Short Reads

Financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, hoe zwaar is de motiveringsplicht?

Financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, hoe zwaar is de motiveringsplicht?

Financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, hoe zwaar is de motiveringsplicht?

26.02.2016 NL law

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad motiveren dat het plan binnen de planperiode financieel uitvoerbaar is. De laatste jaren leek de Afdeling aan die motivering niet al te hoge eisen te stellen. Maar soms toetst zij ineens indringender, zoals recent bij het bestemmingsplan Viscentrum Breskens. Hoe is dit te verklaren en welke lijn houdt de Afdeling aan?

Vertrouwde kaders

Artikel 3.1.6 lid 1 Bro bepaalt: “Een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor gaan vergezeld van een toelichting, waarin zijn neergelegd: (…) f. de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan”. De rechter toetst dit onderdeel van de plantoelichting terughoudend. De standaardoverweging van de Afdeling luidt:

“In het kader van een beroep tegen het bestemmingsplan kan een betoog dat ziet op de uitvoerbaarheid van een plan slechts leiden tot vernietiging van een besluit indien en voor zover de raad in redelijkheid had moeten inzien dat het plan niet kan worden uitgevoerd binnen de planperiode van in beginsel tien jaar.”

In de overgrote meerderheid van de uitspraken overweegt de Afdeling vervolgens dat niet op voorhand vast staat dat het plan niet financieel uitvoerbaar is. Zelfs in gevallen waarin volledig kostenverhaal niet is verzekerd, blijkt de enkele mededeling ter zitting, dat de gemeente bereid is een eventueel deficit of planschaderisico te financieren, doorgaans voldoende te zijn om een gegrond beroep af te weren. Kortom, een ruime marge voor gemeenteraden.

Een vreemde eend?

Op 17 februari jl. is het bestemmingsplan “Viscentrum Breskens” gesneuveld omdat de raad de financiële uitvoerbaarheid van dat plan onvoldoende inzichtelijk had gemaakt. De appellanten klaagden dat de financiering (ad. €4.3 mio) nog teveel onzekerheden bevatte, maar ter zitting voerde de raad het bekende, en meestal succesvolle verweer dat de gemeente de kosten zo nodig zelf zou dragen. De Afdeling overwoog echter:

“De ter zitting door de raad gedane mededeling dat de gemeente de overige kosten voor de verwezenlijking van het viscentrum zelf zal kunnen dragen is onvoldoende, nu die niet is onderbouwd en in het raadsvoorstel van 25 juni 2015 om in te stemmen met het Masterplan wat betreft het viscentrum is vermeld dat, indien zou blijken dat de overige ontwikkelingen in het havengebied geen doorgang kunnen vinden, ook het nieuwe viscentrum niet zal worden gerealiseerd maar dat de vismijn en het visserijmuseum op de huidige locatie behouden blijven.”

Kennelijk vond de Afdeling de ter zitting – namens de raad – gedane mededeling ongeloofwaardig in het licht van eerder raadsbesluitvorming.

Naar mijn mening is deze uitspraak, hoewel zij een zeldzaam voorbeeld geeft van het onvoldoende inzichtelijk maken van de financiële uitvoerbaarheid, niet per se een vreemde eend in de bijt. Daarbij mag wat mij betreft ook nog in aanmerking worden genomen dat het de Afdeling ter zitting was gebleken dat inmiddels een nieuw bestemmingsplan in procedure was gebracht voor het gehele havengebied van Breskens (inclusief het viscentrum) en de gemeente dus snel een herkansing zou krijgen om de financiële uitvoerbaarheid te onderbouwen.

En dus

Gemeenten krijgen van de Afdeling een ruime marge bij het inzichtelijk maken van de financieel-economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Een ad hoc motivering ter zitting brengt echter wel risico’s mee, zeker als deze niet in lijn is met de eerdere formele raadsbesluitvorming. Een stevige uitvoerbaarheidsparagraaf in het bestemmingsplan, onderbouwd met een duidelijke verantwoording van inkomsten, uitgaven en tekortdekking, die ook voor juristen begrijpelijk is, kan veel stress en ellende voorkomen.

Het bericht Financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, hoe zwaar is de motiveringsplicht? is een bericht van www.stibbeblog.nl

Related news

27.07.2020 NL law
De Whatsapp-conversatie tussen Grapperhaus en Halsema: ook openbaar via de Wob?

Short Reads - Deze heb je vastgelegd voor de Wob Zo luidde een van de berichten van de Whatsapp-correspondentie tussen burgemeester Halsema van Amsterdam en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid over de demonstratie op de Dam, die plaatsvond op 1 juni 2020. Een angst van menig bestuurder werd waarheid: de gehele conversatie stond dezelfde dag nog afgedrukt op alle nieuwswebsites. Deze correspondentie werd openbaar gemaakt op grond van artikel 68 van de Grondwet, dat kort gezegd de informatieplicht van bewindslieden aan het parlement regelt.

Read more

21.07.2020 NL law
Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam 2020 – 2030 vrijgegeven voor inspraak

Short Reads - Van 1 juli tot 31 augustus 2020 legt de gemeente Amsterdam het Vestigingsbeleid Datacenters gemeente Amsterdam 2020 - 2030 ter inzage voor inspraak. Na de inspraakperiode wordt het vestigingsbeleid ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. In dit blog bespreken wij de hoofdlijnen van het vestigingsbeleid: nieuwe datacenters zijn onder strenge voorwaarden en op beperkte schaal welkom in gemeente Amsterdam. Met dit beleid wordt vervolg gegeven aan het voorbereidingsbesluit datacenters, dat ook in dit bericht wordt besproken.

Read more

27.07.2020 NL law
Maatwerk bij ontvankelijkheidsbeslissingen

Short Reads - Kent u een termijn die de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep bepaalt en niet in de wet is te vinden? Je zou hopen dat zo’n termijn niet bestaat. Ontvankelijkheid bepaalt immers de toegang tot de rechter en die toegang moet niet belemmerd worden door onbekende of slecht kenbare fatale termijnen. Toch kent ons recht zo’n termijn en die termijn is bovendien zeer kort. Ik doel op de twee weken die een belanghebbende wordt gegund om alsnog bezwaar te maken, nadat hij op de hoogte is geraakt van het bestaan van een besluit waarvan de bezwaartermijn al is verstreken.

Read more

17.07.2020 BE law
Gedogen van een bouwovertreding in een dading. Hof van Cassatie zegt: nietig

Articles - Een dadingsovereenkomst waarin een partij zich ertoe verbindt om de bouwovertredingen van de contractspartij te gedogen, heeft een ongeoorloofde oorzaak. Met een dergelijke overeenkomst beogen de contractspartijen immers om een met de openbare orde strijdige toestand - de bouwovertredingen - in stand te houden. De overeenkomst is in haar geheel behept met een ongeoorloofde oorzaak en aldus nietig. Als één van de partijen zijn leveringsverbintenis niet nakomt, kan de andere partij dan ook geen schadevergoeding vorderen.

Read more