Short Reads

Rechtbank Den Haag geeft strikte interpretatie van de term “overheidsbedrijf” in de zin van de Wet Markt en Overheid

Rechtbank Den Haag geeft strikte interpretatie van de term “overheids

Rechtbank Den Haag geeft strikte interpretatie van de term “overheidsbedrijf” in de zin van de Wet Markt en Overheid

03.09.2015 NL law

Op 19 augustus 2015 heeft de Rechtbank Den Haag zich uitgesproken over de interpretatie van de term overheidsbedrijf in de zin van de Wet Markt en Overheid. 

Zwembad de Koornmolen stelde in deze zaak dat de gemeente Zuidplas concurrerende zwembaden in de gemeente had bevoordeeld in strijd met het bevoordelingsverbod uit de Wet Markt en Overheid. De rechtbank oordeelde dat het bevoordelingsverbod niet van toepassing was omdat er geen sprake was van beleidsbepalende invloed van een overheid op een onderneming en dus niet gesproken kan worden van een “overheidsbedrijf” in de zin van de Wet Markt en Overheid.

Het bevoordelingsverbod is opgenomen in artikel 25j van de Mededingingswet (“Mw”) en bepaalt dat de overheid geen overheidsbedrijven mag bevoordelen boven andere ondernemingen. Het artikel geldt alleen voor overheidsbedrijven, dat wil zeggen, ondernemingen waarvan een overheid in staat is “het beleid te bepalen” of waarin een publiekrechtelijk rechtspersoon aandelen heeft.

Artikel 25g Mw somt vier situaties op waarin sprake is van beleidsbepalende invloed op een onderneming. Dit is het geval als een bestuursorgaan: (i) beschikt over de meerderheid van de stemrechten, (ii) bevoegd is om de meerderheid van het management te benoemen, (iii) de moedermaatschappij is of (iv) in andere gevallen, voor zover bij algemene maatregel van bestuur bepaald.

Voor de rechtbank stelde zwembad de Koornmolen dat sprake was van beleidsbepalende invloed van de overheid op een concurrerend zwembad, ook al deed geen van de vier situaties uit artikel 25g Mw zich voor. De gemeente diende bijvoorbeeld goedkeuring te verlenen bij het aangaan van bepaalde overeenkomsten, bij statutenwijzigingen en bij ontbinding van de onderneming. Ook was de gemeente betrokken bij de financiële administratie van de onderneming. De rechtbank oordeelde echter dat het de bedoeling van de wetgever is geweest in artikel 25g Mw een limitatieve opsomming te geven van de gevallen van beleidsbepalende invloed. Omdat geen van deze gevallen zich in dit geval voordeed, was er dus ook geen sprake van beleidsbepalende invloed en was het  bevoordelingsverbod uit artikel 25j Mw niet van toepassing.

Het bevoordelingsverbod is in juli 2012 in werking getreden als gevolg van de Wet Markt en Overheid. Dit was de eerste keer dat een rechtbank uitspraak deed over de vraag of een overheid in staat is “het beleid te bepalen” van een overneming in de zin van de Wet Markt en Overheid.

Related news

29.07.2021 NL law
De NOW-4: grotendeels gelijk aan de NOW-3 met enkele wijzigingen

Short Reads - Het kabinet kondigde in de Kamerbrief van 27 mei 2021 het vierde noodpakket aan om de economie ten tijde van de coronacrisis te blijven ondersteunen. Onderdeel van dit noodpakket is de Vierde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW-4”). Op 23 juli 2021 is de NOW-4 gepubliceerd in de Staatscourant. Deze short read geeft een kort overzicht van de hoofdlijnen van de NOW-4 en de wijzigingen ten opzichte van de NOW-3.

Read more

22.07.2021 NL law
Towards a European legal framework for the development and use of Artificial Intelligence

Short Reads - Back in 2014, Stephen Hawking said, “The development of full artificial intelligence could spell the end of the human race.” Although the use of artificial intelligence is nothing new and dates back to Alan Turing (the godfather of computational theory), prominent researchers – along with Stephen Hawking – have expressed their concerns about the unregulated use of AI systems and their impact on society as we know it.

Read more

19.07.2021 NL law
Beginselplicht tot handhaving bij bestuurlijke boetes?

Short Reads - In de uitspraak van 30 juni 2021 oordeelt de Afdeling Bestuursrechtspraak dat de beginselplicht tot handhaving niet geldt voor de bestuurlijke boete geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens. Uit de redenen die de Afdeling hiervoor benoemt lijkt te volgen dat de beginselplicht tot handhaving nooit heeft te gelden bij bestuurlijke boetes. In dit blog bespreken wij de uitspraak van de Afdeling en gaan wij nader in op de beginselplicht tot handhaving.

Read more