Articles

Weigering van een integriteitsverklaring in de financiële sector (annotatie)

Annotatie onder Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden - 13 december 2016

Weigering van een integriteitsverklaring in de financiële sector (annotatie)

13.12.2016 NL law

In een annotatie bespreek ik de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 13 december 2016.

De kernvraag in deze zaak is welke beoordelingsmaatstaf moet worden aangelegd bij de vraag of een integriteitsverklaring in de financiële sector mag worden geweigerd. Het belang van een integriteitsverklaring is de afgelopen jaren nog verder toegenomen: wie niet over een dergelijke verklaring beschikt, loopt het risico niet langer werkzaam te kunnen zijn in de financiële sector.

Het hof verwijst in zijn kernoverwegingen naar het ABN Amro-arrest uit 2014 waarin de Hoge Raad zich voor de eerste keer heeft uitgelaten over de beoordelingsmaatstaf die moet worden aangelegd bij de vraag of een integriteitsverklaring mag worden geweigerd: het gaat hierbij, volgens de Hoge Raad, om een oordeel over alle relevante gedragingen, niet alleen op zich zelf maar mede in onderlinge samenhang. Anders dan in het ABN Amro-arrest gaat het deze zaak echter niet om een gedraging die betrekking had op een schending van een integriteitsnorm uit hoofde van de Wft of anderszins.

Tegen deze achtergrond ga ik in mijn annotatie in op twee kernvragen: (i) of en zo ja, in hoeverre de beoordelingsmaatstaf die het hof in deze zaak aanlegt in overeenstemming is met die van de Hoge Raad en (ii) op welke manier zouden de normen uit het arbeidsrecht, zoals goed werkgeverschap ex artikel 7:611 BW, moeten worden meegewogen bij de rechterlijke beoordeling van zaken zoals deze. M.i. ontbreekt in de overwegingen van het hof een belangenafweging tussen de verstrekkende gevolgen voor de bankmedewerker – zonder integriteitsverklaring kan hij niet aan slag – versus de ‘geringe ernst’ van de gedraging van de bankmedewerker, volgens het hof ‘een betrekkelijk futiel geschil dat tot het einde van het dienstverband had geleid’, waarbij het hof m.i. ten onrechte geen aandacht besteedt aan de genoemde omstandigheden.

Klik hier voor deze annotatie (JOR 2017/129).

 

Related news

21.09.2022 NL law
Overlappende verplichtstellingen: is ingrijpen van de wetgever nodig?

Articles - Is het bereiden, samenstellen en leveren van maaltijden aan particulieren en zorginstellingen een vorm van gemaksvoeding of een vorm van contractcatering? Moet een franchisenemer van Bakker Bart gezien worden als een bakkersbedrijf of als een horecaonderneming? Dit zijn twee voorbeelden van situaties waarin tot aan het hof is geprocedeerd over de (dreigende) overlap van werkingssferen van verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen (Bpf(‘en)).

Read more

26.07.2022 NL law
Verplichte cao en pensioen: niet perse voor alle werkgevers in de groep

Short Reads - Als één groepsvennootschap verplicht onder een cao of bedrijfstakpensioenregeling valt, geldt dit dan ook voor andere vennootschappen/werkgevers in de groep? Hoe werkt dit indien de ondernemingsactiviteiten (bijv. verkoop, logistiek, vervoer) verdeeld zijn over verschillende BV’s, maar elkaar wel aanvullen? Recente rechtspraak over reisbemiddelaar Prijsvrij.nl en (eerder) online supermarkt Picnic biedt meer duidelijkheid.

Read more