Short Reads

Recreatiewoningen nog steeds een ‘geurgevoelig object’

Recreatiewoningen nog steeds een ‘geurgevoelig object’

Recreatiewoningen nog steeds een ‘geurgevoelig object’

03.03.2015

Om te komen tot een verantwoorde ruimtelijke verdeling van verschillende functies kent het omgevingsrecht regels die verplichten om bepaalde afstanden aan te houden, bijvoorbeeld tussen industrie en wonen. Een voorbeeld daarvan is te vinden in de Wet geurhinder en veehouderij.

‘Geurgevoelige objecten’ worden op grond van die wet beschermd tegen geurhinder vanwege veehouderijen. De wet kent onder meer afstandsnormen van 100 meter binnen de bebouwde kom en 50 meter buiten de bebouwde kom. Deze afstandsnormen zijn ook van belang bij het vaststellen van bestemmingsplannen.

Voor de vraag of die afstandsnorm van toepassing is, is een uitleg van het begrip ‘geurgevoelig object’ noodzakelijk. In de afgelopen jaren heeft de Afdeling een wisselende koers gevaren en was het niet altijd even duidelijk wat wel en wat niet een geurgevoelig object was. Uit een uitspraak van 18 februari 2015 blijkt dat recreatiewoningen nog steeds worden gezien als geurgevoelige objecten.

Definitie geurgevoelig object

In de Wet geurhinder en veehouderij is de volgende definitie opgenomen:

“gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt (…)”

Eerdere jurisprudentie

In 2009 heeft de Afdeling geoordeeld dat een recreatiewoning als een geurgevoelig object in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij moet worden gezien. Ook gebouwen die niet dienen tot permanent verblijf vallen volgens de Afdeling onder de door de wetgever beoogde bescherming tegen geurhinder. In uitspraken daarna kwam de Afdeling tot het oordeel dat ook een korte verblijfsduur tot bescherming leidt, voor zover sprake is van een ten minste regelmatig verblijf. Dat was bijvoorbeeld zo bij een passantenhaven met daarbij behorende gebouwen.

In 2013 ging de Afdeling ‘om’. In die uitspraak oordeelde de Afdeling expliciet dat zij, anders dan bijvoorbeeld in de uitspraak over de passantenhaven, toch van oordeel is dat de Wet geurhinder en veehouderij alleen bescherming biedt aan personen tegen langdurige blootstelling aan geurhinder in gebouwen. Sanitaire voorzieningen en een opslaggebouw op een kampeerterrein zijn gebouwen waar niet langdurig door een persoon worden verbleven, en die dus niet als geurgevoelig object kwalificeren.

Uitspraak 18 februari 2015

Vanwege de sinds 2013 nieuwe jurisprudentielijn van de Afdeling dacht de raad van de gemeente Hollands Kroon dat recreatiewoningen en vaste kampeermiddelen zoals stacaravans die niet jaarrond mogen worden gebruikt, niet meer onder de definitie van een geurgevoelig object vielen. De raad heeft dan ook een bestemmingsplan vastgesteld waarmee een uitbreiding van deze functies bij een campingterrein mogelijk werden. De nabijgelegen veehouderij stelde beroep in tegen de vaststelling van het bestemmingsplan.

Hoewel de recreatiewoningen en vaste kampeermiddelen niet jaarrond mogen worden gebruikt op grond van het plan, mogen ze wel tot 250 dagen per jaar worden gebruikt. De Afdeling oordeelt dan ook dat er wel langdurig in de gebouwen kan worden verbleven, en dat het dus wel geurgevoelige objecten zijn. Daarbij verwijst de Afdeling naar de eerdere uitspraak uit 2013, waar volgens haar niet uit mag worden afgeleid dat recreatiewoningen geen geurgevoelige objecten zijn:

“Uit die uitspraak, die betrekking had op de geurgevoeligheid van een sanitairgebouw en gebouwen voor onderhoud en beheer op een camping, kan echter niet worden afgeleid dat de Afdeling recreatiewoningen niet meer als geurgevoelig object in de zin van de Wgv aanmerkt.”

Conclusie

Kortom, recreatiewoningen zijn nog steeds geurgevoelige objecten. Mogelijk is dit anders als het verblijf aanzienlijk wordt beperkt en er niet meer sprake is van langdurig verblijf. Daarvoor is dan wel een verdere beperking nodig dan 250 dagen per jaar.

Het bericht ‘Recreatiewoningen nog steeds een ‘geurgevoelig object‘‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

Related news

13.01.2022
Overbruggingsregeling windturbinenormen na uitspraak windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding

Short Reads - In een Kamerbrief van 17 december 2021 bespreekt de toenmalige staatssecretaris van I&W het 'Actieprogramma Verankering milieubescherming na Nevele'. Dat programma, waarbij ministeries en decentrale overheden betrokken zijn, moet bevoegde gezagen ondersteunen bij hun besluitvorming over windturbines en voorziet onder meer in een overbruggingsregeling voor vergunde en bestaande windparken. De belangrijkste punten uit die Kamerbrief en enkele andere relevante gevolgen die de uitspraak Delfzijl Zuid Uitbreiding tot nu toe heeft gehad, bespreken wij in dit blog.

Read more

03.01.2022
Supreme Court clarifies rent reductions for catering and retail businesses during corona period

Short Reads - On 24 December 2021, the Supreme Court ruled on the preliminary questions of the District Court of Limburg. In these preliminary ruling proceedings, the key question was – in brief – whether tenants of business premises as referred to in Section 7:290 of the Dutch Civil Code (such as hotels, restaurants, cafes and shops) are entitled to a rent reduction as a result of government measures in connection with the corona pandemic and, if so, how that rent reduction should be calculated.  

Read more

07.01.2022
FAQ: Consequences of the Didam judgment for the sale of land by governments

Short Reads - In the Didam judgment of 26 November 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778) the Supreme Court ruled that public authorities must sell land in a transparent manner that gives all interested parties the opportunity to bid. This means that public authorities are not outright free to sell land to a party of their choice. Public authorities must provide equal opportunities when transferring land.

Read more

03.01.2022
Hoge Raad schept duidelijkheid over huurkortingen in coronatijd voor horeca en winkeliers

Short Reads - Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan naar aanleiding van de prejudiciële vragen van de rechtbank Limburg. In deze prejudiciële procedure stond – kort gezegd – de vraag centraal of huurders van 290-bedrijfsruimten (zoals bijvoorbeeld hotels, restaurants, cafés en winkels) als gevolg van overheidsmaatregelen in verband met de coronapandemie aanspraak kunnen maken op vermindering van de huurprijs, en zo ja hoe die vermindering moet worden berekend. 

Read more

07.01.2022
FAQ: Gevolgen van het Didam-arrest voor de verkoop van onroerende zaken door overheden

Short Reads - In het 'Didam'-arrest van 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat overheden bij de verkoop van grond gelegenheid moeten bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen. Dat betekent dat overheden niet zonder meer vrij zijn om grond te verkopen aan een partij naar keuze. Overheden moeten gelijke kansen bieden bij uitgifte van grond. In dit blogbericht bespreken wij in FAQ-vorm het arrest en gaan wij in op de praktische betekenis van dit arrest voor de praktijk.

Read more