Neodyum Miknatis
maderba.com
implant
olabahis
Casino Siteleri
canli poker siteleri meritslot
escort antalya
istanbul escort
sirinevler escort
antalya eskort bayan
brazzers
Short Reads

Duidelijkheid over de verlenging van concessies voor openbaar vervoer!

Duidelijkheid over de verlenging van concessies voor openbaar vervoer!

Duidelijkheid over de verlenging van concessies voor openbaar vervoer!

23.02.2016 NL law

Op 28 december 2015 deed het College van Beroep voor het bedrijfsleven ('CBb') een belangrijke uitspraak (ECLI:NL:CBB:2015:408). Het CBb oordeelde dat het OV-Bureau Groningen Drenthe een OV-concessie met twee keer de duur van twee jaar mag verlengen.

(ECLI:NL:CBB:2015:408). 

Het ging om een concessie op grond van de Wet personenvervoer 2000 ('Wp 2000') die het OV-bureau op 28 mei 2009 aan QBuzz had verleend. Op grond van die concessie mocht QBuzz zes jaar het busvervoer verzorgen in Groningen en Drenthe tot en met medio december 2015. De concessie voorzag uitdrukkelijk in de mogelijkheid tot verlenging met twee jaar. Daarvan had het OV-bureau al gebruik gemaakt in december 2012. Vanaf dat moment gold de concessie dus tot en met medio december 2017. Op 16 december 2014 had het OV-bureau besloten de concessie nogmaals met twee jaar te verlengen tot en met medio december 2019. Arriva, Veolia en Connexxion, de belangrijkste concurrenten van QBuzz, stapten naar het CBb, de bevoegde rechter in deze zaak, om dat laatste besluit aan te vechten. Zij kregen nul op het rekest.

Het interessante aan deze zaak was dat op het moment van het verlenen van de concessie op 28 mei 2009 op grond van de Wp 2000 de maximale duur van de concessie acht jaar bedroeg. Pas met ingang van 1 januari 2013 is de maximale duur uitgebreid tot tien jaar. Daarmee is de Wp 2000 in overeenstemming gebracht met artikel 4 lid 3 van de PSO Verordening (Verordening (EG) 1370/2007). Op grond van artikel 4 lid 3 PSO Verordening geldt een maximale duur voor busconcessies van tien jaar. Met andere woorden: op het moment dat het OV-bureau de oorspronkelijke concessie verleende kon de maximale duur niet langer zijn dan acht jaar.

Het eerste argument van de concurrenten was dan ook dat met de verlenging van nogmaals twee jaar sprake was van een nieuwe concessieverlening. Die zou het OV-bureau opnieuw moeten aanbesteden. Het CBb volgt dat argument niet. Het CBb oordeelt dat artikel 20 Wp 2000 het OV-bureau de bevoegdheid geeft om een concessie te wijzigen. Een wijziging in duur van de concessie is ook een wijziging. Het CBb heeft geen andere wet kunnen vinden die de bevoegdheid om te wijzigen beperkt. De wijziging leidt niet tot strijd met de PSO Verordening. Een andere redenering was ook mogelijk. De concessie is een exclusief recht. De concurrentie op de markt sluit de concessie voor een bepaalde periode af. Het langer afsluiten van de markt voor concurrentie is zo essentieel dat geen sprake meer is van een wijziging, maar van een nieuw besluit. Het beginsel van gelijke behandeling en transparantie zou zich ertegen kunnen verzetten dat het OV-bureau de markt langer afsluit dan beoogt.

Het tweede argument van de concurrenten bouwt een beetje op die andere redenering voort. In de jurisprudentie van het Hof van Justitie is de lijn ontwikkeld dat een wijziging van een opdracht zo wezenlijk kan zijn dat de opdracht opnieuw moet worden aanbesteed. Dit wordt de Pressetext- jurisprudentie genoemd. De concurrenten van QBuzz stelden zich op het standpunt dat de wijziging in duur zo wezenlijk was dat de concessie opnieuw had moeten worden aanbesteed. Ook dit argument verwerpt het CBb. Opmerkelijk is dat het CBb niet uitdrukkelijk vermeld waarom de Pressetext-jurisprudentie van toepassing is. Deze jurisprudentie is namelijk niet zonder meer van toepassing bij aanbesteding van openbaar vervoerconcessies. Voor aanbesteding van openbaar vervoerconcessies geldt de PSO Verordening. Er is overigens wel wat voor te zeggen om de Pressetext jurisprudentie van overeenkomstige toepassing te achten. Achtergrond van deze jurisprudentie is het transparantiebeginsel en het beginsel van gelijke behandeling. Die gelden ook bij de gunning van openbaar vervoerconcessies. De criteria volgens welke sprake is van een wezenlijke wijziging zijn inmiddels 'gecodificeerd' in de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. De Aanbestedingswet 2012 die wordt gewijzigd als gevolg van de nieuwe aanbestedingsrichtlijn zal dan ook bepalingen bevatten over de wezenlijke wijziging. Het CBb gaat niet in op die nieuwe aanbestedingsrichtlijnen.

Inhoudelijk oordeelt het CBb dat de concurrenten van Qbuzz niet hebben aangetoond dat verlenging met nog eens twee jaar zou hebben geleid tot andere inschrijvers of tot een andere offerte van de concurrenten. Verder oordeelt het CBb dat van uitbreiding van de diensten geen sprake is. De inhoud van de concessie verandert niet; slechts de duur ervan wordt uitgebreid. Ook hebben de concurrenten van QBuzz niet aangetoond dat het economisch evenwicht wijzigt in het voordeel van QBuzz door verlenging van de duur met twee jaar. Aan de criteria om te beoordelen of sprake is van een wezenlijke wijziging is dus niet voldaan. Ook oordeelt het CBb dat de reden voor de verlenging voldoende krachtig zijn. De redenen waren namelijk dat in het concessiegebied verschillende grote infrastructurele werken in uitvoering zijn die nadelige gevolgen hebben voor een nieuwe aanbestedingsprocedure.

Ten slotte speelde ook nog een formeel puntje. Concurrent Veolia had niet meegedaan aan de oorspronkelijke aanbesteding van de concessie. Daarom is zij volgens het CBb niet ontvankelijk. Zij is geen concurrent omdat met het verlenen van de concessie de concurrentie om de markt is beëindigd. Naar mijn mening gaat dit oordeel eraan voorbij dat met het verlengen van de concessie de concurrentie om de markt twee jaar langer wordt afgesloten. Bij dat besluit is Veolia naar mijn mening gewoon belanghebbende omdat zij concurrent is. Zij wist op moment van inschrijven ook niet dat de concessieduur kon worden verlengd van acht naar tien jaar.

Lessen voor de praktijk:

1.     De concessieverlener kan de duur van een openbaar vervoerconcessie gedurende de looptijd van de concessie verlengen mits de PSO-Verordening in acht wordt genomen.

2.     De criteria uit het arrest Pressetext om te beoordelen of een wijziging van de concessie wezenlijk is, zijn ook van toepassing bij de verlening van openbaar vervoer concessies.

3.     Het verlengen van de duur van een concessie verandert de inhoud van de concessie op zichzelf niet.

4.     Degene die zich beroept op het feit dat sprake is van een wezenlijke wijziging moet dat gemotiveerd aantonen.

5.     De concessieverlener moet motiveren waarom hij tot verlenging van de concessie wil overgaan.

Related news

27.01.2021 NL law
Overzichtsuitspraak ABRvS: overmacht en de wettelijke dwangsommen wegens niet tijdig beslissen. Hoe werkt dat?

Short Reads - Overmacht bij een bestuursorgaan schort beslistermijnen en wettelijke dwangsomtermijnen zelfstandig op. Ook als een bestuursorgaan daarvan geen mededeling stuurt. Dat oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) in een overzichtsuitspraak van 16 december 2020. In dit blogbericht gaan wij nader in op de achtergrond van die uitspraak en duiden wij wat dit betekent voor de praktijk.

Read more

27.01.2021 NL law
De meerjarenafspraken energie-efficiëntie (MJA3/MEE) zijn afgelopen: wat betekent dat voor de energiebesparingsverplichtingen van bedrijven?

Short Reads - In het kader van de Meerjarenafspraken energie-efficiëntie – ook wel de MJA3/MEE-convenanten – werkten ruim 1.000 bedrijven uit 40 sectoren de afgelopen jaren aan energiebesparing en CO2-reductie. De convenanten liepen af op 31 december 2020, maar dat betekent niet dat ook de verplichtingen voor bedrijven om zich in te zetten voor energiebesparing ophouden te bestaan. In dit blogbericht zetten wij de belangrijkste gevolgen van het aflopen van de convenanten en de op dit moment geldende verplichtingen op een rij.   

Read more

26.01.2021 NL law
Beoordelingskader voor intrekking natuurvergunningen en geen vergunningplicht bij intern salderen: een duidelijke uitspraak

Short Reads - Op 20 januari 2021 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) uitspraak over een verzoek tot intrekking van de natuurvergunning van een veehouderij. Deze uitspraak is een blogbericht waard, omdat hierin (i) het kader voor het intrekken van natuurtoestemmingen uiteen wordt gezet en (ii) de Afdeling duidelijk maakt dat als een project wel enige, maar geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden heeft, er geen vergunningplicht geldt. Dit laatste geldt ook in het geval van intern salderen. Hierna schetsen wij kort het oordeel van de Afdeling.

Read more

27.01.2021 NL law
20ste tranche Besluit uitvoering Crisis en herstelwet (BuChw) in werking getreden: uitzondering plan-m.e.r.-plicht voor kleine projecten voer voor procedures?

Short Reads - Op 18 december 2020 is de 20ste tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (BuChw) in werking getreden. Deze tranche voorziet er onder meer in dat voor bestemmingsplannen die zien op kleine projecten waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt, niet automatisch ook een milieueffectrapportage voor plannen (“plan-m.e.r.“) hoeft te worden verricht. In dit blogbericht bespreken wij deze wijziging.

Read more

26.01.2021 NL law
Juridische aspecten van de Covid-19-avondklok

Short Reads - Vanaf 23 januari 2021 geldt in heel Nederland een avondklok. Dat betekent dat in beginsel iedereen tussen 21.00 uur ’s avonds en 04.30 uur ’s ochtends binnen moet blijven. Een vergaande maatregel die de overheid uit de kast heeft getrokken om de verdere verspreiding van (varianten van) het coronavirus te beperken. Wat is de juridische grondslag voor de avondklok? Zijn er uitzonderingen op de regel dat je verplicht binnen moet blijven? En hoe gaat de overheid de avondklok handhaven?  

Read more