Short Reads

Het voorbehoud van goedkeuring van de gemeenteraad: een lastige hobbel voor initiatiefnemers

Het voorbehoud van goedkeuring van de gemeenteraad: een lastige hobbel voor initiatiefnemers

Het voorbehoud van goedkeuring van de gemeenteraad: een lastige hobbel voor initiatiefnemers

06.07.2015 NL law

In een arrest van 26 juni 2015 oordeelt de Hoge Raad dat aan de positie van de gemeenteraad binnen de gemeentelijke taakverdeling groot gewicht toekomt. 

Niet snel moet worden aangenomen dat de gemeente is gebonden aan een overeenkomst, indien de gemeenteraad daarmee moest instemmen maar dat niet heeft gedaan. Het vertrouwensbeginsel kan in ieder geval niet tot gebondenheid van de gemeente leiden als de handelingen waaraan vertrouwen is ontleend, niet zijn te herleiden tot gedragingen van de gemeenteraad. Initiatiefnemers, die doorgaans niet rechtstreeks met de gemeenteraad onderhandelen, brengt dat in een lastig parket.

Aanleiding van het geding

VOF Landgoed Hof van Twente (“Landgoed”) sluit begin 2006 een samenwerkingsovereenkomst met het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente over de ontwikkeling van een bungalowpark. Deze overeenkomst voorziet in een uitwerking in (i) een bestemmingsplan en (ii) overige realisatiedocumenten. Beide behoeven op grond van de samenwerkingsovereenkomst goedkeuring van de gemeenteraad. Ter uitwerking van de samenwerkingsovereenkomst zijn in opdracht van het college verschillende conceptovereenkomsten opgesteld door een gemeentelijke stuurgroep. Een daarvan is een conceptrealisatieovereenkomst van oktober 2008. Onderdeel van dit concept is een verbod tot uitponding van recreatiewoningen.

Dat verbod vormt de aanleiding voor dit geschil. Voor Landgoed is het een deal breaker, temeer nu de samenwerkingsovereenkomst uit 2006 uitponding niet verbiedt. Het college gaat hierin in eerste instantie in mee en besluit de realisatieovereenkomst zonder het verbod in november 2009 ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor te leggen. Voor de gemeenteraad is opname van het verbod echter een absoluut vereiste om met de ontwikkeling te kunnen instemmen. Vanwege dit verschil in opvatting kan de gemeenteraad niet instemmen met de realisatieovereenkomst. In het verlengde daarvan stelt de gemeenteraad ook het bestemmingsplan niet vast. Het college besluit vervolgens van het project af te zien.

Gerechtelijke procedure

Landgoed meent dat ondanks het ontbreken van instemming van de gemeenteraad sprake is van een rechtsgeldig gesloten realisatieovereenkomst met de gemeente. Dat de gemeenteraad vervolgens het bestemmingsplan niet vaststelt en het college niet bereid is de realisatieovereenkomst uit te voeren, leidt in de ogen van Landgoed tot wanprestatie waardoor de gemeente schadeplichtig is.

Op de eerste plaats vecht Landgoed het vaststellingsbesluit aan via de bestuursrechter. Landgoed vangt echter bot, want de Afdeling verklaart het beroep ongegrond.

Dan de civiele procedure. Het Hof Arnhem-Leeuwarden neemt aan dat de overeenkomst wel tot stand is gekomen op grond van de redelijkheid en billijkheid. De gemeenteraad was bekend met de manier waarop de onderhandelingen zijn verlopen tussen Landgoed en het college. Landgoed hoefde er geen rekening mee te houden dat de gemeenteraad vervolgens op het allerlaatste moment aanvullende voorwaarden met betrekking tot de uitponding zou stellen. De weigering van de gemeente om uitvoering te geven aan de realisatieovereenkomst merkt het Hof aan als een toerekenbare tekortkoming in de nakoming. De gemeente is daarom schadeplichtig.

De Hoge Raad gaat hierin niet mee. Zoals vermeld aan het begin van dit bericht, heeft Landgoed naar het oordeel van de Hoge Raad niet gerechtvaardigd erop mogen vertrouwen dat de gemeenteraad zou instemmen met de overeenkomst en het bestemmingsplan zou vaststellen. Hij verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het Hof Den Bosch.

Een lastig parket

Daarmee zijn we aangekomen bij de essentie van de problematiek:

  • Het college besluit namens de gemeente tot het aangaan van een overeenkomst en is daarmee de aangewezen onderhandelingspartner (artikel 160 lid 1 sub e Gemeentewet).
  • Als een overeenkomst ingrijpend is voor de gemeente, moet het college deze overeenkomst voorleggen aan de gemeenteraad alvorens een definitief besluit te nemen (artikel 169 lid 4 Gemeentewet). Het college heeft in dit geval gekozen om al vóór de gemeenteraadsvergadering een definitief besluit te nemen met daarin een goedkeuringsvoorbehoud. Naar oordeel van Hoge Raad is deze werkwijze niet in strijd met artikel 169 lid 4 Gemeentewet.
  • Het brengt initiatiefnemers echter vaak in een lastig parket dat jarenlang vruchtbaar overleg is gevoerd met het college, met alle kosten en moeite van dien, maar dat de gemeenteraad op het laatste moment roet in het eten gooit.
  • Toch vindt de Hoge Raad dat de gemeenteraad die vrijheid in dit geval had. Daarbij benadrukt hij het grote gewicht dat de Gemeentewet toekent aan de bevoegdheidsverdeling tussen gemeenteraad en college.
  • Maar is in zo een geval een vergoeding van door de initiatiefnemer gemaakte kosten niet op haar plaats? Die vraag komt vermoedelijk nog wel aan de orde in de verwijzingsprocedure bij het Hof Den Bosch. Wordt vervolgd dus.

Slotopmerking

Tijn Kortmann en Roderick Harte hebben in Bouwrecht reeds een noot gewijd aan deze problematiek in het kader van toezeggingen van het college om een bestemmingsplan te herzien (BR 2013/128). In een artikel dat na de zomer zal verschijnen in Bouwrecht, zullen wij dieper ingaan op de problematiek die is verbonden met de rol van de gemeenteraad bij de totstandkoming en uitvoering van overeenkomsten en de betekenis van het vertrouwensbeginsel daarbij.

Het bericht ‘Het voorbehoud van goedkeuring van de gemeenteraad: een lastige hobbel voor initiatiefnemers‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

Team

Related news

27.07.2020 NL law
De Whatsapp-conversatie tussen Grapperhaus en Halsema: ook openbaar via de Wob?

Short Reads - Deze heb je vastgelegd voor de Wob Zo luidde een van de berichten van de Whatsapp-correspondentie tussen burgemeester Halsema van Amsterdam en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid over de demonstratie op de Dam, die plaatsvond op 1 juni 2020. Een angst van menig bestuurder werd waarheid: de gehele conversatie stond dezelfde dag nog afgedrukt op alle nieuwswebsites. Deze correspondentie werd openbaar gemaakt op grond van artikel 68 van de Grondwet, dat kort gezegd de informatieplicht van bewindslieden aan het parlement regelt.

Read more

21.07.2020 NL law
Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam 2020 – 2030 vrijgegeven voor inspraak

Short Reads - Van 1 juli tot 31 augustus 2020 legt de gemeente Amsterdam het Vestigingsbeleid Datacenters gemeente Amsterdam 2020 - 2030 ter inzage voor inspraak. Na de inspraakperiode wordt het vestigingsbeleid ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. In dit blog bespreken wij de hoofdlijnen van het vestigingsbeleid: nieuwe datacenters zijn onder strenge voorwaarden en op beperkte schaal welkom in gemeente Amsterdam. Met dit beleid wordt vervolg gegeven aan het voorbereidingsbesluit datacenters, dat ook in dit bericht wordt besproken.

Read more

27.07.2020 NL law
Maatwerk bij ontvankelijkheidsbeslissingen

Short Reads - Kent u een termijn die de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep bepaalt en niet in de wet is te vinden? Je zou hopen dat zo’n termijn niet bestaat. Ontvankelijkheid bepaalt immers de toegang tot de rechter en die toegang moet niet belemmerd worden door onbekende of slecht kenbare fatale termijnen. Toch kent ons recht zo’n termijn en die termijn is bovendien zeer kort. Ik doel op de twee weken die een belanghebbende wordt gegund om alsnog bezwaar te maken, nadat hij op de hoogte is geraakt van het bestaan van een besluit waarvan de bezwaartermijn al is verstreken.

Read more

17.07.2020 BE law
Gedogen van een bouwovertreding in een dading. Hof van Cassatie zegt: nietig

Articles - Een dadingsovereenkomst waarin een partij zich ertoe verbindt om de bouwovertredingen van de contractspartij te gedogen, heeft een ongeoorloofde oorzaak. Met een dergelijke overeenkomst beogen de contractspartijen immers om een met de openbare orde strijdige toestand - de bouwovertredingen - in stand te houden. De overeenkomst is in haar geheel behept met een ongeoorloofde oorzaak en aldus nietig. Als één van de partijen zijn leveringsverbintenis niet nakomt, kan de andere partij dan ook geen schadevergoeding vorderen.

Read more