het Nederlands bedrijfsleven en kwalificeert de door Nijboer en Groot genoemde voorbeelden als "incidenten". Het Kabinet zegt wel toe voornemens te zijn opnieuw onderzoek te laten doen naar de effecten van private equity – teneinde te verifiëren of de onderzoeksconclusie uit 2007 dat die per saldo positief zijn nog steeds opgaat – en daarbij in kaart te brengen in hoeverre private equity investeerders afwijken van andere investeerders. In reactie op de twaalf "maatregelen" uit de initiatiefnota zegt het Kabinet, samengevat, het volgende.

 

Ten aanzien van de voorgestelde fiscale maatregelen belooft het Kabinet om de renteaftrekbeperking voor overnameholdingstructuren zoals neergelegd in artikel 15ad van de Wet Vpb 1969 op bepaalde punten te verduidelijken. Hierbij geeft het Kabinet wel aan dat het de noodzaak van deze specifieke renteaftrekbeperking bij een latere implementatie van de uitkomsten van de BEPS-discussie (‘Base Erosion and Profit Shifting’) nog wil overwegen. Wat betreft de gevraagde modernisering van de fiscale regels omtrent excessieve beloning stelt het Kabinet voor om eerst de resultaten van de evaluatie van de Wet belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen af te wachten. Het Kabinet laat weten zich aan te sluiten bij de oproep van Nijboer en Groot om aan te haken bij de initiatieven van de OESO en de EU met betrekking tot de fiscale behandeling van groepsrente. Inmiddels is een concept tekst gepubliceerd voor een Europese Richtlijn tegen Base Erosion and Profit Shifting, waarin een algemene renteaftrekbeperking wordt voorgesteld op basis van een percentage van de EBITDA (met zogeheten groepsescape). De verwachting is dat het richtlijnvoorstel eind januari 2016 wordt gepubliceerd.  

De twee voorstellen in de initiatiefnota die zouden neerkomen op een herinvoering van het recent afgeschafte artikel 2:207c BW (het steunverbod) worden afgewezen.

Ten aanzien van de twee voorstellen om de positie van de ondernemingsraad (‘OR’) te versterken, wil het Kabinet eerst nader onderzoeken of hierin wel een terechte zorg besloten ligt – de bestaande wetgeving lijkt immers afdoende – en zo dit het geval zou zijn, in welke vorm dit dan het meest adequaat geregeld zou moeten worden.

De oproep van de initiatiefnemers aan het Kabinet om een visie te geven op de effectiviteit van bestaande bestuurdersaansprakelijkheidswetgeving, wordt beantwoord: het Kabinet verwijst naar een onderzoek van de WODC waaruit blijkt dat er voldoende mogelijkheden zijn voor rechtspersonen om op te treden tegen onbehoorlijke taakvervulling en wijst voorts op de voor 2016 aangekondigde evaluatie van specifieke bepalingen zoals artikel 2:9 BW en de claw back regeling.

Ten aanzien van de noodzaak van transparantie door Nederlandse pensioenfondsen van de kosten van private equity investeringen, wijst het Kabinet erop dat, anders dan de initiatiefnemers lijken te veronderstellen, pensioenfondsen deze openheid reeds geven, en overigens ook gehouden zijn dat te doen op grond van de Pensioenwet.

De oproep van de initiatiefnemers, tenslotte, aan private equity fondsen om volgens standard reporting lines te rapporteren, wordt door het kabinet vooral gezien als een oproep aan de sector zelf en wordt overigens door het Kabinet ondersteund. Dit laatste geldt ook voor de NVP (zie hieronder).

Op 21 december 2015 heeft de NVP een reactie gepubliceerd op de initiatiefnota en de Kabinetsreactie.  De NVP formuleert daarin tevens drie concrete maatregelen naar aanleiding van die twee stukken: de NVP zal haar gedragscode actualiseren op het punt van standard reporting lines, er komt een informatiedocument voor ondernemingsraden die te maken krijgen met private equity investeerders en de NVP en haar leden gaan beter uitleggen hoe private equity bijdraagt aan de economie en de maatschappij.

Team

Related news

27.09.2019 NL law
Stibbe is attending the IBA's annual conference in Seoul

Conference - The annual conference of the International Bar Association (IBA) is currently taking place in Seoul. There are fourteen partners from Stibbe attending the event. Several of them have speaking slots on a wide range of legal topics and will take part in various panel discussions.

Read more

27.09.2019 NL law
Tax Alert: EU General Court rules on two cases regarding State aid in relation to tax rulings

Short Reads - On 24 September 2019, the General Court of the European Union ("Court") ruled on the joined cases T-760/15 and T-636/16 (Starbucks) and the joined cases T-755/15 and T-759/15 (Fiat Chrysler). Both cases are complex and contain novel considerations. In this Tax Alert we provide you with a first summary of both cases and some preliminary observations.

Read more

25.09.2019 NL law
The long arm of regulation – Dutch chapter by Roderik Vrolijk and Senna Leentjens

Articles - The continued global scrutiny of financial services firms, alongside the sustained pressure on those charged with regulating them to deliver tangible results, continues to drive financial services regulators to seek assistance from their overseas counterparts when investigating issues. This trend shows no signs of abating, and questions such as how and when regulators interact with each other and with firms across borders, how firms are expected or required to respond, and whether duplicate proceedings can be brought in different jurisdictions are more pertinent than ever.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring