Short Reads

Gaan relativiteit en voorlopige voorziening hangende bezwaar samen?

Gaan relativiteit en voorlopige voorziening hangende bezwaar samen?

Gaan relativiteit en voorlopige voorziening hangende bezwaar samen?

01.06.2015 NL law

Sinds 1 januari 2013 kent het algemene bestuursrecht het relativiteitsvereiste (artikel 8:69a Awb). Nog steeds verschijnen met enige regelmaat interessante en bij tijd en wijle opzienbarende uitspraken over dit leerstuk. Een recente uitspraak van de Afdeling, hoe stellig en helder deze ook lijkt, neemt niet alle onduidelijkheden weg over de toepassing van het relativiteitsvereiste in andere procedures dan beroep!!!!

De uitspraak van de Afdeling

Op 18 maart 2015 deed de Afdeling een interessante uitspraak over de toepassing van het relativiteitsvereiste door een voorzieningenrechter in de bezwaarfase. Wat was er aan de hand? Een exploitant van een supermarkt maakt bezwaar tegen de omgevingsvergunning waardoor een andere supermarkt wordt mogelijk gemaakt. Het bestuursorgaan verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk, omdat de exploitant volgens het bestuur niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Tegen de beslissing op bezwaar gaat de exploitant in beroep en verzoekt om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter doet uitspraak in de bodemzaak en verklaart het beroep van de exploitant gegrond. De voorzieningenrechter vernietigt de beslissing op bezwaar en oordeelt dat het bezwaar van de exploitant ontvankelijk is. Vervolgens voorziet de voorzieningenrechter zelf in de zaak en verklaart het bezwaar ongegrond, aangezien de ingeroepen normen (voorzien in voldoende parkeergelegenheid en het waarborgen van de verkeersveiligheid) de exploitant niet in zijn belang als concurrent beschermen. In dit oordeel gaat de Afdeling niet mee. Naar het oordeel van de Afdeling heeft rechtspraak een wezenlijk ander karakter dan het beslissen op bezwaar. Daarom heeft het relativiteitsvereiste, mede gelet op de parlementaire geschiedenis (Kamerstukken II 2009/10, 32450, nr. 3, p. 20-21), slechts een plaats in een beroepsprocedure bij de rechter.

Toepassing door voorzieningenrechters

Hoe stellig en helder deze uitspraak ook lijkt, niet alle onduidelijkheden zijn weggenomen over de toepassing van het relativiteitsvereiste in andere procedures dan beroep. Bij de inwerkingtreding van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht werd in de literatuur al gewezen op de problematiek die kon ontstaan rondom de toepassing van het relativiteitsvereiste door voorzieningenrechters hangende bezwaar. Uit de jurisprudentie van de rechtbanken blijkt vervolgens dat niet alle voorzieningenrechters op dezelfde manier omgaan met de toepassing van het relativiteitsvereiste in een voorlopige voorzieningsprocedure hangende bezwaar.

Recent hebben twee rechtbanken een uitspraak gedaan over de toepassing van het relativiteitsvereiste in het kader van een voorlopige voorziening hangende bezwaar. De twee rechtbanken komen min of meer tot oordelen die haaks op elkaar staan. De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland overweegt in zijn uitspraak van 19 december 2014 dat het relativiteitsvereiste geen rol speelt in de beoordeling die de voorzieningenrechter moet uitvoeren, omdat het vereiste niet mag worden toegepast bij het nemen van de beslissing op bezwaar. De Gelderse voorzieningenrechter overweegt in de uitspraak van 12 februari 2015 dat in de belangenafweging omtrent het toewijzen van een voorlopige voorziening de vraag moet worden betrokken of een ingeroepen norm de belanghebbende kennelijk in zijn belang beschermt, ondanks dat het relativiteitsvereiste geen rol speelt in het besluitvormingsproces in bezwaar.

Waar in de beroepsfase de rechtsbescherming van belanghebbenden een rol speelt, speelt in de fase van bezwaar ook de kwaliteitsverhoging van de besluitvorming een rol. De regering heeft bij invoering van artikel 8:69a Awb overwogen dat met een relativiteitsregel in bezwaar geen sprake kan zijn van een volledige heroverweging. Het bestuursorgaan moet alle argumenten kunnen betrekken bij de hernieuwde besluitvorming. Het voorgaande staat volgens ons er aan in de weg dat de voorzieningenrechter het relativiteitsvereiste laat meewegen in de belangenafweging bij het al dan niet toekennen van een voorlopige voorziening waar hangende bezwaar om is verzocht. Wordt een verzoek om voorlopige voorziening gedaan hangende beroep, dan is het volgens ons juist nuttig en voorgeschreven om het relativiteitsvereiste mee te wegen in de besluitvorming over het al dan niet toewijzen van een voorziening. De voorzieningenrechter werpt dan immers een blik op de uitspraak die volgt op het ingestelde beroep of hoger beroep. Wij menen dan ook dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland het bij het rechte eind heeft.

Conclusie

Hoewel de Afdelingsuitspraak helder is, is het nog wachten op een uitspraak die ultieme duidelijkheid biedt van een van de hoogste bestuursrechters over het betrekken van de relativiteitseis in de belangenafweging naar aanleiding van een verzoek om voorlopige voorziening. Inmiddels is een noot van onze hand verschenen in de JG (Jurisprudentie voor Gemeenten) bij de Afdelingsuitspraak, waarin wij uitvoeriger stilstaan bij de toepassing van het relativiteitsvereiste in voorlopige voorzieningsprocedures hangende bezwaar.

Het bericht ’Gaan relativiteit en voorlopige voorziening hangende bezwaar samen?‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

Team

Related news

02.04.2020 NL law
Stibbe in Amsterdam answers questions from consumers, small business foundations and NGOs about the coronavirus

Inside Stibbe - In a special Q&A (in Dutch), lawyers from our Amsterdam office share their legal expertise and strive to provide answers to questions put to us by consumers, self-employed persons, enterprises large and small, foundations and NGOs as a result of the corona crisis.

Read more

27.03.2020 BE law
Bijzondere volmachten in tijden van crisis: wat kan en wat niet?

Short Reads - In haar advies van 25 maart 2020 analyseert de afdeling Wetgeving van de Raad van State het wetsvoorstel van 21 maart 2020 tot bijzondere machtiging aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19. Het advies brengt de algemene beginselen inzake bijzondere machten in herinnering en plaatst daarnaast enkele kritische kanttekeningen bij het wetsvoorstel zelf. Voor liefhebbers van het grondwettelijk recht vormt het advies van de afdeling Wetgeving daarom een welgekomen afleiding in tijden van lockdown. 

Read more

31.03.2020 NL law
Als het moet, kan het snel (en digitaal): vanwege de coronacrisis op weg naar een Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming

Short Reads - In crisistijd kan veel en snel. Beraadslagingen en besluitvorming blijven ook nu noodzakelijk, maar de wettelijke grondslag om dit digitaal te doen ontbreekt. Daarom is er aan de Tweede Kamer een wetsvoorstel terzake voorgelegd, dat slechts in enkele dagen is voorbereid. De wet treedt, zo is de bedoeling, op korte termijn in werking.

Read more

22.03.2020 BE law
Les fenêtres (vues et jours) dans l’ère du nouveau Code civil. Que faut-il retenir ?

Articles - La loi portant création d'un Code civil a été promulguée le 13 avril 2019 et publiée le 14 mai 2019 au Moniteur belge. La loi portant le livre 3 « Les biens » du Code civil a, quant à elle, été promulguée le 4 février 2020 et vient d’être publiée ce 17 mars 2020. Ce livre 3 entrera en vigueur le 1er septembre 2021. Que prévoit-il en matière de vues et de jours ? Voici un bref aperçu.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring