Short Reads

Grondwettelijk Hof vernietigt deels wetgeving inzake de rechtsvordering tot collectief herstel

Grondwettelijk Hof vernietigt deels wetgeving inzake de rechtsvordering tot collectief herstel

Grondwettelijk Hof vernietigt deels wetgeving inzake de rechtsvordering tot collectief herstel

28.04.2016 BE law

In een arrest van 17 maart 2016 vernietigt het Grondwettelijk Hof gedeeltelijk de Belgische wet aangaande de Rechtsvordering tot collectief herstel1 (titel 2 in boek XVII ‘Bijzondere rechtsprocedures’ van het Wetboek economisch recht (“WER”)).

De vernietiging is vrij beperkt, nl. in de mate de wet een discriminatie inhoudt ten aanzien van vertegenwoordigende instanties uit andere lidstaten om op te treden als groepsvertegenwoordiger. De overige middelen werden door het Hof afgewezen. Ten gronde blijft de regeling dus op dit ene punt na overeind. Hieronder bespreken we kort de belangrijkste bevindingen van het Hof.

Also available in French.

De beperking van het toepassingsgebied tot de collectieve schade waarvan de gemeenschappelijke oorzaak heeft plaatsgevonden na de inwerkingtreding van de wet

De bestreden wet bepaalt dat een rechtsvordering tot collectief herstel slechts ingesteld kan worden ten aanzien van collectieve schade waarvan de gemeenschappelijke oorzaak na de inwerkingtreding van de wet, zijnde 1 september 2014, heeft plaatsgevonden. Volgens de verzoekende partijen is een dergelijke beperking discriminerend ten aanzien van de slachtoffers van collectieve schade die voortvloeit uit een gemeenschappelijk oorzaak die zich voor de inwerkingtreding van de wet heeft voorgedaan.

Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat de beperking van het toepassingsgebied niet in strijd is met de Belgische Grondwet. Vooreerst benadrukt het Hof dat de beperking is ingegeven door de bekommernis om de rechtszekerheid te garanderen. Het Hof erkent dat het verstrijken van enige tijd, het vaststellen van de bestanddelen van de aansprakelijkheid kan bemoeilijken. Bovendien zijn enkel de Brusselse rechtscolleges bevoegd om kennis te nemen van de rechtsvorderingen tot collectief herstel. Zonder een dergelijke beperking in tijd zou er een reëel risico zijn dat deze rechtscolleges overbelast worden en achterstand oplopen. Dit is dan weer niet verenigbaar met de bekommernis van de wetgever om net via de bestreden wet een betere rechtsbedeling en een betere verdediging van de consumentenrechten te waarborgen. Tenslotte wijst het Hof erop dat de rechtsvordering tot collectief herstel een bijkomend juridisch instrument is en dat een consument derhalve het voordeel behoudt van de andere juridische instrumenten en rechtsvorderingen, zoals de individuele vordering tot vergoeding van de geleden schade.

De beperking van het toepassingsgebied tot de collectieve schade geleden wegens schending van welbepaalde Belgische en Europese wettelijke bepalingen

Artikelen XVII.36, 1° en XVII.37 WER beperken de rechtsvordering tot de schade die door de consumenten wordt geleden tot de schending van welbepaalde Europese normen en Belgisch wettelijk bepalingen. Het Hof stelt vast dat de wetgever meer specifiek wou inspelen op het domein van consumentenrecht.

Bovendien erkent het Hof dat omwille van het vernieuwde karakter en de complexiteit van de betrokken procedure alsook de exclusieve bevoegdheid van de Brusselse rechtscolleges, de wetgever uitdrukkelijk voor een geleidelijke benadering heeft gekozen met de mogelijkheid om eventueel, na een evaluatieprocedure, de wetgeving aan te passen of uit te breiden. Om die redenen is de beperking van het toepassingsgebied niet in strijd is met de Belgische grondwet.

De beperking van de verenigingen en publieke instantie die als groepsvertegenwoordiger mogen optreden

Enkel de verenigingen en publieke instanties opgesomd in artikel XVII.39 WER kunnen optreden als groepsvertegenwoordiger in een procedure tot collectief herstel. Het Grondwettelijk Hof erkent dat de wetgever kwalitatieve en kwantitatieve filters kan invoeren doch enkel in zover dit ertoe zou bijdragen dat deze rechtsvorderingen worden toegespitst op het belang van de consumenten. De Artikel XVII.39 WER leidt er de facto echter toe dat dienstverrichters van andere lidstaten niet kunnen optreden als een dergelijke groepsvertegenwoordiger. Een dergelijke vereiste is niet verenigbaar met artikel 16, lid 2 van de Europese Dienstenrichtlijn2. Er is ook geen rechtvaardiging voor deze beperking. Het Hof stelt dan ook dat de bestreden bepaling de Belgische grondwet schendt in zover het niet toelaat dat vertegenwoordigende instanties uit andere lidstaten, die wel beantwoorden aan de vereisten van de Dienstenrichtlijn en van de Aanbeveling van de Commissie over gemeenschappelijke beginselen voor mechanismen voor collectieve vorderingen tot staking en tot schadevergoeding3, niet kunnen optreden als groepsvertegenwoordiger. ​​

------------------------------

1 GwH 17 maart 2016, nr. 41/2016, Arr.GwH 2016

2 Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, Pb L 376/36.

3 Aanbeveling van de Commissie (2013/396/EU) van 11 juni 2013 over gemeenschappelijke beginselen voor mechanismen voor collectieve vorderingen tot staking en tot schadevergoeding in de lidstaten betreffende schendingen van aan het EU-recht ontleende rechten, Pb L201/60.

 

 

 

 

 

Team

Related news

09.12.2019 BE law
Stibbe versterkt EU/competition praktijk met nieuwe vennote Sophie Van Besien

Inside Stibbe - Brussel, 9 december 2019 – Stibbe verwelkomt Sophie Van Besien, gespecialiseerd in Europees recht, mededingingsrecht en gereguleerde markten, als nieuwe vennote in het Brusselse kantoor. Sophie’s expertise zal Stibbe’s dienstverlening in de Benelux versterken en bijdragen aan de verdere ontwikkeling van zijn EU/competition en regulated markets praktijk. Sophie vervoegt Stibbe op 9 december 2019.

Read more

09.12.2019 BE law
Stibbe renforce sa pratique de droit européen et de la concurrence par la venue de Sophie Van Besien en qualité d’associée

Inside Stibbe - Bruxelles, le 9 décembre 2019 –  Stibbe a le plaisir d’accueillir Sophie Van Besien, avocate spécialisée en droit européen, droit de la concurrence et des marchés réglementés, en qualité de nouvelle associée au sein de son cabinet bruxellois. Son expertise permettra d’enrichir les prestations actuelles du cabinet au Benelux et de contribuer au développement de son activité en droit européen et en droit de la concurrence ainsi que des marchés réglementés. Sophie Van Besien rejoint Stibbe ce 9 décembre 2019.

Read more

09.12.2019 BE law
Stibbe expands EU/competition practice with new partner Sophie Van Besien

Inside Stibbe - Brussels, 9 December 2019 – Stibbe welcomes EU law, competition, and regulated markets lawyer Sophie Van Besien as a new partner in its Brussels office. Her expertise will enhance Stibbe’s service offering in the Benelux and contribute to the further development of its EU/competition and regulated markets practice. Sophie joins Stibbe on 9 December 2019.

Read more

30.07.2019 BE law
Un matelas descellé et le droit de rétraction

Articles - Dans un arrêt du 27 mars 2019, la Cour de justice a conclu qu’un matelas, dont la protection a été retirée par le consommateur après la livraison de celui-ci et qui a potentiellement été en contact avec un corps humain, ne relève pas de l’exception au droit de rétraction[1] (pour des raisons de protection de la santé ou d’hygiène) prévue à l’article 16, sous e), de la directive 2011/83 relative aux droits des consommateurs[2] (i.e. l’article VI.53 CDE).

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring