Articles

De bestuurlijke lus bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen stoot zich geen driemaal aan dezelfde steen.

De bestuurlijke lus bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen stoot zic

De bestuurlijke lus bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen stoot zich geen driemaal aan dezelfde steen.

13.12.2016

Het Grondwettelijk Hof heeft zich (opnieuw) uitgesproken over de bestuurlijke lus. In tegenstelling tot de eerdere regelgeving over de bestuurlijke lus, doorstond de bestuurlijke lus ditmaal wel de toets van het Grondwettelijk Hof met verve.

Een moeilijke start voor de bestuurlijke lus: een resem aan vernietigingen door het Grondwettelijk Hof

In 2012 deed de bestuurlijke lus in het Vlaamse rechtslandschap zijn intrede. De bestuurlijke lus voorziet in essentie dat de bestuursrechters aan het vergunningverlenend bestuur de mogelijkheid kunnen geven om bepaalde onwettigheden in een bestreden beslissing reeds tijdens de annulatieprocedure te herstellen, in plaats van na een vernietiging. Dit laat toe om een carrousel aan procedures te vermijden.

De intrede van de bestuurlijke lus op niveau van de Raad voor Vergunningsbetwistingen bleek niet meteen een succes. Middels het vernietigingsarrest van 8 mei 2014 werden de zwakke punten ervan door het Grondwettelijk Hof blootgelegd (GwH 8 mei 2014, nr. 74/2014). Samengevat oordeelde het Grondwettelijk Hof dat met het toenmalige artikel 4.8.4 VCRO volgende beginselen en normen werden geschonden:

  • het beginsel van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter aangezien de bestuurlijke lus enkel kon worden toegepast als het herstel van de onwettigheid leed tot dezelfde beslissing;
  • de rechten van verdediging, het recht op tegenspraak en het recht op toegang tot de rechter. Dit was wegens een gebrek aan inspraak over de toepassing van de bestuurlijke lus en de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen de beslissing die naar aanleiding van de bestuurlijke lus genomen was;
  • de formele motiveringsplicht. Er zou immers voorbijgegaan worden aan de uitdrukkelijke motiveringsplicht als de motieven die de beslissing verantwoorden pas aan de bestuurde worden bekend gemaakt nadat hij het beroep heeft ingesteld;
  • het recht op gelijke toegang tot de rechter wat betreft de gerechtskosten aangezien de kosten niet ten laste van de vergunningverlenende overheid konden worden gelegd na een toepassing van de bestuurlijke lus.

Op 29 oktober 2015 vernietigde het Grondwettelijk Hof op vrijwel dezelfde gronden ook de bestuurlijke lus bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen voorzien in artikel 34 van het nieuwe decreet betreffende de organisatie en de rechtsplegingvoor sommige Vlaamse bestuurscolleges (DBRC). Artikel 34 DBRC was toen echter nog niet inwerking getreden.Bovendien werd artikel 34 DBRC ondertussen herzien naar aanleiding van het arrest van het Grondwettelijk Hof van 8 mei 2014 (zie verder), zodat de impact van de vernietiging van het (oud) artikel 34DBRC beperkt bleef.

Ook artikel 38 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, welke de bestuurlijke lus op het niveau van de Raad van State voorzag, doorstond -omwille van bijna gelijkaardige argumenten- de toets van het Grondwettelijk Hof niet (GwH 16 juli 2015, nr. 103/2015).

Schoon schip voor de bestuurlijke lus: het nieuwe artikel 34 DBRC

Hoewel na de vernietigingen door het Grondwettelijk Hof de bestuurlijke lus ten dode leek te zijn opgeschreven, opteerde de Vlaamse decreetgever er niettemin voor om een nieuw artikel voor de bestuurlijke lus voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het Milieuhandhavingscollege te voorzien- ditmaal echter met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof in het achterhoofd.

Met artikel 5 van het decreet van 3 juli 2015 tot wijziging van artikel 4.8.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de raadpleging van sommige Vlaamse bestuurscolleges werd artikel 34 DBRC ingrijpend gewijzigd. Zo wordt onder meer voorzien dat:

  • de inhoud en strekking van de bestreden beslissing ingevolge de bestuurlijke lus gewijzigd kan worden. Voordien kon de bestuurlijke lus enkel tot eenzelfde beslissing leiden, wat de beginselen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid in het gedrang bracht. Ook vormt de herstelbeslissing een nieuwe beslissing die het voorwerp uitmaakt van het beroep. Er wordt dus niet langer hersteld binnen dezelfde beslissing;
  • alle partijen vooraf hun standpunt over de toepassing van de bestuurlijke lus schriftelijk kenbaar kunnen maken. Hiermee wordt aan de kritiek van het Grondwettelijk Hof inzake de rechten van verdediging en tegenspraak tegemoet gekomen;
  • de Vlaamse bestuursrechter zich in haar tussenuitspraak moet uitspreken over alle middelen. De bestuurlijke lus is immers maar zinvol in zoverre de beslissing niet op andere gronden kan worden vernietigd;
  • de bestuurlijke lus enkel nog in een vernietigingsprocedure worden toegepast en dus niet langer in schorsingsprocedures of “in elke stand van het geding”.

Met het nieuwe artikel 34 DBRC kwam de Vlaamse decreetgever dus op alle vlakken tegemoet aan de kritiek van het Grondwettelijk Hof. Of niet?

Derde keer, goede keer: het arrest van het Grondwettelijk Hof van 1 december 2016

Het stond in de sterren geschreven dat ook deze bestuurlijke lus voor het Grondwettelijk Hof zou worden aangevochten en zo geschiedde het op 1 december 2016 (GwH 1 december 2016, nr. 153/2016).

Het Grondwettelijk Hof bleek niet onder de indruk te zijn van de 11 aangevoerde middelen en valideerde ditmaal wel de bestuurlijke lus. Zo oordeelde het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de vermeende onpartijdigheid van de bestuursrechter dat deze slechts oordeelt over de toepassing van de bestuurlijke lus ingevolge een aan hem toegekende wettelijke bevoegdheid én na alle partijen te hebben gehoord. Evenmin mogen de bestuurscolleges zich in de plaats van het vergunningverlenend bestuur stellen. Er wordt dus geen afbreuk gedaan aan de discretionaire bevoegdheid van het bestuur en evenmin wordt er vooruit gelopen op de wettigheidstoets van de herstelbeslissing.

Met betrekking tot het recht op tegenspraak benadrukt het Grondwettelijk Hof onder meer dat de bestuurlijke lus slechts toepassing kan vinden nadat alle partijen hun standpunt daarover hebben kunnen laten gelden, dat er over de herstelbeslissing zelf ook een zitting wordt georganiseerd en dat de herstelbeslissing naar de betrokken partijen wordt toegestuurd. Bovendien, zo stelt het Grondwettelijk Hof, staat het beroep tegen de herstelbeslissing open voor alle partijen die daartoe belang hebben in de zin van de VCRO: “indien één van de oorspronkelijke partijen op het ogenblik van de bekendmaking van de herstelbeslissing een belanghebbende is in de zin van de VCRO, heeft die partij de mogelijkheid beroep in te stellen tegen de herstelbeslissing, overeenkomstig de gewone vernietigingsprocedure, waardoor de eventuele toepassing van de bestuurlijke lus niets wijzigt aan de beroepsmogelijkheden van de belanghebbende partijen”.

Ook de overige vermeende schendingen worden door het Grondwettelijk Hof ongegrond geacht.

De bestuurlijke lus heeft de toets van het Grondwettelijk Hof dan toch overleefd.

 

Dit artikel is mede geschreven door Emma Holleman in haar hoedanigheid van medewerker bij Stibbe.

Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze publicatie werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze publicatie bevat. De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevat geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze publicatie zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Stibbe is niet aansprakelijk voor eventuele acties of beslissingen die door de lezer zijn genomen na lezen van de publicatie. Het raadplegen van deze publicatie doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze publicatie dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden.

Team

Related news

26.02.2020
De Wet maatschappelijke ondersteuning als proeftuin voor integrale geschilbeslechting in het bestuursrecht

Short Reads - De eerste vraag die bestuursrechtjuristen vaak stellen bij het behandelen van een nieuwe zaak is of de bestuursrechter dan wel de civiele rechter daarnaar moet kijken. Die vraagt leidt in een niet onaanzienlijk aantal gevallen tot lange deliberaties met soms ook nog eens als conclusie dat het antwoord niet duidelijk is. Daarnaast blijkt in sommige zaken dat een geschil deels bij de bestuursrechter en deels bij de civiele rechter thuishoort.

Read more

14.02.2020
Does your everyday cleaning product qualify as a 'biocidal product' under European legislation?

Articles - On 19 December 2019, the Court of Justice of the European Union (CJEU) ruled on the concept of 'biocidal product', as defined in article 3 of Regulation 528/2012 on the making available on the market and use of biocidal products, in a case on a cleaning product primarily used "to ensure the absence of mould". According to the CJEU, the concept of ‘biocidal product’ is to be interpreted broadly, hereby also broadening the scope of application of Regulation 528/2012.

Read more

12.02.2020
Het oproepen en horen van getuigen in het bestuursrecht: hoe zit het ook al weer?

Short Reads - Het oproepen van getuigen en het horen daarvan ter zitting door de bestuursrechter heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 15 november 2019 overzichtelijk in kaart gebracht. Dat arrest, dat door de belastingkamer in een bestuurlijke boetezaak is gewezen, is ook voor andere terreinen van het bestuursrecht van belang. Mede ook omdat het horen van getuigen buiten het fiscale bestuursrecht nog in de kinderschoenen staat. In dit bericht bespreken we daarom de mogelijkheden die er bestaan om getuigen te (laten) oproepen en hoe de bestuursrechter daarmee moet omgaan.

Read more

24.02.2020
MER-screening: Raad van State zet de puntjes op de ā€˜iā€™

Articles - De opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan is een tijdrovend en kostelijk proces. De noodzaak tot de opmaak van een MER-rapport maakt dit proces er niet eenvoudiger op. Plan-MER-screenings kunnen het planproces op lokaal niveau sterk vereenvoudigen. Dit mag evenwel niet licht opgevat worden. Een juiste toepassing van de regelgeving is cruciaal. Een onzorgvuldige screening kan immers een heel plan hypothekeren.

Read more

12.02.2020
Omgevingsrecht en mobiliteit: hoe werkt het afwijken van parkeernormen in bestemmingsplannen?

Short Reads - Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, Bro kan een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Van deze mogelijkheid maken gemeenteraden in hun bestemmingsplannen vaak gebruik als het gaat om parkeernormen

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy ā€“ en cookieverklaring