Short Reads

Terugverdientijd energiebesparende koelmeubelen meer of minder dan vijf jaar? Discussie daarover kan zich terugverdienen!

Terugverdientijd energiebesparende koelmeubelen meer of minder dan vijf jaar? Discussie daarover kan zich terugverdienen!

Terugverdientijd energiebesparende koelmeubelen meer of minder dan vijf jaar? Discussie daarover kan zich terugverdienen!

26.02.2016 NL law

Op 18 december 2015 deed de rechtbank Amsterdam einduitspraak in de zogenaamde Aldi-zaak waarover wij al eerder een blogbericht schreven. De eindconclusie van de rechtbank luidt dat de Aldi-filialen met succes hebben bestreden dat de terugverdientijd van de opgelegde energiebesparende maatregelen – permanente afdekking voor verticale koelmeubelen – korter is dan vijf jaar. 

Hierdoor heeft het bevoegd gezag geen bevoegdheid om tot handhaving over te gaan. Er is geen sprake van een overtreding van artikel 2.15 Activiteitenbesluit. Dit artikel bepaalt kortgezegd dat een drijver van een inrichting (waaronder ook een supermarkt wordt verstaan) alle energiebesparende maatregelen moet treffen die zich binnen vijf jaar tijd terugverdienen.

Nu er tegen deze einduitspraak hoger beroep is ingesteld houden wij u op de hoogte van de hoger beroepszaak.

Lessen uit de uitspraak voor de praktijk

Deze uitspraak leert ons het volgende over de situatie waarin een drijver van een inrichting wordt geconfronteerd met een handhavingsbesluit op basis van artikel 2.15 Activiteitenbesluit:

  1. Het is primair aan het bevoegd gezag om een gestelde bevoegdheid tot handhaving van artikel 2.15 Activiteitenbesluit te concretiseren;
  2. In beginsel kan het bevoegd gezag zich daarvoor baseren op algemene branchegegevens om de terugverdientijd van een opgelegde maatregel te bepalen;
  3. Wanneer de exploitant van een bedrijf (‘een inrichting’) echter komt met een rapport waaruit blijkt dat de terugverdientijd langer is dan vijf jaar, moet het bevoegd gezag gemotiveerd op dit rapport ingaan, en zijn algemene branchegegevens niet voldoende;
  4. Uit de reactie van het bevoegd gezag op het rapport van de exploitant moet voldoende concreet volgen dat de terugverdientijd minder bedraagt dan vijf jaar. In het geval de terugverdientijd ook langer kan zijn dan vijf jaar, bestaat geen bevoegdheid tot handhaving.

Dit betekent dat het voor een exploitant kan lonen om de terugverdientijd gemotiveerd te betwisten met een tegenrapport, zeker op het moment dat de terugverdientijd volgens het bevoegd gezag vlak onder de vijf jaar ligt. De terugverdientijd is immers van vele factoren afhankelijk, zoals bijvoorbeeld de energieprijs. Als uit het onderzoek van de exploitant blijkt dat de terugverdientijd langer is dan vijf jaar, is het aan het bevoegd gezag om aan te tonen dat de terugverdientijd wel korter is dan vijf jaar. Slaagt het bevoegd gezag niet in deze taak, dan heeft het geen bevoegdheid om tot handhaving op basis van artikel 2.15 Activiteitenbesluit over te gaan. `

Voor de volledigheid wijzen wij erop dat voornoemde uitgangspunten enigszins anders zijn, als het bevoegd gezag de exploitant van een inrichting verplicht een zogenaamde erkende maatregel uit bijlage 10 van de Activiteitenregeling te implementeren. Deze erkende maatregelen worden in elk geval geacht zich binnen vijf jaar tijd terug te verdienen. Voor de supermarktbranche zijn overigens nog geen erkende maatregelen opgenomen.

De bloglezers die geïnteresseerd zijn in meer details over het oordeel van de rechtbank, kunnen in het vervolg van dit blogbericht meer lezen.

Wat zei de rechtbank in 2014 ook alweer?

In de tussenuitspraak van december 2014, oordeelde de rechtbank dat het bevoegd gezag de terugverdientijd in beginsel mag berekenen op basis van (algemene) branchegegevens, maar dat wel tegenbewijs geleverd kan worden door de drijver van de inrichting.

Zodra de drijver van een inrichting (door middel van een rapport) met tegenbewijs komt en gemotiveerd aanvoert dat de terugverdientijd langer is dan vijf jaar, dan moet het bevoegd gezag gemotiveerd op het tegenbewijs in gaan. Er mag dan alleen tot handhaving worden overgegaan als het bevoegd gezag onderbouwt dat de terugverdientijd, ook op individueel niveau, toch korter is dan vijf jaar. In dit geval waren de handhavingsbesluiten op dat punt onvoldoende gemotiveerd. Door middel van een tussenuitspraak kreeg het bevoegd gezag de mogelijkheid om alsnog op de rapporten van de Aldi-filialen in te gaan, en aan te tonen dat de terugverdientijd van de opgelegde maatregelen korter is dan vijf jaar.

Wat is er sindsdien gebeurd en wat beoordeelt de rechtbank Amsterdam in deze recente zaak?

Het bevoegd gezag heeft nader onderzoek laten verrichten naar de terugverdientijd van de afdekking van de koelmeubelen (in casu dubbelglasdeuren). Volgens deze onderzoeken bedraagt de terugverdientijd voor de betrokken Aldi-filialen normaal gesproken minder dan vijf jaar, echter in sommige gevallen langer dan vijf jaar, bijvoorbeeld als de stroomprijs daalt. Het bevoegd gezag acht dat scenario evenwel niet waarschijnlijk en gaat ervan uit dat opgelegde maatregelen voor elk Aldi-filiaal zich binnen vijf jaar tijd terugverdienen. De Aldi-filialen hebben naar aanleiding van deze onderzoeken een eigen onderzoek in de procedure gebracht. Uit het (aanvullende) onderzoek van de Aldi-filialen blijkt (wederom) dat de terugverdientijd voor ieder Aldi-filiaal langer is dan vijf jaar.

De rechtbank gaat vervolgens na of het bevoegd gezag voldoende heeft aangetoond dat de opgelegde maatregelen zich binnen vijf jaar tijd terugverdienen waarmee een bevoegdheid bestaat om over te gaan tot handhaving.

Volgens de rechtbank is dat niet het geval. De rechtbank merkt op dat zij begrijpt dat het verkrijgen van absolute zekerheid wellicht niet mogelijk is, maar geeft aan dat het primair aan het bevoegd gezag is om de gestelde bevoegdheid tot handhaving te concretiseren. Het is volgens de rechtbank niet aan de Aldi-filialen om het ontbreken van een dergelijke bevoegdheid aan te tonen. Nu de door het bevoegd gezag berekende terugverdientijd voor vijf filialen valt binnen een bandbreedte waarvan de maximaal berekende terugverdientijd (de hoogste waarde) boven de vijf jaar ligt, bestaat in ieder geval in die vijf gevallen serieuze twijfel of verweerders bevoegd waren handhavend op te treden. Ten aanzien van de Aldi-filialen waar, volgens het rapport van het bevoegd gezag de terugverdientijd altijd minder dan vijf jaar bedraagt, oordeelde de rechtbank dat ook geen bevoegdheid bestaat om tot handhaving over te gaan. De Aldi-filialen hebben namelijk met succes aangevoerd dat in het rapport onjuiste uitgangspunten zijn gehanteerd bij het berekenen van de terugverdientijd. Van een overtreding van artikel 2.15 Activiteitenbesluit was daarom geen sprake.

Het bericht Terugverdientijd energiebesparende koelmeubelen meer of minder dan vijf jaar? Discussie daarover kan zich terugverdienen!  is een bericht van www.stibbeblog.nl

 

Related news

11.07.2019 NL law
Niet nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit kan leiden tot een kennelijk gegrond beroep en een 'kale vernietiging'

Short Reads - Een hard gelag voor de gemeenteraad van Rotterdam en de ontwikkelaar: bij uitspraak van 9 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2298, verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep tegen het bestemmingsplan "De Nieuwe Wielewaal" zonder zitting kennelijk gegrond wegens het ontbreken van een m.e.r.-beoordelingsbesluit en vanwege een gebrekkige vormvrije m.e.r.-beoordeling. De sloop van 545 woningen en de nieuwbouw van 675 woningen lopen hierdoor grote vertraging op, omdat het bestemmingsplan eerst weer in ontwerp ter inzage moet worden gelegd.

Read more

11.07.2019 NL law
Monitor Wind op Land 2018: Doelstelling voor 2020 naar verwachting niet gehaald, optimistisch over opgesteld vermogen in 2023

Short Reads - De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) stuurde op 28 juni 2019 de Monitor Wind op Land 2018 ("Monitor") naar de Tweede Kamer vergezeld van een kamerbrief. In de Monitor concludeert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat de doelstelling uit het Energieakkoord van 6.000 Megawatt (MW) aan opgesteld vermogen windenergie op land in 2020 naar verwachting niet zal worden gehaald. In dit blog zetten wij de aandachtspunten uit de Monitor op een rij.

Read more

28.06.2019 NL law
Transparantie-eisen en horecavergunningen: de toenemende invloed van de Dienstenrichtlijn

Short Reads - Deze maand heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat het weigeren van een exploitatievergunning voor een café vanwege het "levensgedrag" van de exploitant mogelijk strijdig is met de Dienstenrichtlijn. Het levensgedrag als criterium komt vaker in gemeentelijke verordeningen voor. Wat blijkt uit deze uitspraak en wat zijn de gevolgen voor de praktijk?

Read more

21.06.2019 EU law
Un nouvel arrêt de la Cour de Justice de l'Union européenne en matière d'évaluation des incidences des plans et des programmes!

Articles - Par un arrêt du 12 juin 2019, la Cour de Justice de l’Union européenne a considéré qu’un arrêté bruxellois qui fixe une zone spéciale de conservation (Natura 2000) est bien un plan ou un programme, mais qui n’est pas nécessairement soumis à une évaluation des incidences sur l’environnement. Au détour de cet arrêt, elle a confirmé certains enseignements de sa jurisprudence antérieure.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring