Articles

Annotatie onder Hoge Raad - 27 maart 2015

Annotatie onder Hoge Raad - 27 maart 2015

Annotatie onder Hoge Raad - 27 maart 2015

27.03.2015 NL law

Indien een verklaring voor recht wordt gevorderd dat aansprakelijkheid bestaat voor schade, dient de rechter ervan uit te gaan dat eiser daarbij belang heeft als de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Dat geldt ook als niet tevens een veroordeling tot schadevergoeding of tot verwijzing naar de schadestaatprocedure wordt gevorderd. Voor zover in HR 30 maart 1951, NJ 1952/29 anders is geoordeeld, komt de Hoge Raad daarvan terug.

 

De waardering van het bewijs is aan het oordeel van de rechter overgelaten, tenzij de wet anders bepaalt (art. 152 lid 2 Rv). Art. 161 Rv bevat een dergelijke bepaling: een op tegenspraak gewezen vonnis waarbij de Nederlandse strafrechter bewezen heeft verklaard dat iemand een feit heeft begaan, levert dwingend bewijs op van dat feit. Het oordeel van de strafrechter dat een beroep op noodweer slaagt, wordt echter niet door art. 161 Rv bestreken. Dat oordeel maakt immers geen deel uit van de bewezenverklaring. Het heeft betrekking op de strafbaarheid van de verdachte (art. 350 Sv).

De aanvaarding van een beroep op noodweer door de strafrechter laat de vrijheid in de bewijswaardering van de burgerlijke rechter dan ook onverlet.

Daniël Stein schreef de annotatie bij deze uitspraak. Deze annotatie is gepubliceerd in JBPR 2015/34.

Lees de volledige annotatie.

Related news

26.09.2018 BE law
Eerlijke marktpraktijken, slechtmaking en de vrijheid van meningsuiting

Articles - Op 1 maart 2018, oordeelde het hof van beroep te Brussel[1] dat een aan derden verzonden e-mailbericht waarin werd meegedeeld dat alle samenwerking met de betrokken partij was beëindigd op grond van het feit dat de door deze laatste geleverde diensten waren bekritiseerd wegens hun slechte kwaliteit, en dit terwijl er hieromtrent een procedure hangende is, een daad van slechtmaking is, verboden door artikel VI.104 WER. Hetzelfde geldt voor een e-mailbericht aan derden, waarin een bepaalde persoon wordt afgedaan als een “individu zonder scrupules”.

Read more

26.09.2018 BE law
Pratiques honnêtes du marché, dénigrement et la liberté d’expression

Articles - Par jugement du 1er mars 2018, la cour d’appel de Bruxelles[1] a déclaré qu’un courriel adressé à des tiers, indiquant qu’il aurait été mis fin à toute collaboration avec la partie en cause au motif que les prestations fournies par celle-ci auraient été critiquées en raison de leur piètre qualité alors qu’une procédure est pendante à cet égard, constitue un acte de dénigrement interdit au sens de l’article VI.104. du CDE. Il en est de même d’un courriel adressé à des tiers, indiquant qu’une personne identifiée est un «  individu sans scrupules ».

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring