Neodyum Miknatis
maderba.com
implant
olabahis
Casino Siteleri
canli poker siteleri meritslot
escort antalya
istanbul escort
sirinevler escort
antalya eskort bayan
brazzers
Short Reads

Criteria voor vrijstelling van griffierecht in het bestuursrecht

Criteria voor vrijstelling van griffierecht in het bestuursrecht

Criteria voor vrijstelling van griffierecht in het bestuursrecht

03.03.2015 NL law

Op 13 februari 2015 oordeelde de CRvB dat een rechtzoekende geen griffierecht hoeft te betalen als zijn maandelijkse netto-inkomen lager is dan 90% van de bijstandsnorm en hij niet over vermogen beschikt. De gezinssamenstelling is hierbij niet belangrijk; als de rechtzoekende een fiscale partner heeft, worden het inkomen en het vermogen van de partner opgeteld bij dat van de rechtzoekende.

Als het vereiste griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, dan is het (hoger) beroep in beginsel niet-ontvankelijk (art. 8:41 lid 6 Awb). Dit is slechts anders als het de rechtzoekende niet kan worden verweten dat hij het griffierecht niet (op tijd) heeft voldaan. In dat geval is de rechtzoekende niet in verzuim en is het beroep ontvankelijk. Regelmatig stelt een rechtzoekende dat hij weliswaar geen griffierecht heeft betaald, maar dat hem dit niet kan worden verweten omdat hij het geld daar niet voor heeft. Hierbij beroept de rechtzoekende zich bijna altijd op het recht op toegang tot de rechter, zoals dat wordt beschermd door artikel 6 EVRM en artikel 47 EU-Handvest.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de “Afdeling”) heeft hierover bij uitspraak van 6 maart 2013 geoordeeld dat een rechtzoekende niet in verzuim is als hij het griffierecht niet kan betalen en als de heffing van griffierecht het de rechtzoekende zo goed als onmogelijk maakt om een voor hem openstaande rechtsgang te bewandelen.  De Afdeling laat echter in het midden wanneer sprake is van te weinig middelen om het griffierecht te betalen.

Deze leemte heeft de CRvB op 13 februari 2015 opgevuld met een uitspraak van de grote kamer. Voor het eerst wordt ingegaan op de criteria waaraan een vrijstellingsverzoek moet voldoen ter voorkoming van verzuim dat tot de niet-ontvankelijkheid van het (hoger) beroep leidt. De rechtzoekende moet aannemelijk maken dat (i) zijn maandelijkse netto-inkomen lager is dan 90% van de bijstandsnorm voor alleenstaanden en dat (ii) hij niet beschikt over vermogen waaruit het griffierecht kan worden betaald. De gezinssamenstelling van de rechtzoekende is niet van belang. Als de rechtzoekende een fiscale partner heeft, worden het inkomen en het vermogen van de fiscale partner opgeteld bij het inkomen en vermogen van de rechtzoekende.

Om twee redenen is de termijn belangrijk die is gelegen tussen de momenten dat (i) de rechtzoekende voor het eerst is gewezen op het feit dat hij griffierecht is verschuldigd en (ii) het einde van de betalingstermijn van het griffierecht. Ten eerste is deze termijn belangrijk, omdat dit de periode is waarover het inkomen en vermogen wordt getoetst. Ten tweede is dit de termijn waarbinnen de rechtzoekende het verzoek bij de griffie moet doen (zie ook het overgangsrecht in r.o. 3.10).

In het verzoek moeten in ieder geval zijn opgenomen de voornamen en de achternaam, de adresgegevens en het burgerservicenummer van de rechtzoekende en zijn eventuele fiscale partner. Ons lijkt het verstandig dat de rechtzoekende al bij het verzoek stukken overlegt waaruit zijn inkomen en vermogen blijken. Doet de rechtzoekende dat niet, dan zal de griffier om deze stukken verzoeken. Dat kan via een ‘informeel’ verzoek, door de rechtzoekende een brief te sturen waarin hij wordt verzocht om gegevens te overleggen over zijn inkomen en vermogen. De griffier kan ook een verklaring aanvragen bij de Raad voor Rechtsbijstand (art. 7b Wet op de rechtsbijstand). Deze verklaring geeft inzicht in het inkomen en vermogen van een persoon in het kalenderjaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarin om de verklaring is verzocht. Vervolgens zal de griffier de rechtzoekende verzoeken om te verklaren of de gegevens waarop de verklaring is gebaseerd nog actueel zijn.

Al met al een heldere uitspraak die belangrijk is voor de rechtzoekenden en de juridische dienstverlening. Binnenkort verschijnt in de JG (Jurisprudentie voor Gemeenten) een noot van onze hand waarin wij uitvoeriger stilstaan bij de CRvB-uitspraak, de betekenis daarvan voor de rechtspraktijk en enkele vragen die resteren na het lezen van de uitspraak.

Het bericht ‘Criteria voor vrijstelling van griffierecht in het bestuursrecht‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

Team

Related news

18.01.2021 BE law
Het Hof verduidelijkt het materieel toepassingsgebied van de regels inzake overheidsopdrachten die specifiek gelden voor de speciale sectoren

Articles - Door het Arrest Pegaso et Sistemi di Sicurezza van 28 oktober 2020 kon het Hof van justitie de intensiteit van het vereiste verband tussen de activiteiten van de aanbestedende entiteiten die actief zijn in speciale sectoren en het voorwerp van een bepaalde opdracht om de gunning ervan te rechtvaardigen in overeenstemming met de specifieke aanbestedingsregeling op grond van Richtlijn 2014/25 verduidelijken.

Read more

18.01.2021 BE law
La Cour de justice précise le champ d’application matériel des règles de passation de marchés publics propres aux secteurs spéciaux

Articles - L’arrêt Pegaso et Sistemi di Sicurezza du 28 octobre 2020 a permis à la Cour de justice de préciser l’intensité du lien exigé entre les activités des entités adjudicatrices actives dans les secteurs spéciaux et l’objet d’un marché identifié afin de justifier son attribution conformément au régime de passation particulier découlant de la directive 2014/25.

Read more

15.01.2021 NL law
Hof van Justitie: Nederlands bestuursprocesrecht is op onderdelen in strijd met het Verdrag van Aarhus

Short Reads - Het hoge woord is eruit. Het niet indienen van een zienswijze mag niet aan de toegang tot de rechter in de weg staan van een belanghebbende als het Verdrag van Aarhus van toepassing is. Bovendien moeten ook niet-belanghebbenden hun inspraakrechten uit dat verdrag kunnen afdwingen bij de rechter. Dat oordeelt het Hof van Justitie van de Europese Unie (“Hof”) in het arrest van 14 januari 2020.

Read more