Articles

Wetsvoorstellen civielrechtelijk bestuursverbod en herziening strafbaarstelling faillissementsfraude aangenomen door de Tweede Kamer

Wetsvoorstellen civielrechtelijk bestuursverbod en herziening strafbaarstelling faillissementsfraude aangenomen door de Tweede Kamer

Wetsvoorstellen civielrechtelijk bestuursverbod en herziening strafbaarstelling faillissementsfraude aangenomen door de Tweede Kamer

03.07.2015 NL law

Op 23 juni 2015 zijn de wetsvoorstellen civielrechtelijk bestuursverbod en herziening strafbaarstelling faillissementsfraude door de Tweede Kamer aangenomen. Beide wetsvoorstellen behoren tot het Wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht en zijn gericht op fraudebestrijding. Deze wetsvoorstellen zullen mogelijk op 1 januari 2016 in werking treden.

• Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod: het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod voorziet in de mogelijkheid voor de rechtbank om in geval van faillissement een (oud-)bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon voor maximaal vijf jaar te verbieden een bestuursfunctie of functie als commissaris te bekleden binnen een rechtspersoon. De vordering kan worden ingediend door de curator of het openbaar ministerie in specifiek in de wet benoemde gevallen, bijvoorbeeld indien sprake is van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. Een civielrechtelijk (maar ook een strafrechtelijk) bestuursverbod zal leiden tot doorhaling van de registratie als bestuurder/commissaris in het handelsregister vanaf het moment dat het verbod onherroepelijk wordt en voor de door de rechter bepaalde duur. Tevens zal een door de rechter uitgesproken verbod een nieuwe grond vormen op basis waarvan de Kamer van Koophandel inschrijving in het handelsregister kan weigeren van de persoon aan wie het verbod is opgelegd. Uit de Memorie van toelichting bij een begin dit jaar geconsulteerd wetsontwerp tot wijziging van de Handelsregisterwet 2007 en Boek 2 BW blijkt dat deze regelingen zullen worden uitgewerkt in het Handelsregisterbesluit 2008. Deze nadere regels zijn echter nog niet gepubliceerd. Voor meer informatie over het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod verwijzen wij ook naar onze Corporate Alert van 11 september 2014.

In Europees verband is op 25 juni 2015 de Verordening (EU) 2015/848 betreffende insolventieprocedures (PbEU 2015, L 141/19) formeel in werking getreden (de herschikte Insolventieverordening); zij wordt echter eerst van toepassing op insolventieprocedures die na 26 juni 2017 geopend zijn. Op grond van deze Verordening zullen de nationale insolventieregisters van de verschillende lidstaten worden gekoppeld. Het staat lidstaten vrij om in deze (gekoppelde) nationale insolventieregisters ook opgelegde bestuursverboden op te nemen. Nederland is daarvan een groot voorstander omdat daarmee kan worden voorkomen dat personen waarvoor een nationaal bestuursverbod geldt, hun activiteiten ongehinderd vanuit een andere lidstaat zouden kunnen voortzetten. In de Verordening is tevens opgenomen dat de Europese Commissie nog dit jaar dient te komen met een onderzoek naar de grensoverschrijdende aspecten van bestuursverboden en bestuurdersaansprakelijkheid.

• Wetsvoorstel herziening strafbaarstelling faillissementsfraude: met het wetsvoorstel herziening strafbaarstelling faillissementsfraude wil de Minister van Veiligheid en Justitie de wettelijke mogelijkheden om strafrechtelijk op te treden tegen faillissementsfraude verbeteren. Een van de maatregelen is het strafrechtelijk sanctioneren van de administratie- en bewaarplicht (artikel 2:10 BW jo. 3:15i BW). Onder het huidige recht is overtreding van de administratie- en bewaarplicht slechts strafbaar indien sprake is van opzet op het intreden van het faillissement en daarmee opzet op het benadelen van schuldeisers. Voorgesteld wordt nu om deze laatste eis te laten vervallen. Het niet-naleven van de administratieverplichtingen zal bovendien, ook onafhankelijk van het intreden van een faillissement, zelfstandig worden aangemerkt als economisch delict.

Team

Related news

09.08.2019 NL law
Verifieerbare vorderingen, de stand van zaken na Credit Suisse/Jongepier q.q.

Articles - De afgelopen jaren heeft de Hoge Raad verschillende arresten gewezen over de invloed van het faillissement op wederkerige overeenkomsten, het fixatiebeginsel en de kwalificatie van vorderingen als boedelvordering, verifieerbare vordering of nietverifieerbare vordering. In het arrest van 23 maart 2018 (hierna: Credit Suisse/Jongepier q.q.) verduidelijkt de Hoge Raad ter beantwoording van enkele prejudiciële vragen wanneer vorderingen die voortvloeien uit een ten tijde van het faillissement reeds bestaande rechtsverhouding voor verificatie in aanmerking komen.

Read more

14.08.2019 NL law
Wijziging Arbowetgeving in aantocht: tegengaan arbeidsmarktdiscriminatie bij werving en selectie

Short Reads - In haar kamerbrief van 11 juli 2019 heeft Staatssecretaris Van Ark van SZW aangekondigd dat zij na de zomer van 2019 een wetsvoorstel aan de Raad van State wil aanbieden dat ten doel heeft om arbeidsmarktdiscriminatie tegen te gaan. Dit voorstel heeft gevolgen voor het wervings- en selectieproces van werkgevers én voor partijen zoals wervings- en selectiebureaus en online platforms die dergelijke diensten verlenen aan werkgevers. Daartoe zullen de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs naar verwachting worden gewijzigd.

Read more

09.08.2019 NL law
Bedrijfsgrootte is van invloed op de hoogte van de Arboboete: bij parttimers lagere boetes

Short Reads - Op 7 november 2018 deed de Afdeling een voor de praktijk van arboboetes belangrijke (eind)uitspraak. Zij bepaalt dat bij het bepalen van de omvang van een bedrijf of instelling onderscheid gemaakt dient te worden tussen een fulltime of parttime dienstverband. Die omvang wordt bepaald door uit te gaan van het totaal aantal medewerkers in een bedrijf of instelling op basis van een fulltime werkweek van 38 uur. Dat betekent dat afhankelijk van het aantal parttimers en de duur van hun dienstverband lagere Arboboetes zullen worden opgelegd.

Read more

08.08.2019 NL law
De fipronil-crisis: volgens de rechtbank handelde de NVWA als toezichthouder niet onrechtmatig

Short Reads - Op 10 juli 2019 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ("NVWA") niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover pluimveehouders naar aanleiding van de fipronil-crisis (ECLI:NL:RBDHA:2019:6810). Er is, aldus de rechtbank, geen sprake van falend toezicht of van een schending van een waarschuwingsplicht.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring