Articles

Jaarplan BRZO+: weer meer aandacht voor strafrechtelijke handhaving

Jaarplan BRZO+: weer meer aandacht voor strafrechtelijke handhaving

Jaarplan BRZO+: weer meer aandacht voor strafrechtelijke handhaving

08.05.2015 NL law

Op 19 maart 2015 hebben de gezamenlijke BRZO+ partners het jaarplan 2015 vastgesteld. Dit eerste jaarplan van BRZO+ is in april openbaar gemaakt. In het jaarplan wordt beschreven hoe de partners van BRZO+ (de omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s, Inspectie SZW, waterkwaliteitsbeheerders, ILT en het OM) uitvoering geven aan uniforme en integrale aanpak van vergunningverlening, handhaving en toezicht bij BRZO-bedrijven en bedrijven die behoren tot IPPC-categorie 4. 

Dit ziet totaal op ca. 460 bedrijven in Nederland. Een deel van deze bedrijven vallen overigens nog formeel onder het gezag van de gemeente in plaats van de provincie. Zoals eerder op dit blog bericht is het de bedoeling van de wetgever om alle BRZO-bedrijven bij de provincies onder te brengen. In dit bericht wordt een korte toelichting op het jaarplan gegeven. Daarnaast wordt uitdrukkelijk ingegaan op de verdergaande samenwerking met de strafrechtelijke handhaver, en de gevolgen die dit kan hebben.

Inhoud jaarplan

Een korte beschrijving van het jaarplan 2015:

  • Het jaarplan begint in hoofdstuk 2 met de scope, de ambitie en de werkwijze van BRZO+. Dit is gericht op professionalisering en samenwerking tussen de partijen.
  • De gezamenlijke uitvoering van de wettelijke taken is beschreven in hoofdstuk 3, waarin een tabel is opgenomen met geplande aangekondigde en niet-aangekondigde inspecties per BRZO-regio. Ook zal eind 2015 een bedrijfsbrandweer traject zijn afgerond waaruit bedrijfsbrandweeraanwijzingen kunnen volgen.
  • Hoofdstuk 4 ziet op projecten die worden uitgevoerd voor de versterking van de BRZO+ samenwerking, en de implementatie van het nieuwe BRZO 2015. In het jaarplan worden activiteiten voor informatievoorziening aan inspecteurs en bedrijven over de consequenties van het BRZO 2015 voorzien, en een aanpassing van de huidige instrumenten zoals de Landelijke Handhavingstrategie BRZO 1999. In aanvulling op het jaarplan wijs ik erop dat het BRZO 2015 voorziet in de implementatie van de Seveso III-richtlijn. De implementatietermijn eindigt op 1 juni 2015. De nieuwe regelgeving ligt thans nog voor ter advisering bij de Raad van State.
  • De werkzaamheden van het platform BRZO+ die eerder in gang zijn gezet en doorlopen in 2015 zijn beschreven in hoofdstuk 5. Dit ziet bijvoorbeeld op de landelijke afstemming van de uitvoering van de PGS 29-eisen inzake bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in tanks.
  • Hoofdstuk 6 ziet op de bijdrage van het OM (Functioneel Parket) aan de BRZO+ samenwerking. Dit ziet op bestaande samenwerking in de vorm van de Strategische Milieukamer, maar ook het streven naar een door de omgevingsdiensten en politie gezamenlijk op te stellen analyse en het vormen van een gezamenlijke BOA pool waarin inspecteurs worden opgenomen die tevens zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. Ook wordt ingegaan op de mogelijke interventies van het Functioneel Parket, zoals de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Met dit hoofdstuk wordt de nadrukkelijke aanwezigheid van het strafrecht nog meer uitgebreid. Ik ga op dit onderwerp hierna nog nader in.
  • De begroting in de bijlage bij hoofdstuk 7 is niet openbaar. Wel is opgenomen dat het Bureau BRZO+ wordt bekostigd door het ministerie van I&M. Een recente ontwikkeling, niet opgenomen in het jaarplan, is dat er een wetsvoorstel wordt voorbereid voor het doorberekenen van toezichtskosten aan BRZO-bedrijven. Tot 17 mei 2015 kan een reactie worden gegeven op de consultatieversie

Samenwerking met het OM: steeds meer invloed strafrecht

Zoals hiervoor toegelicht bevat het jaarplan 2015 een hoofdstuk over de samenwerking met het OM. Afstemming tussen de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke toezichthouders is niet nieuw. Zo is er eenlandelijk handhavingsbeleid (niet alleen voor BRZO-bedrijven) waarin onder meer een interventiematrix is opgenomen om te bepalen bij welke situatie welke handhavingsinstrumenten kunnen worden toegepast. Strafrechtelijk aanpakken heeft daarbinnen een belangrijke rol.

Interventie door het OM kan verstrekkende gevolgen hebben voor een bedrijf en/of de betrokken aansprakelijke individuen. Ten eerste vanwege reputatieschade, wat al kan spelen als er alleen nog een verdenking is, en geen bewezenverklaring. Ten tweede kan gebruik worden gemaakt van strafrechtelijke dwangmiddelen, zo kan informatie (e-mails en documenten) in beslag worden genomen en kunnen verdachten worden aangehouden voor verhoor. Ten derde kunnen de mogelijke straffen als het wel tot een bewezenverklaring komt zeer hoog zijn. Boetes kunnen tot 10% van de jaaromzet van het bedrijf bedragen per feit, en feitelijk leidinggevenden kunnen bijvoorbeeld een werkstraf of gevangenisstraf opgelegd krijgen. Maar er kunnen ook bijkomende maatregelen worden opgelegd, zoals stillegging van het bedrijf. Ik verwijs naar mijn eerdere bijdrage ‘De consequenties van non-compliance‘ voor een nadere uiteenzetting van de mogelijkheden van het OM, hoe dat samenloopt met het bestuursrechtelijk toezicht, en hoe daarmee om te gaan.

In het jaarplan 2015 wordt uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor de bijkomende straffen en maatregelen, naast bijvoorbeeld een geldboete. Er wordt onder meer gewezen op:

  • Publicatie van vonnissen dan wel een bericht in branche/vakbladen (waarbij in het jaarplan 2015 imagoschade uitdrukkelijk wordt benoemd);
  • De ontzetting van ondernemersrechten/de ontzetting van voordelen, bijvoorbeeld dat een bepaalde tijd geen gebruik mag worden gemaakt van een vergunning;
  • Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit ziet op voordeel behaald door de strafbare feiten of de besparing van kosten door de strafbare feiten.

Volgens het jaarplan heeft het Functioneel Parket zichzelf als doel gesteld meer gebruik te gaan maken van dergelijke interventies. Zo wordt ook een accountant toegevoegd aan het ‘themateam’ om te borgen dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel of het afpakken daarvan op andere wijze, meer nadrukkelijk aan de orde komt.

De consequenties van (vermeende) overtredingen worden hiermee wederom zwaarwegender.

Het bericht ‘Jaarplan BRZO+: weer meer aandacht voor strafrechtelijke handhaving‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

Related news

20.10.2021 NL law
FAQ: What will change with the entry into force of the Woo compared to the Wob? An update

Short Reads - The Open Government Act (“Woo”) is to replace the Government Information (Public Access) Act (“Wob”). The Woo initiative proposal was passed in the Dutch House of Representatives in 2016; see our earlier Stibbeblog. However, the impact analysis that followed showed that the Woo as proposed was potentially impracticable for local governments. This led to amendments to the bill, which was passed by the House of Representatives on 26 January 2021. 

Read more

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

20.10.2021 NL law
FAQ: Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Woo ten opzichte van de Wob? Een update

Short Reads - De wet open overheid (“Woo”) moet de Wet openbaarheid van bestuur (“Wob”) vervangen. Al in 2016 is het initiatiefvoorstel van de Woo aangenomen in de Tweede Kamer. Hierover kon u eerder een Stibbeblog lezen. De impactanalyse die volgde toonde echter aan dat de Woo zoals voorgesteld mogelijk onuitvoerbaar was voor decentrale overheden. Dit heeft geleid tot wijzigingen in het wetsvoorstel dat op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer is aangenomen. 

Read more

13.10.2021 NL law
De hardheidsclausule en ander maatwerk in het licht van de NOW

Short Reads - Uitzonderingen op de NOW zijn volgens de bestuursrechter niet mogelijk door het bewust ontbreken van een hardheidsclausule, maar worden door de minister in bepaalde gevallen wel toegestaan. In dit artikel bespreekt Sandra Putting welke mogelijkheden bestuursorganen en de bestuursrechter hebben om maatwerk te bieden en wordt aan de hand van drie geschilpunten over de NOW beoordeeld hoe die mogelijkheden zijn ingezet of beter hadden kunnen worden ingezet.

Read more

14.10.2021 NL law
Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Short Reads - Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Read more

07.10.2021 NL law
Intrekking van natuurvergunningen en de praktijk: de stand van zaken en de rol van significantie van eventuele effecten

Short Reads - Onherroepelijke natuurvergunningen lijken anno 2021 geen rustig bezit meer te zijn. Bij provincies liggen op dit moment verzoeken voor om tot intrekking van (onherroepelijke) natuurvergunningen over te gaan. Intrekking zou een noodzakelijke passende maatregel zijn ter uitvoering van artikel 6, lid 2 Habitatrichtlijn. Jurisprudentie geeft inmiddels enige duidelijkheid. Maar de praktijk blijkt weerbarstig en laat zien dat de nodige vragen onbeantwoord blijven. In dit blog bespreken wij de stand van zaken.

Read more