Short Reads

Potpourri I in een notendop

Potpourri I in een notendop

Potpourri I in een notendop

22.10.2015 BE law

In maart 2015 stelde Minister van Justitie Koen Geens zijn Justitieplan voor: een plan met de ambitieuze doelstelling “het efficiënter en daardoor rechtvaardiger maken van justitie”.

Also available in French

Vandaag werd de eerste wet tot verwezenlijking van dat doel gepubliceerd. Grootste innovatie in deze wet “houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie” oftewel “Potpourri I” is een nieuw instrument tot invordering van onbetwiste geldschulden.

Hieronder vindt u een kort overzicht van de belangrijkste ingrepen.

1. In het Gerechtelijk Wetboek wordt een nieuw hoofdstuk ‘Invordering van onbetwiste geldschulden’ ingevoegd. Het nieuwe systeem voor de invordering van onbetwiste geldschulden treedt uiterlijk op 1 september 2017 in werking. Doel is de rechtbanken te ontlasten door de creatie van een ‘administratieve’ of ‘buitengerechtelijke procedure’. Voortaan zal de gerechtsdeurwaarder op verzoek van de advocaat van de schuldeiser de onbetwiste geldschuld kunnen invorderen. Let wel: deze procedure is enkel beschikbaar voor professionele schuldeisers en schuldenaren. Schulden van publieke overheden en particulieren komen niet in aanmerking. Naast de invorderingskosten van de gerechtsdeurwaarder bepaalt de wet een maximum van 10% van de hoofdsom voor de bijkomend verhaalbare vergoedingen onder de vorm van interest en strafbeding. Die beperking lijkt niet op te gaan voor de forfaitaire vergoeding van 40 euro voor de eigen invorderingskosten bedoeld in de wet betalingsachterstand bij handelstransacties. Een rechtsplegingvergoeding is uiteraard niet verschuldigd nu het geen gerechtelijke procedure betreft. 

In grote lijnen verloopt deze invordering als volgt. Na betekening van een aanmaning tot betaling kan de schuldenaar binnen de maand de schuld betalen, betalingsfaciliteiten vragen of gemotiveerd betwisten. Wordt de schuld betaald of gemotiveerd betwist, dan eindigt de invordering. In dat laatste geval behoudt de schuldeiser uiteraard de mogelijkheid om de schuld gerechtelijk in te vorderen. Betaalt de schuldenaar na aanmaning de schuld nog steeds niet en betwist hij die ook niet op gemotiveerde wijze, vraagt hij geen betalingsfaciliteiten of leeft hij die niet na, dan stelt de gerechtsdeurwaarder ten vroegste acht dagen na het verstrijken van die maand een proces-verbaal van niet-betwisting op. Dat proces-verbaal biedt na uitvoerbaarverklaring door een controlemagistraat in de schoot van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders een uitvoerbare titel. Op die manier verkrijgt de schuldeiser binnen een korte tijdspanne een uitvoerbare titel en vermijdt hij een kostelijker rechtsgang. De schorsende werking van hoger beroep wordt opgeheven. Voortaan is elk eindvonnis uitvoerbaar bij voorraad, tenzij de wet anders bepaalt. Ook kan de rechter er door een bijzondere motivering anders over beslissen. De schorsende werking van het verzet blijft wel bestaan. Reden daarvoor is dat de controle taak van de rechter op verstek nu wordt beperkt tot wat de openbare orde raakt. De wijziging aan de regels inzake uitvoerbaarheid is van toepassing op de zaken die aanhangig gemaakt zijn vanaf de dag waarop de wet in werking treedt.

2. De beslissingen alvorens recht te doen worden toegevoegd aan de lijst van rechterlijke beslissingen waartegen geen onmiddellijk hoger beroep mogelijk is. Maar door te bepalen dat geen onderzoeksmaatregel kan worden bevolen vooraleer de vordering ontvankelijk is verklaard, creëert de wetgever onrechtstreeks toch een opening voor zulk onmiddellijk hoger beroep. Deze wetswijziging is na inwerkingtreding van de wet onmiddellijk van toepassing op hangende gedingen.

3. Om de werklast voor de rechtbanken te verminderen, worden nog een aantal bijkomende maatregelen genomen. Zo zal de alleenzetelende rechter de norm worden in burgerlijke- en strafzaken (mits een aantal wettelijke uitzonderingen). Conclusies zullen een wettelijk vastgelegde structuur moeten aannemen. De rechter moet niet antwoorden op middelen die niet aan die structuur beantwoorden. 

 

Team

Related news

04.07.2019 NL law
Audit firms and accountant's duty of care towards third parties

Short Reads - The Dutch Supreme Court recently decided (ECLI:NL:HR:2019:744) that the standard for audit firms' and accountants' duty of care towards third parties is in essence no different than the general duty of care under Dutch tort law, and ultimately depends on the circumstances of the case. However, the role of accountants in society, their responsibility to serve the general interest, and rules of professional conduct and practice play an important role.

Read more

01.07.2019 BE law
HvJ: nationale rechter dient toe te zien op de naleving van de verplichtingen inzake luchtkwaliteit

Articles - Bij arrest van 25 juni 2019 (C-723/17) deed het Hof van Justitie uitspraak over enkele prejudiciële vragen, voorgelegd door de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, over de toepassing van de Europese Luchtkwaliteitsrichtlijn (2008/50/EG). Het Hof kent in zijn arrest de nationale rechter een belangrijke taak toe bij de correcte implementatie en afdwinging van de Luchtkwaliteitsrichtlijn. 

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring