Short Reads

Aanvullende pensioenen: de rendementsgarantie wordt variabel vanaf 1 januari 2016

Aanvullende pensioenen: de rendementsgarantie wordt variabel vanaf 1 januari 2016

Aanvullende pensioenen: de rendementsgarantie wordt variabel vanaf 1 januari 2016

05.02.2016 BE law

Ongeveer 70 procent van de werknemers in de privésector geniet een aanvullend pensioen, de zogenaamde tweede pijler.

Also available in French

De tweede pensioenpijler bestaat uit een aanvullend pensioen dat door de werkgever wordt aangeboden en wordt uitgevoerd door een verzekeraar of een instelling van bedrijfspensioenvoorziening (vroegere pensioenfonds). Het aanvullend pensioen kan deels door de werkgever en deels door de werknemer worden gefinancierd. Deze spaarvorm, die het verschil tussen het laatste loon en het wettelijk pensioen moet verkleinen, is aantrekkelijk omdat hij minder wordt belast dan loon en ook een gewaarborgd rendement biedt.

In het actuele systeem, dat van toepassing blijft tot en met 31 december 2015, bedraagt de rendementsgarantie 3,75% voor de werknemersbijdragen en 3,25% voor de werkgeversbijdragen.

In het huidige economische klimaat waarbij de marktrente aanhoudend laag blijft, slagen de verzekeraars en de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening er niet in om dit vast rendement te financieren. Het is aan de werkgever om het verschil tussen het werkelijk rendement (thans ongeveer 1,5%) en het gewaarborgd rendement bij te passen. Dit zorgde ervoor dat minder en minder werkgevers geneigd waren om een groepsverzekering te sluiten voor hun werknemers.

Na maandenlange discussies hebben de sociale partners in de Groep van Tien een akkoord bereikt, waarin getracht werd een evenwicht te vinden tussen wat economisch haalbaar is en wat aantrekkelijk blijft voor de werknemer. De nieuwe rentevoet, zowel voor de werkgevers- als voor de werknemersbijdragen, wordt gekoppeld aan het gemiddelde rendement over de voorbije 24 maanden op de Belgische lineaire obligaties met een duurtijd van 10 jaar. De rentevoet wordt op jaarlijkse basis op 1 januari toegepast en bedraagt minimaal 1,75% is en maximaal 3,75%.

Bij een wijziging van de rentevoet, wordt de nieuwe rentevoet toegepast volgens de methode die aansluit bij de verbintenis van de verzekeraar of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. Indien een tariefgarantie wordt geboden op de opgebouwde reserves, is de nieuwe rendementsgarantie enkel van toepassing op de toekomstige premies (bv. verzekeringen in “tak 21”). Als er geen resultaatsverbintenis, maar wel een middelenverbintenis bestaat, is de nieuwe rendementsgarantie niet alleen van toepassing op de toekomstige premies maar ook op de reeds opgebouwde reserves (bv. Pensioenfonds “tak 23”). De FSMA heeft de rentevoet die van toepassing is vanaf 1 januari 2016 gepubliceerd; deze bedraagt 1,75%.

(Wet van 18 december tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen, B.S. 24 december 2015).

Team

Related news

17.10.2018 NL law
“Inlener” is onderneming waar terbeschikkingstelling feitelijk plaatsvindt. Beloning uitzendkrachten volgens cao eindinlener

Articles - In deze annotatie bij de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland op 27 maart 2018 gaat Johan Zwemmer in op de vraag of bij doorlening sprake is van een uitzendovereenkomst: de werknemer verricht immers geen arbeid voor de doorlener maar voor een andere derde en er is geen sprake van een (opdracht)overeenkomst tussen zijn werkgever en die andere derde.

Read more

01.11.2018 NL law
Overgangspremie VPL geen onderdeel van bezoldiging WNT nu bestuurder geen gebruik kan maken van vroegpensioen

Articles - In deze annotatie bij de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland op 13 augustus 2018 gaat Astrid Helstone op de vraag welke maatstaf moet worden aangelegd voor het wel of niet meerekenen van een looncomponent of afdracht van premies voor het wettelijk bezoldigingsmaximum onder de Wet normering topinkomens (WNT): is relevant of de topfunctionaris uiteindelijk wel of geen voordeel geniet? In geschil is hier de overgangspremie VPL.

Read more

31.10.2018 NL law
Het derdenbeding en driehoeksrelaties in het arbeids- en pensioenrecht: (weder)tewerkstelling en de uitvoeringsovereenkomst

Articles - Zodra sprake is van een situatie waarin de werkgever met een derde contracteert en dit een overeenkomst betreft die ook betrekking heeft op de werknemer, kan sprake zijn van afspraken die kwalificeren als een derdenbeding jegens de werknemer. Gevolg is dat de werknemer, na aanvaarding van dit derdenbeding, partij wordt bij die overeenkomst en een zelfstandig vorderingsrecht heeft op de derde. Andersom kan het ook zijn dat de derde zich beroept op een derdenbeding in een overeenkomst tussen de werkgever en de werknemer.

Read more

28.08.2018 NL law
Het aanleidingsvereiste: hetzelfde werk voor dezelfde klanten is onvoldoende voor opvolgend werkgeverschap

Articles - De werknemer betoogde in deze zaak dat sprake was van opvolgend werkgeverschap omdat hij zowel bij TSN als bij Tzorg jarenlang – drie jaar Tzorg, twee jaar TSN en weer twee jaar Tzorg – exact dezelfde werkzaamheden had verricht (het verlenen van dezelfde zorg aan dezelfde cliënten). De kantonrechter maakte daar korte metten mee: dit door de werknemer gehanteerde criterium is te breed en zou tot zeer ongerijmde uitkomsten kunnen leiden.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring