Short Reads

Persoonlijk bezorgde informatiebeschikking rechtsgeldig gecommuniceerd

Persoonlijk bezorgde informatiebeschikking rechtsgeldig gecommuniceerd

Persoonlijk bezorgde informatiebeschikking rechtsgeldig gecommuniceerd

30.12.2016 NL law

Als een medewerker van de Belastingdienst persoonlijk een informatiebeschikking in de brievenbus bij een belastingplichtige doet, is die beschikking dan op juiste wijze gecommuniceerd? Recent heeft de Hoge Raad deze vraag beantwoord. Ook een informatiebeschikking die door een medewerker van de Belastingdienst in de brievenbus van een belastingplichtige is gedeponeerd, kan rechtsgeldig zijn ‘bekendgemaakt’. Vanaf dat moment begint de bezwaartermijn van zes weken te lopen.

Het boekenonderzoek en de informatiebeschikking

In de zaak die bij de Hoge Raad voorligt in het arrest van 2 december 2016 (nr. 16/00436, ECLI:NL:HR:2016:2731, V-N 2016-64.5) gaat het om een ondernemer met een taxibedrijf. Bij zijn bedrijf wordt een boekenonderzoek ingesteld. De inspecteur constateert dat de ondernemer niet aan zijn administratieve verplichtingen voldoet en stelt dit vast in een zogenaamde ‘informatiebeschikking’.

Doorgaans verzendt de Belastingdienst communicatie – zoals (informatie)beschikkingen en aanslagen – per post, maar in dit geval had een controlemedewerker van de Belastingdienst de informatiebeschikking persoonlijk in de brievenbus van de taxiondernemer bezorgd. Volgens de inspecteur was dat op 19 maart 2013. Het gaat in deze zaak om de vraag of de inspecteur de informatiebeschikking op dat moment heeft bekendgemaakt en of de bezwaartermijn voor de taxiondernemer daarmee is gestart.

De bekendmaking van de beschikking

De wijze van bekendmaking is relevant voor het antwoord op de vraag op welk tijdstip de belastingplichtige op de hoogte is gebracht van de inhoud van het besluit. Dat tijdstip is weer belangrijk voor (onder andere) het moment waarop de bezwaartermijn van zes weken start. In de zaak waarover de Hoge Raad hier beslist, was de start van de bezwaartermijn een relevante kwestie, want de taxiondernemer was pas op 6 augustus 2013 – ruim 25 weken later dan de brievenbusbezorging –  in bezwaar gegaan.

Persoonlijke bezorging is met niet-aangetekende post vergelijkbaar

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden besliste in deze procedure dat het deponeren van de informatiebeschikking in de brievenbus op één lijn te stellen is met ‘toezending of uitreiking’ als bedoeld in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht. De Hoge Raad is dat eens met het Hof.

Volgens de Hoge Raad moet tot ‘toezenden of uitreiken’ van een besluit ook het deponeren door (een medewerker van) de inspecteur van een besluit in de brievenbus van het adres van de belastingplichtige worden gerekend. De reden daarvoor is, zo stelt de Hoge Raad, dat men ervan kan uitgaan dat het besluit de belastingplichtige via die weg bereikt. Dat is namelijk te vergelijken met een niet-aangetekende verzending per post of per koerier. De Hoge Raad zoekt op dit punt aansluiting bij rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB 30 augustus 2011, nr. 09‑3863 WWB, ECLI:NL:CRVB:2011:BR7001).

De bewijslastverdeling bij communicatie

In het arrest voegt de Hoge Raad wel een belangrijke opmerking toe over de bewijslastverdeling. De Hoge Raad maakt namelijk (opnieuw) duidelijk dat als de belastingplichtige de ontvangst van de beschikking betwist,  het op de weg van de inspecteur ligt om aannemelijk te maken dat de beschikking daadwerkelijk op het adres van de belastingplichtige in de brievenbus is gestopt.

In dit geval had het Hof vastgesteld dat de informatiebeschikking op 19 maart bij de taxiondernemer was bezorgd. Uit de Hofuitspraak volgt dat de inspecteur hierbij als bewijsmiddelen had aangedragen: een verklaring van de controlemedewerker over de persoonlijke bezorging in het bijzijn van een collega en dat de brievenbus leeg was, de agenda van de controlemedewerker en correspondentie tussen de controlemedewerker en de taxiondernemer (via email en sms). De uitkomst in dit arrest is dat het ingediende bezwaarschrift volgens de Hoge Raad terecht niet-ontvankelijk is verklaard als gevolg van de overschrijding van de bezwaartermijn.

Slot

In de regel verzendt de Belastingdienst beschikkingen en aanslagen per gewone post. Waarom de inspecteur in dit geval koos voor een persoonlijke bezorging in de brievenbus is niet bekend. Duidelijk is in ieder geval wel dat de Belastingdienst bij betwisting van de ontvangst met bewijsmiddelen aannemelijk moet maken dat de communicatie daadwerkelijk bij de belastingplichtige is bezorgd. Bij discussies over de ontvangst van een besluit is de inspecteur dus aan zet. Het is namelijk vaste rechtspraak dat de inspecteur de bewijslast draagt van feiten die bepalend zijn voor het aanvangstijdstip van de bezwaar- en beroepstermijn.  In het kader van de rechtsbescherming is het goed dat de Hoge Raad dit nog eens bevestigt.

Tirza Cramwinckel is genomineerd voor de Stevensprijs 2016. Deze prijs is bedoeld voor de jonge auteur die moeilijke fiscale materie op een eenvoudige en heldere manier beschrijft. Op 20 januari 2017 wordt de winnaar bekendgemaakt. Voor meer informatie, ga naar de website van Wolters Kluwer. 

Related news

15.07.2020 NL law
Emergency Act on Conditional Final Dividend Withholding Tax Levy submitted to Dutch parliament

Short Reads - On Friday 10 July 2020, a member of the Dutch opposition party Groenlinks has submitted an initiative legislative proposal for a Conditional Final Dividend Withholding Tax Levy Emergency Act (the 'Proposal') to Dutch parliament. The Proposal provides for a conditional final Dutch dividend withholding tax ('DWT') levy due in the event of certain cross-border reorganizations.

Read more

22.06.2020 NL law
Public investment funds in the Netherlands - 2020

Articles - What does the fund registration process involve, e.g., what documents are required to be filed? What are the consequences for failing to register a fund that is required to be registered in Dutch jurisdiction? Or, What are the types of entities that can be public funds in your jurisdiction?

Read more

08.07.2020 NL law
COVID-19 update and Guidelines published on the Dutch implementation of DAC6

Short Reads - The EU Mandatory Disclosure Directive (“DAC6”), introducing a reporting requirement for intermediaries and/or taxpayers of certain cross-border arrangements that are perceived to be aggressive, is effective as of 1 July in the Netherlands. By his letter of 26 June 2020, the Dutch State Secretary of Finance granted deferral of the Dutch reporting deadlines until 1 January 2021.

Read more

07.07.2020 NL law
Mandatory disclosure-verplichtingen voor grensoverschrijdende constructies (‘DAC6’)

Short Reads - Per 1 juli 2020 zijn intermediairs (en in sommige gevallen belastingplichtigen) gehouden om bepaalde potentieel fiscaal agressieve grensoverschrijdende constructies te melden bij de fiscale autoriteiten. Deze verplichting vloeit voort uit de Nederlandse implementatie van de EU-richtlijn inzake ‘mandatory disclosure’ (hierna: “DAC6”). Met DAC6 beoogt de Europese Commissie de internationale fiscale transparantie te bevorderen en ongewenste fiscale praktijken tegen te gaan.

Read more

10.06.2020 NL law
Tax Controversy: Update June 2020

Short Reads - This Tax Alert will address some recent developments in procedural tax law in The Netherlands. We will discuss some interesting developments in tax legislation, more specifically regarding (i) the implementation of DAC6, (ii) procedural tax law aspects of the Withholding Tax Act 2021 and (iii) publication of penalties for tax offences of professionals. Furthermore, we will reflect on (iv) relevant recent tax case law regarding the defensible position concept.

Read more