Short Reads

De overheid voor het (straf)hekje?

De overheid voor het (straf)hekje?

De overheid voor het (straf)hekje?

27.10.2015 NL law

Op 3 november a.s. stemt de Eerste kamer over het wetsvoorstel tot opheffing van de strafrechtelijke immuniteiten van publiekrechtelijke rechtspersonen en hun leidinggevers. Het is een initiatiefvoorstel: onze volksvertegenwoordiging vindt dit onderwerp zo belangrijk, dat zij niet wil wachten op een voorstel van de regering tot wetswijziging. Dat heeft zij vermoedelijk ook wel goed gezien, want waarom zou de regering een wetsvoorstel indienen dat – onder meer – haar eigen onschendbaarheid voor het strafrecht opheft?

De situatie nu

Als eerste kent ons strafrecht ambtsmisdrijven, delicten die specifiek gelden voor overheidsdienaren in functie. Daarop heeft dit wetsvoorstel geen betrekking. Op 3 november stemt de Eerste Kamer over de strafbaarheid van de overheid als rechtspersoon. Dit is geregeld in art. 51 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), dat de strafbaarstelling van rechtspersonen en hun feitelijk leidinggevenden mogelijk maakt. Gedacht kan worden aan een dodelijk bedrijfsongeval, waarbij binnen het bedrijf onvoldoende voorzorgsmaatregelen waren genomen.

Artikel 51 Sr maakt geen principieel onderscheid tussen private en publieke rechtspersonen, maar de Hoge Raad doet dat wel. Voor de Staat heeft hij in het Volkel-arrest een algemene vervolgingsuitsluitingsgrond aanvaard: de Staat is daardoor volledig immuun voor het strafrecht. Lagere overheden zijn op grond van de Pikmeer-arresten wel vervolgbaar, behalve wanneer het delict is gepleegd in het kader van de uitoefening van een exclusieve bestuurstaak. Vermeldenswaard is dat deze immuniteiten doorwerken op persoonlijk niveau: zodra de overheidsrechtspersoon immuun is, dan zijn de betrokken ambtsdragers (zoals Ministers, gedeputeerden, wethouders) en ambtenaren dat ook (tenzij hun een ambtsmisdrijf kan worden verweten). Eén verdere nuance: als de ambtsdrager of ambtenaar heeft gehandeld ter uitvoering van een wettelijk voorschrift, dan vervalt zijn strafbaarheid. Deze rechtvaardigingsgrond is opgenomen in artikel 42 Sr.

Het initiatiefvoorstel

Dit plaatje verandert aanzienlijk als het wetsvoorstel wordt aangenomen. Aan artikel 51 Sr wordt dan toegevoegd dat publiekrechtelijke rechtspersonen op gelijke voet met andere rechtspersonen vervolgbaar zijn. Daarmee snijdt de wetgever de Hoge Raad de weg af om zijn immuniteitsrechtspraak voort te zetten. Wat het wetsvoorstel met de ene hand geeft, wordt met de andere hand overigens voor een flink deel teruggenomen. Artikel 42 wordt namelijk uitgebreid met de bepaling dat publiekrechtelijke rechtspersonen en ambtenaren niet strafbaar zijn als zij handelen ter uitvoering van een wettelijke publieke taak. Het verschil met de eerder genoemde ‘exclusieve bestuurstaak’ laat ik hier even rusten en concentreer mij op het doel en de effecten van deze wetswijziging.

De initiatiefnemers willen met het voorstel het normbesef en de geloofwaardigheid van de overheid vergroten. Hieraan ligt de gedachte ten grondslag dat de overheid, net als een bedrijf, een deelnemer is aan het maatschappelijke verkeer en dan ook gebonden moet zijn aan dezelfde regels, ook die van het strafrecht. Het effect in de praktijk zal zijn dat het OM (de officier van justitie bij het functionele parket) gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk kan vervolgen, evenals wethouders, gedeputeerden en ministers. De strafrechter kan vervolgens straffen opleggen.

Voor welk probleem een oplossing?

Het wetsvoorstel heeft nogal wat kritiek ontmoet. Minister Van der Steur vindt het voorstel onnodig, de gemeenten (VNG) vrezen met hoogleraar Elzinga voor verkramping van het overheidsapparaat en Van Sliedregt heeft in een advies voor de Nederlandse Juristen Vereniging betoogd dat het inconsistent is als de Staat tegelijkertijd handhaver (OM) en voorwerp (verdachte) van het strafrecht is. Anderzijds vindt zij dat de uitzondering van de ‘wettelijke publieke taak’ voor lagere overheden wel kan vervallen: volledige immuniteit voor de Staat dus, en geen immuniteit voor de lagere overheden.

Ik vraag mij af of het wetsvoorstel in de huidige vorm wel een oplossing biedt die bij het probleem past. Voor normbesef en geloofwaardigheid is het met name belangrijk dat de personen binnen de overheid die verantwoordelijk zijn voor delicten van de overheidsrechtspersoon, daarop aangesproken kunnen worden, ook strafrechtelijk. Dat kan echter ook prima geregeld worden zonder bestraffing van de rechtspersoon zelf. Temeer omdat de toegevoegde waarde daarvan laag is: opgelegde boetes of de opbrengsten van ontnemingsmaatregelen vloeien terug in de overheidskas terwijl het reinigende effect van het ‘strafblad’ laag is. Burgers kunnen wel besluiten om geen Volkswagen meer te kopen, maar dat zij gaan verhuizen omdat zij niet in een strafrechtelijk veroordeelde gemeente willen wonen, lijkt onwaarschijnlijk.

Kortom

Een gunstig effect van het initiatiefvoorstel is met name dat de voor het delict verantwoordelijke personen binnen de overheid zich niet langer zullen kunnen verschuilen achter de immuniteit van de overheid zelf. Maar dat had ook wel geregeld kunnen worden zonder de bestaande immuniteit van de centrale en lagere overheden als rechtspersoon op te heffen. Het bestraffen van de ene overheid door de andere heeft nu eenmaal iets gekunstelds, terwijl de positieve effecten van een professioneel strafrechtelijk onderzoek ook aanwezig zijn als dit onderzoek zich beperkt tot de verantwoordelijke ambtsdragers en ambtenaren.

Het bericht ‘De overheid voor het (straf)hekje?‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

Team

Related news

16.01.2020 NL law
De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen: voertuigen van een bepaald jaar weren is mogelijk bij ontbreken van een redelijk alternatief

Short Reads - ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3865 Deze blog is het vierde deel in een reeks Stibbeblogs over gemeentelijke milieuzones. In 2017 oordeelde de Afdeling over de milieuzone voor personen- en bestelauto’s met dieselmotoren in Utrecht. In 2018 presenteerde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat haar beleid voor harmonisatie van uiteenlopende gemeentelijke milieuzones. Een jaar geleden maakten wij in een FAQ de balans op over de harmonisatie van milieuzones.

Read more

14.01.2020 NL law
Ruimte voor maatwerk in Groningen: het kan eenvoudig geregeld worden

Articles - Met de instelling van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) per 19 maart 2018 is de afwikkeling van de aardbevingsschade in Groningen in een enorme stroomversnelling gekomen. Minister Wiebes is daar terecht trots op. Met het wetsvoorstel Tijdelijke Wet Groningen (TWG) wordt deze commissie omgevormd tot Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Dat is een verdere verbetering, omdat het IMG meer mogelijkheden zal hebben dan de TCMG om alle soorten schade te behandelen.

Read more

10.01.2020 NL law
FAQ: de bestuurlijke lus

Short Reads - De zogenoemde bestuurlijke lus kan beroepsprocedures binnen het bestuursrecht versnellen, maar de toepassing hiervan kan soms vragen oproepen. In dit artikel bespreken Jan van Oosten en Bram Schmidt wat de bestuurlijke lus is, wanneer deze kan worden toegepast, hoe een bestuurlijke lus verloopt en hoe een bestuurlijke lus kan eindigen.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring