Articles

Wetsvoorstel Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening

Wetsvoorstel Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening

Wetsvoorstel Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening

03.07.2015 NL law

De Europese richtlijn jaarrekening (2013/34/EU) (PbEU 2013 L 182/19) (‘Europese richtlijn jaarrekening’) dient op 20 juli 2015 te zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wet- en regelgeving. 

Het implementatiewetsvoorstel Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening is op 11 maart 2015 ingediend en is op dit moment nog aanhangig bij de Tweede Kamer. Voor het Nederlandse vennootschapsrecht zijn de meest ingrijpende wijzigingen de verkorting van de publicatietermijn van de jaarstukken tot maximaal 12 maanden na afloop van het boekjaar en de verhoging van de grensbedragen van kleine en middelgrote rechtspersonen met ongeveer 20%.

De Europese richtlijn jaarrekening vervangt de zogenaamde Vierde en Zevende richtlijn Vennootschapsrecht en beoogt binnen de Europese Economische Ruimte het jaarrekeningenrecht te moderniseren, te vereenvoudigen, verder te harmoniseren en de administratieve lasten te verlichten. Daarnaast bevat de Europese richtlijn jaarrekening een nieuwe regeling voor de verslaggeving van betalingen aan overheden door grote ondernemingen en ondernemingen van openbaar belang (‘oob's’) (op dit ogenblik zijn dit beursgenoteerde ondernemingen, maar ook niet-genoteerde banken en (bepaalde) verzekeraars) die actief zijn in de winningsindustrie en houtkap van oerbossen (country by country reporting). Het wetsvoorstel ter implementatie van de Europese richtlijn jaarrekening is thans nog in behandeling bij de Tweede Kamer, zodat de uiterste implementatiedatum van 20 juli 2015 niet gehaald zal worden.

Een voor de praktijk belangrijke wijziging is de verkorting van de uiterste publicatietermijn van de openbaarmaking van de jaarstukken, door middel van deponering bij het handelsregister, van 13 naar 12 maanden na afloop van het boekjaar. De termijn voor het opmaken van de jaarstukken blijft gelijk: voor (gewone) NV's en BV's vijf maanden na afloop van het boekjaar, voor beursvennootschappen vier maanden en voor coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, verenigingen en stichtingen zes maanden na afloop van het boekjaar. Wel wordt de periode waarmee de algemene vergadering (bij de stichting het orgaan dat volgens de statuten bevoegd is de jaarrekening vast te stellen) deze opmaaktermijn kan verlengen, met één maand verkort: bij (gewone) NV's en BV's van zes naar vijf maanden en bij coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, verenigingen en stichtingen van vijf naar vier maanden. Op deze manier wordt, met inachtneming van de geldende termijn van twee maanden na afloop van de uiterste termijn voor het opmaken van de jaarrekening, rekening gehouden met de nieuwe uiterste publicatietermijn van 12 maanden die voortvloeit uit de Europese richtlijn jaarrekening. Voor beursvennootschappen was reeds bepaald dat de opmaaktermijn niet kan worden verlengd.

Een andere belangrijke wijziging betreft de wijziging van de grensbedragen waarmee de verschillende categorieën van kleine, middelgrote en grote rechtspersonen worden onderscheiden. Aan de hand van deze indeling komen rechtspersonen al dan niet voor bepaalde vrijstellingen voor de inrichting van de jaarstukken en de accountantscontrole in aanmerking en wordt duidelijk welke informatie bij het handelsregister gedeponeerd moet worden. Voorgesteld wordt om de drempelwaarden van kleine en middelgrote rechtspersonen met ongeveer 20% te verhogen zodat meer rechtspersonen gebruik kunnen maken van de relevante vrijstellingen. De verhoging van de grensbedragen heeft ook invloed op bijvoorbeeld de toepassing van de limiteringsregeling voor bestuurders en commissarissen om bepaalde functies al dan niet te mogen uitoefenen. De reikwijdte van de limiteringsregeling wordt immers mede bepaald door de toe te passen grenzen van de "grote" rechtspersoon en sommige "grote" rechtspersonen worden als gevolg van de wijziging "middelgroot".

Het wetsvoorstel kent een flexibele inwerkingtredingsregeling: de gewijzigde regels zullen van toepassing zijn op jaarstukken die worden opgesteld over de boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2016 maar biedt rechtspersonen bovendien de mogelijkheid om de gewijzigde regelgeving reeds toe te passen in boekjaren die zijn aangevangen vòòr 1 januari 2016. Dit leidt mogelijk tot onduidelijkheden, zoals ook de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht concludeerde in het advies van 20 april 2015, bijvoorbeeld in het kader van de gewijzigde grensbedragen en de toepasselijkheid van de limiteringsregeling. De verkorte deponeringstermijn van 12 maanden geldt voor het eerst verplicht voor de boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2016.

Team

Related news

17.10.2019 NL law
Objective indicator high-risk third countries repealed as of 18 October 2019

Short Reads - The Implementation Decree for the Wwft 2018 has been amended. As a result, as of 18 October 2019 institutions subject to the Dutch Anti-Money Laundering and Anti-Terrorism Financing Act will no longer have to report transactions solely on the basis that this transaction relates to an individual residing, or a legal entity having its registered office in, a high-risk third country.

Read more

03.10.2019 NL law
It's in the details: HSBC fine quashed for insufficient reasoning

Short Reads - The General Court annulled the EUR 33.6 million fine imposed on banking group HSBC for its participation in the euro interest rates derivatives cartel. Full annulment was granted based on the Commission's failure to provide sufficiently detailed reasoning for the first step of the fine calculation, establishing the value of sales. As the value of sales could not be established in a straightforward way, the Commission used a proxy. When doing so, the Commission needs to properly explain its reasoning to allow the companies fined to understand how it arrived at the proxy. 

Read more

03.10.2019 NL law
The ACM has to pay: moral damages awarded to real estate traders

Short Reads - The Dutch Authority for Consumers and Markets (ACM) needs to cough up a total of EUR 120,000 in moral damages to three real estate traders. The Dutch Trade and Industry Appeal Tribunal (CBb) agreed with the real estate traders that the annulment of the ACM's cartel decisions against them was insufficient compensation for the harm they suffered as a result of the length of the procedure and the press coverage of their cases.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring