Short Reads

Uitspraak over verhouding Dordtse Havenbeheersverordening tot Wabo van belang voor toepassingsbereik Omgevingswet?

Uitspraak over verhouding Dordtse Havenbeheersverordening tot Wabo van

Uitspraak over verhouding Dordtse Havenbeheersverordening tot Wabo van belang voor toepassingsbereik Omgevingswet?

22.12.2016 NL law

In een uitspraak van 2 november 2016 overweegt de Afdeling dat de Wabo en de Havenbeheersverordening van de gemeente Dordrecht naast elkaar kunnen bestaan. De verordening ziet namelijk, anders dan de Wabo, niet op activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, maar heeft andere motieven. Wat betekent deze uitspraak voor het toepassingsbereik van de Omgevingswet?

In de uitspraak op hoger beroep is aan de orde de afwijzing van een aanvraag van appellant om een ligplaats voor een woonboot op grond van de Havenbeheersverordening van Dordrecht (Verordening). Op grond van de Verordening is het kort gezegd verboden ligplaats in te nemen zonder een vergunning. Appellant verwijst naar ABRvS 16 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1331) en ABRvS 3 juni 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1749), waarin de Afdeling overweegt dat woonboten kunnen kwalificeren als een bouwwerk en daarmee op grond van artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) omgevingsvergunning voor bouwen-plichtig kunnen zijn. Appellant leidt uit deze uitspraken af dat op het innemen van een ligplaats met een woonboot de Wabo van toepassing is en dat hieruit de onverbindendheid van de Verordening (inclusief het verbod van innemen van een ligplaats zonder vergunning) volgt. De Afdeling is het met appellant eens dat het innemen van een ligplaats met de betrokken woonboot inderdaad kwalificeert als het bouwen van een bouwwerk, waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is vereist.

Van belang voor de beoordeling van het betoog van appellant is dat de Wabo al gold ten tijde van de inwerkingtreding van de Verordening. Daarmee is sprake van een zogenoemde posterieure verordening. De vraag naar de verbindendheid van een dergelijke posterieure verordening moet daarom worden beantwoord aan de hand van artikel 121 Gemeentewet, aldus de Afdeling.

Dit artikel bepaalt dat de bevoegdheid tot het maken van gemeentelijke verordeningen ten aanzien van het onderwerp waarin door wetten, algemene maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen is voorzien, gehandhaafd blijft, voor zover de verordeningen met die wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen niet in strijd zijn.

In artikel 121 Gemeentewet komt aldus de zogenaamde bovengrens tot uitdrukking, die inhoudt dat verordeningen niet in strijd mogen zijn met hogere regelingen.

Ter beantwoording van de vraag of de Verordening een onderwerp regelt waarin door een hogere regeling is voorzien, is de motieftheorie van belang. Is het motief verschillend, dan kan de Verordening zonder meer naast de Wabo bestaan. In dit geval oordeelt de Afdeling dat aan de Verordening en de Wabo verschillende motieven ten grondslag liggen.

Volgens de Afdeling ziet de Wabo namelijk op activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving. De Verordening is daarentegen vastgesteld ter bevordering van een goed havenbeheer en bevat regels met betrekking tot de orde, veiligheid en het milieu van de haven en de omgeving van de haven en de kwaliteit van de dienstverlening in de haven.

Hiermee bevat de Verordening niet een regeling ten aanzien van een onderwerp waarin door hogere regelgeving is voorzien. Dit betekent dat de Verordening en de Wabo naast elkaar kunnen bestaan. Het betoog van appellant faalt dan ook.

Betekenis voor de Omgevingswet

De vraag rijst wat deze uitspraak kan betekenen voor het toepassingsbereik van de Omgevingswet (Ow). Immers, de Ow gaat op grond van artikel 1.2 Ow over de fysieke leefomgeving en over activiteiten die daarvoor gevolgen hebben of kunnen hebben. In de memorie van toelichting staat over het begrip 'fysieke leefomgeving': "Dit begrip geeft de buitenste randen van het toepassingsgebied van de Omgevingswet aan. In latere artikelen van de Omgevingswet wordt dit begrip verder ingekleurd en afgebakend." (Kamerstukken II 2013/14, 33 962, 3, p. 391).

Op grond van artikel 4.1 lid 1 Ow kunnen in het omgevingsplan "met het oog op de doelen van de wet regels worden gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving." Op grond van artikel 4.2 lid 1 Ow bevat het omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en andere regels die met het oog daarop nodig zijn. Echter, of het nu gaat om algemene regels op grond van artikel 4.1 lid 1 Ow of om regels voor functies op locaties op grond van artikel 4.2 lid 1 Ow, in het omgevingsplan kunnen alleen regels worden opgenomen die vallen binnen de buitenste randen van het toepassingsgebied van de Ow. Dit is de fysieke leefomgeving.

Bovendien wijst de memorie van toelichting bij de Ow erop dat beoogd is dat het omgevingsplan alle regels over de fysieke leefomgeving moet bevatten en daarmee geen ruimte zou laten voor dergelijke regels buiten het omgevingsplan. Uitgangspunt is immers dat gemeenten al hun regels over de fysieke leefomgeving bijeenbrengen in het omgevingsplan. Consequentie daarvan zou zijn dat regels die niet op de fysieke leefomgeving betrekking hebben, kunnen worden opgenomen in verordeningen buiten het omgevingsplan (zie ook Jan Reinier van Angeren, 'Het omgevingsplan in de omgevingswet', TO 2016, p. 7 en zie verder Kamerstukken II 2013/14, 33 962, 3, p. 52 en p. 113).

Voor de Verordening zoals die in de onderhavige uitspraak aan de orde was, geldt dat de Afdeling expliciet heeft overwogen dat die niet op de fysieke leefomgeving betrekking heeft, althans, zoals dat begrip relevant is voor het toepassingsbereik voor de Wabo. Dat werpt de vraag op of de Verordening dan evenmin onder het toepassingsbereik van de Ow valt, nu de Ow op het eerste gezicht van een vergelijkbaar begrip 'fysieke leefomgeving' uitgaat. In dat geval zouden ter zake van het onderwerp waar de Verordening betrekking op heeft geen regels in het omgevingsplan hoeven of zelfs mogen worden opgenomen en zouden dergelijke regels slechts in een aparte verordening kunnen bestaan. Dit zou dan ook gelden voor andere havenverordeningen met een gelijke strekking, waarvan wij ons goed kunnen voorstellen dat die er zijn.

Interessant is dat de regering in de nota naar aanleiding van het nader verslag onder verwijzing naar de bevindingen van een werkgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van onder meer het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de VNG en het IPO heeft opgemerkt dat een locatiespecifieke regeling, zoals de regels voor het innemen van ligplaatsen met een woonboot, in het omgevingsplan zou moeten worden opgenomen (Kamerstukken II 2014/15, 33 962, 23, p. 55). Dit zou een aanknopingspunt kunnen zijn voor de conclusie dat de Ow een ruimer begrip 'fysieke leefomgeving' hanteert dan de Wabo. Het zou wenselijk zijn als de wetgever meer helderheid over deze kwestie zou geven.

Kortom, stof tot nadenken.

Team

Related news

17.07.2020 BE law
Gedogen van een bouwovertreding in een dading. Hof van Cassatie zegt: nietig

Articles - Een dadingsovereenkomst waarin een partij zich ertoe verbindt om de bouwovertredingen van de contractspartij te gedogen, heeft een ongeoorloofde oorzaak. Met een dergelijke overeenkomst beogen de contractspartijen immers om een met de openbare orde strijdige toestand - de bouwovertredingen - in stand te houden. De overeenkomst is in haar geheel behept met een ongeoorloofde oorzaak en aldus nietig. Als één van de partijen zijn leveringsverbintenis niet nakomt, kan de andere partij dan ook geen schadevergoeding vorderen.

Read more

09.07.2020 NL law
Position paper: a more circular carpet industry in the Netherlands

Articles - Currently only 1-3% of European carpet waste is recycled. Together with Maurits de Munck, Ida Mae de Waal and Chris Backes (Utrecht University), Valérie van 't Lam has produced a position paper featuring recommendations for the European Commission on a more ‘circular’ carpet industry in the Netherlands. This position paper was commissioned by Excess Materials Exchange.

Read more

21.07.2020 NL law
Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam 2020 – 2030 vrijgegeven voor inspraak

Short Reads - Van 1 juli tot 31 augustus 2020 legt de gemeente Amsterdam het Vestigingsbeleid Datacenters gemeente Amsterdam 2020 - 2030 ter inzage voor inspraak. Na de inspraakperiode wordt het vestigingsbeleid ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. In dit blog bespreken wij de hoofdlijnen van het vestigingsbeleid: nieuwe datacenters zijn onder strenge voorwaarden en op beperkte schaal welkom in gemeente Amsterdam. Met dit beleid wordt vervolg gegeven aan het voorbereidingsbesluit datacenters, dat ook in dit bericht wordt besproken.

Read more

09.07.2020 NL law
ACM geeft bedrijven meer ruimte om samen te werken voor klimaat- en milieudoelen

Short Reads - De Autoriteit Consument & Markt (ACM) wil dat Nederlandse bedrijven meer ruimte krijgen om samen te werken op het gebied van duurzaamheid. Vooral voor het bereiken van klimaatdoelen, zoals de vermindering van CO2-uitstoot, krijgen bedrijven meer mogelijkheden om onderling afspraken te maken zonder de concurrentieregels te overtreden. Dat staat in de (concept) leidraad ‘duurzaamheidsafspraken’ van de ACM.

Read more