Short Reads

Foto’s van de buurman: geen bewijs dat een dwangsom is verbeurd

Foto’s van de buurman: geen bewijs dat een dwangsom is verbeurd

Foto’s van de buurman: geen bewijs dat een dwangsom is verbeurd

29.02.2016 NL law

Het bewijs dat een dwangsom verbeurd is, moet worden geleverd door het bevoegd gezag. Derden kunnen het bestuursorgaan niet helpen bij het verzamelen van dit bewijs. Dat volgt uit een uitspraak van de Afdeling van 24 februari 2016.

Als een bestuursorgaan weigert een verbeurde dwangsom in te vorderen, kunnen belanghebbenden het bestuursorgaan verzoeken om ook daadwerkelijk tot invordering over te gaan. Hoewel het uitgangspunt is dat bij een verbeurde dwangsom tot invordering overgegaan moet worden, kunnen er goede redenen zijn om niet aan de wens van derden om in te vorderen gehoor te geven. Bijvoorbeeld omdat het bestuursorgaan van mening is dat de dwangsom niet verbeurd is, of niet kan bewijzen dat de dwangsom verbeurd is.

Maar wat nu als het bestuursorgaan van mening is dat er geen dwangsom is verbeurd en degene aan wie de last is opgelegd de verbeurte betwist? Kan de belanghebbende, bijvoorbeeld een oplettende buurman, dan zelf het bewijs leveren dat de dwangsom is verbeurd? Bijvoorbeeld door het maken van foto’s? Of moet een belanghebbende dan maar accepteren dat de bevoegdheid tot invordering mogelijk verjaart?

Uit de uitspraak van de Afdeling van 24 februari 2016 blijkt dat het bewijs in beginsel niet geleverd kan worden door belanghebbende. Het bewijs moet namelijk geleverd worden door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag. De vraag rijst daarbij in hoeverre de tendens van privatisering van toezicht zich hiertoe verhoudt. Al eerder verscheen op Stibbeblog een blog over de grenzen daarvan.

Hoe zat het ook alweer met het bewijs bij invorderingsbeschikkingen?

Als er een last onder dwangsom is opgelegd en de begunstigingstermijn verstreken is, verbeuren de dwangsommen van rechtswege. Veelal zal degene die de dwangsommen heeft verbeurd echter niet vrijwillig over gaan tot betaling. Onder andere om die reden zal het bestuursorgaan daarom een invorderingsbeschikking nemen.

Aan een invorderingsbeschikking moet een deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag liggen. De Afdeling oordeelde dit al in een uitspraak van 13 november 2013 en bevestigt dit (nogmaals) in de uitspraak van 24 februari 2016. Op grond van deze jurisprudentie moet het bewijs moet voldoen aan in ieder geval de volgende eisen:

  • Waarneming van feiten en omstandigheden door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag.
  • De bevindingen moeten op schrift worden gesteld.
  • Het geschrift moet de plaats, het tijdstip en de datum van de waarneming bevatten.
  • In het geschrift moet een inzichtelijke beschrijving van de gehanteerde werkwijze worden opgenomen.
  • In het geschrift moet een inzichtelijke beschrijving van wat is waargenomen worden opgenomen.
  • Het geschrift moet ondertekend zijn door de opsteller en voorzien zijn van een dagtekening. Als het geschrift in een digitaal systeem is opgemaakt en ondertekening ontbreekt, moet het bestuursorgaan anderszins aantonen op welke datum de deskundige medewerker het geschrift heeft vastgesteld.

Niet aan de eisen voldaan; wat dan?

De Afdeling overweegt in haar uitspraak van 24 februari 2016 dat zij al eerder oordeelde dat het niet volledig voldoen aan alle in de uitspraak van 13 november 2013 genoemde vereisten, niet in alle gevallen betekent dat een deugdelijke en controleerbare vaststelling van de relevante feiten en omstandigheden ontbreekt.

Het niet voldoen aan één van de hierboven opgenomen eisen betekent dus niet zonder meer dat het bestuursorgaan “af” is en de invorderingsbeschikking onderuit gaat. Wel brengt het bestuursorgaan zichzelf waarschijnlijk in een erg lastige bewijspositie. Uit de uitspraak van 24 februari 2016 en een eerdere uitspraak van 25 november 2015 blijkt dat ieder geval één eis wel keihard is: de eis dat de waarneming gedaan moet worden door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag. Waarnemingen (maar ook foto’s en dergelijke) die niet door een medewerker van het bevoegd gezag zijn gedaan, kunnen niet als bewijs worden gebruikt.

Gegevens uitspraak
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 24 februari 2016
Zaaknummer: 201503107/1/A1
ECLI:NL:RVS:2016:469

Het bericht ‘Foto’s van de buurman: geen bewijs dat een dwangsom is verbeurd‘ is een bericht van Stibbeblog.nl

 

Team

Related news

11.07.2019 NL law
Monitor Wind op Land 2018: Doelstelling voor 2020 naar verwachting niet gehaald, optimistisch over opgesteld vermogen in 2023

Short Reads - De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) stuurde op 28 juni 2019 de Monitor Wind op Land 2018 ("Monitor") naar de Tweede Kamer vergezeld van een kamerbrief. In de Monitor concludeert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat de doelstelling uit het Energieakkoord van 6.000 Megawatt (MW) aan opgesteld vermogen windenergie op land in 2020 naar verwachting niet zal worden gehaald. In dit blog zetten wij de aandachtspunten uit de Monitor op een rij.

Read more

18.07.2019 NL law
Geen concessieovereenkomst, geen inhouse-gunning OV-diensten aan interne exploitant op grond van de PSO-verordening

Short Reads - Het Hof van Justitie ("Hof") oordeelde onlangs in twee arresten ("Arrest I" en "Arrest II") dat artikel 5 lid 2 PSO-Verordening ("PSO") niet van toepassing is op de onderhandse gunning van opdrachten voor busdiensten die niet de vorm aannemen van een concessieovereenkomst. Artikel 5 lid 2 PSO bevat de voorwaarden voor onderhandse gunning van openbaredienstcontracten aan interne exploitanten.

Read more

11.07.2019 NL law
Niet nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit kan leiden tot een kennelijk gegrond beroep en een 'kale vernietiging'

Short Reads - Een hard gelag voor de gemeenteraad van Rotterdam en de ontwikkelaar: bij uitspraak van 9 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2298, verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep tegen het bestemmingsplan "De Nieuwe Wielewaal" zonder zitting kennelijk gegrond wegens het ontbreken van een m.e.r.-beoordelingsbesluit en vanwege een gebrekkige vormvrije m.e.r.-beoordeling. De sloop van 545 woningen en de nieuwbouw van 675 woningen lopen hierdoor grote vertraging op, omdat het bestemmingsplan eerst weer in ontwerp ter inzage moet worden gelegd.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring