Short Reads

Grenzen aan de privatisering van (uitkerings)fraudeonderzoek

Grenzen aan de privatisering van (uitkerings)fraudeonderzoek

Grenzen aan de privatisering van (uitkerings)fraudeonderzoek

19.01.2016 NL law

In de strijd tegen uitkeringsfraude zijn overheden de afgelopen jaren steeds meer gebruik gaan maken van private bedrijven die daarbij – vanzelfsprekend – een commercieel belang nastreven. 

Daarbij gaat het om opleiding en advies aan handhavers in dienst van de overheid of administratieve ondersteuning bij de terugvordering van uitkeringen na geconstateerde fraude. Deze beweging is overigens ook zichtbaar op andere terreinen van het bestuursrecht. Dat roept op zich niet veel vragen op en lijkt ook de nodige vruchten af te werpen.

Spannender wordt het echter wanneer ook de opsporing van (uitkerings)fraude in meer of mindere mate actief in handen wordt gelegd van deze bedrijven. Ook dat blijkt in toenemende mate te gebeuren (vgl. NRC 8 oktober 2015). Daarbij gaat het om dossieronderzoek, het opvragen van informatie bij betrokken instanties, internetonderzoek, het verrichten van waarnemingen in de omgeving van een woning en zelfs om het afleggen van onaangekondigde huisbezoeken. Van de bevindingen wordt verslag gedaan aan het bevoegde bestuursorgaan dat vervolgens kan beslissen over het al dan niet terugvorderen van de uitkering eventueel in combinatie met een boete. Het gaat daarmee dus om handelingen van private bedrijven die ingrijpen in het privéleven van betrokkenen en kunnen leiden tot beslissingen die raken aan hun financiële bestaanszekerheid. Hoe daarover vanuit rechtsstatelijk oogpunt te oordelen?

Twee relatief recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep werpen licht op de vraag hoeveel ruimte overheden hebben om uitkerings- en ander fraudeonderzoek op deze wijze te privatiseren. Een eerste uitspraak betreft een terugvordering van een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) na door een bedrijf geconstateerde fraude (ECLI:NL:CRVB:2014:2947). Deze uitspraak komt er kort en goed op neer dat kerntaken bij de uitvoering van de bijstand niet mogen worden uitbesteed aan een commercieel bedrijf. Volgens de Raad moeten deze taken binnen het publieke domein worden uitgeoefend. Daarbij benadrukt de Raad dat het bedrijf het betreffende onderzoek geheel zelfstandig uitvoerde en er bovendien sprake was van een ‘no cure no pay’ overeenkomst. Het met het onderzoek verzamelde bewijs mag daarom niet aan de terugvordering ten grondslag worden gelegd. Een andere uitkomst had een tweede zaak over de terugvordering van een uitwonendenuitkering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). Daar oordeelt de Raad dat deze wet, bezien in samenhang met de in de praktijk gegeven sturing door de minister aan de controleurs en de afwezigheid van een commercieel belang bij het resultaat van de controle door de gekozen bezoldigingsafspraken, een voldoende wettelijke grondslag biedt om werknemers van een private partij te belasten met het toezicht op de naleving van de wet. Dit betekent dat de minister een besluit tot herziening van de uitwonendenbeurs in een thuiswonendenbeurs in beginsel mag baseren op de resultaten van een huisbezoek dat is verricht door deze personen (ECLI:NL:CRVB:2015:4192).

In de laatst bedoelde uitspraak geeft de Raad aan wat de redenen zijn om de privatiseringsconstructie onder de WWB niet en onder de Wsf 2000 wel toe te staan. Leidend daarbij is dat uit de WWB volgt dat uitbesteding van kerntaken niet is toegestaan terwijl de Wsf 2000 een positieve wettelijke grondslag biedt voor het door private bedrijven verrichten van onderzoek naar het recht op een uitwonendenbeurs. Verder voorkwamen de gemaakte afspraken in de studiefinancieringscasus dat er bij de uitkomst van de uitvoering van de publieke taak een financieel belang bestaat, terwijl er in de bijstandszaak zelfs sprake was van een ‘no cure no pay’ overeenkomst. Daarbij komt dat er in die laatste zaak sprake was van een grote zelfstandigheid van de medewerkers van het bedrijf. Dit in tegenstelling tot de controle in het kader van de studiefinanciering waar er meer sturing was van de zijde van de overheid.

Er is dus ruimte voor privatisering van (uitkerings)fraudeonderzoek mits daarvoor een wettelijke basis bestaat (het gaat immers om het actief uitbesteden van handhavingstaken), er garanties bestaan dat commerciële belangen de uitkomst van de uitvoering van de publieke taak niet beïnvloeden en er sprake blijft van voldoende sturing van het bedrijf door het betrokken overheidsorgaan.

Dat zijn belangrijke rechtsstatelijke garanties, maar er blijft op dat vlak toch nog wel het een en ander te wensen over. Vanuit het gelijkheidsbeginsel kan de vraag worden gesteld waarom de wetgever ten aanzien van de studiefinanciering privatisering wel toestaat en ten aanzien van de bijstand niet. Het is nog niet zo makkelijk dit verschil te rechtvaardigen. Daarom is het van belang dat in kaart wordt gebracht welk standpunt de wetgever in de verschillende relevante wetten – ook buiten het domein van uitkeringen – heeft ingenomen ten aanzien van privatisering van handhavingstaken. Vervolgens kan een coherente visie worden ontwikkeld op het al dan niet toestaan daarvan die vervolgens een plaats zou moeten krijgen in die wetten. Ook zou kunnen worden overwogen een algemene regeling op te nemen in de Algemene wet bestuursrecht. Verder geldt vanzelfsprekend dat bij het private onderzoek waar het privéleven in het geding is steeds de proportionaliteit in acht moet worden genomen (vgl. reeds het Edamse-bijstandsmoeder arrest,NJ 1987/928, dat betrekking heeft op een oervorm van private handhaving). Ten slotte zou er ook structurele aandacht moeten bestaan voor het borgen van de kwaliteit en betrouwbaarheid van de betrokken private bedrijven en hun medewerkers. Daarvoor zou kunnen worden gedacht aan een (certificerings)systeem zoals dat is voorzien in de – in de hier behandelde casus niet van toepassing zijnde – Wet op de particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.

Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2016/136, afl. 3.

Het bericht Grenzen aan de privatisering van (uitkerings)fraudeonderzoek is een bericht van www.stibbeblog.nl

Team

Related news

16.07.2018 BE law
Le Plan Régional de Développement Durable, qui fixe les objectifs et priorités de développement de la Région de Bruxelles-Capitale à moyen et à long terme, est adopté

Articles - Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale a adopté, le 12 juillet 2018, le Plan Régional de Développement Durable, qui remplace le Plan Régional de Développement du 12 septembre 2002 et définit la vision territoriale de la Région, aux horizons 2025 et 2040.

Read more

10.07.2018 EU law
Hof van Justitie EU oordeelt over reikwijdte 'beroepsgeheim' financiële toezichthouders voor bedrijfsgegevens

Articles - In een arrest van 19 juni 2018 oordeelt de Grote kamer van het Hof van Justitie EU over de reikwijdte van het 'beroepsgeheim' van financiële toezichthouders voor bedrijfsgegevens. Het hof oordeelt dat de informatie die zich in het toezichtsdossier bevindt niet onvoorwaardelijk vertrouwelijk van aard is en bijgevolg onder het beroepsgeheim van de toezichthouder valt. Gegevens die mogelijk commerciële geheimen zijn geweest, worden in beginsel geacht niet meer actueel en dus niet langer geheim te zijn, wanneer die gegevens ten minste vijf jaar oud zijn.

Read more

11.07.2018 NL law
Bestuursrechtelijke rechtsbescherming jegens private aanbieders

Articles - De overheid besteedt de uitvoering van Awb-besluiten geregeld uit aan private rechtspersonen. Zo staat momenteel volop in de belangstelling de uitbesteding aan private zorgaanbieders van de feitelijke uitvoering van een algemene voorziening of maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Read more

10.07.2018 NL law
Omgevingsvergunning zonnepark: ruimtelijk aanvaardbaar?

Articles - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een tussenuitspraak gedaan over een omgevingsvergunning voor een grootschalig zonnepark bij Sappemeer in de gemeente Midden-Groningen. Het college moet beter onderbouwen waarom de ruimtelijke gevolgen van het zonnepark voor omwonenden aanvaardbaar zijn. De huidige motivering, namelijk dat glastuinbouw was toegestaan en het zonnepark daarop geen grote inbreuk maakt, acht de Afdeling onvoldoende.

Read more

10.07.2018 NL law
Wijziging van de ladder voor duurzame verstedelijking, hoeveel treden worden er werkelijk genomen?

Articles - De realisatie van een bedrijf zal vaak als nieuwe stedelijke ontwikkeling kwalificeren. In dat geval moet aan de ladder voor duurzame verstedelijking worden voldaan (de Ladder). Kort samengevat onderzoekt het bevoegd gezag (in de praktijk laat het bevoegd gezag dit onderzoeken) bij het aflopen van de Ladder of er wel behoefte is aan het nieuwe bedrijf. Dit past binnen het vaak gehoorde credo “niet bouwen voor leegstand”.

Read more

10.07.2018 NL law
De informatieplicht en de verplichting tot het treffen van energiebesparende maatregelen uit het Activiteitenbesluit onder de loep

Articles - Het thema energiebesparing blijft de gemoederen flink bezig houden. Geen nieuwsbrief kan erop nageslagen worden zonder dat dit thema zich opdringt. Zeker nu het Energieakkoord dat in 2013 werd gesloten zijn eerste lustrum viert en de meetbare doelen van 2020 in zicht komen, kan niet anders dan gezegd worden dat energiebesparing een hot topic is. In het kader van het behalen van de doelen van het Energieakkoord is recent (februari 2018) de introductie van een informatieplicht aangekondigd. Bedrijven moeten aan het bevoegd gezag melden welke maatregelen zijn getroffen.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring