Short Reads

Decentraal wat kan…en echt alleen centraal wat moet?

Decentraal wat kan…en echt alleen centraal wat moet?

Decentraal wat kan…en echt alleen centraal wat moet?

24.07.2015 NL law

De Omgevingswet zet zwaar in op het subsidiariteitsbeginsel: beleidsbepaling en -uitvoering zijn in handen van het meest geschikte overheidsorgaan. Voor het omgevingsrecht is dat de gemeente, zo is te lezen in art. 2.3 lid 1 van het wetsvoorstel. Provincie en Rijk treden volgens dit artikel alleen op "als dat nodig is". Maar wanneer is dat nodig, en wie bepaalt dat? Ziedaar het probleem van dit wetsartikel en het onderwerp van deze blog.

De tekst van art. 2.3 Omgevingswet

Het tweede en derde lid van artikel 2.3 Ow brengen tot uitdrukking wanneer het subsidiariteitsbeginsel interventie van een hogere overheid toelaat:

Een bestuursorgaan van [een provincie/het Rijk] oefent een taak of bevoegdheid, als dat bij de regeling daarvan is bepaald, alleen uit als dat nodig is:

"a. met het oog op een [provinciaal/nationaal] belang en dat belang niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door [het provinciebestuur of] het gemeentebestuur kan worden behartigd, of

b. voor een doelmatige en doeltreffende uitoefening van de taken en bevoegdheden op grond van deze wet of de uitvoering van een internationaalrechtelijke verplichting."

Deze tekst blinkt niet uit in concreetheid. Met name onderdeel b laat provincies en Rijk veel ruimte voor interventie, omdat daar de voorwaarde van onderdeel a ontbreekt, namelijk dat de taak of bevoegdheid niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door het gemeentebestuur kan worden behartigd. Verder geeft de wettekst geen enkele indicatie wanneer van zo een situatie sprake is.

Kamerleden de Vries en Veldman hebben het primaat van het gemeentebestuur nog eens benadrukt door het volgende amendement voor te stellen (artikel 2.2 lid 3 Ow):

"Een bestuursorgaan treedt bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden slechts in de taken en bevoegdheden van een ander bestuursorgaan voor zover dat nodig is voor de uitvoering van zijn eigen taken en bevoegdheden."

Hiermee beoogden zij te verzekeren dat ingrijpen van hogere overheden niet verder gaat dan nodig is, door hen aangeduid als het principe van de 'minst belastende interventie'. Het amendement is aangenomen. Maar ook deze tekst maakt niet concreet wanneer en in welke mate interventie "nodig is".

De Memorie van Toelichting

Nu een citaat uit de Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel voor de nieuwe Omgevingswet:

"Gegeven de gelijkwaardigheid van de bestuursorganen geldt binnen ons staatsrechtelijke bestel het uitgangspunt dat de beleidsbepaling en -uitvoering in handen zijn van het daarvoor meest geschikte overheidsorgaan. Daarbij geldt een subsidiariteitsbeginsel dat is verwoord in de Provinciewet (artikel 115, tweede lid) en de Gemeentewet (artikel 117, tweede lid). Het meest geschikte niveau is in beginsel de gemeente als het gaat om ontwikkelingen die passen bij de aard en schaal van de gemeente. Die voorkeur voor het decentrale niveau houdt onder meer verband met de notie dat decentrale overheden meer mogelijkheden hebben om bij de normstelling en uitvoering rekening te houden met gebiedseigen relevante feiten en omstandigheden. Daarmee hebben ze vaak ook meer mogelijkheden tot het maken van integrale afwegingen. Dit sluit bovendien aan bij het Europees handvest inzake lokale autonomie van de Raad van Europa. Het Rijk en de provincies respecteren dit door uit te gaan van het subsidiariteitsbeginsel «decentraal, tenzij»."

Duidelijke taal. En al een stuk concreter dan de wettekst: het meest geschikte niveau is de gemeente als het gaat om ontwikkelingen die passen bij de aard en schaal van de gemeente. Met dat laatste zal overigens bedoeld zijn: als het gaat om ontwikkelingen die naar aard en schaal passen bij de gemeente. Lezen we nog wat verder in de Memorie van Toelichting, dan vinden we daarvan de bevestiging. De regering licht toe dat opschaling naar een hoger overheidsniveau wenselijk kan zijn "afhankelijk van de aard en het schaalniveau van de problematiek en de daarvoor vereiste deskundigheid en ervaring".

Concrete redenen voor interventie op provinciaal of rijksniveau

Het aspect 'schaalniveau van de problematiek' behoeft weinig uitleg. Het aanwijzen van gemeentegrensoverschrijdende gebieden is hiervan een duidelijk voorbeeld: dat kan vaak beter op provinciaal of rijksniveau gebeuren. Het aspect 'aard van de problematiek' verdient nadere beschouwing. Genoemd is al 'problematiek waarvoor gemeenten niet de vereiste ervaring en deskundigheid hebben'. Tijdens de Kamerbehandeling heeft de regering nog een aantal andere redenen voor opschaling genoemd. Zo kan er een provinciaal of nationaal belang in het geding zijn, bijvoorbeeld de nationale veiligheid.  Bestuurlijke complexiteit (denk aan gemeenten die het onderling niet eens worden) kan tot interventie van hogere overheden nopen. Verder zijn genoemd het creëren van een gelijk speelveld (met name van belang voor concurrerende bedrijven), het bieden van een basisbeschermingsniveau aan burgers (minimumharmonisatie) en het geven van een nationale standaardregeling, zodat gemeenten niet het wiel opnieuw hoeven uit te vinden.

Allemaal uitstekende redenen om een uitzondering te maken op het primaat van de gemeente in het omgevingsrecht. Revolutionair of nieuw zijn deze redenen overigens niet. In de Memorie van Toelichting op de Wet ruimtelijke ordening (bij de Tweede Kamer ingediend op 23 mei 2003) vinden we dezelfde argumentatie voor het primaat van de gemeente in het ruimtelijke bestuursrecht. Het beginsel "decentraal wat kan, centraal wat moet" werd al in 2001 gelanceerd door minister Pronk, in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening.

Tijd voor een concretere wettekst

Kortom, we hebben hier te maken met een beginsel dat sinds het begin van deze eeuw wordt gehuldigd en waarvan de interpretatie sinds een jaar of tien constant is. De tijd lijkt rijp voor vastlegging in een wetsbepaling die concreet zegt waar het op staat. De rechter hiermee belasten is geen optie. De huidige tekst biedt hem daarvoor te weinig aanknopingspunten. De jurisprudentie heeft al laten zien dat de rechter maar zelden oordeelt dat een taak of bevoegdheid best of beter op gemeentelijk niveau uitgeoefend had kunnen worden. Dat komt doordat ook in de Wro het subsidiariteitsbeginsel met name in de parlementaire stukken is beleden. De vertaling van dit beginsel in de teksten van afd. 3.5 Wro (Inpassingsplannen) en hoofdstuk 4 Wro (Algemene regels en specifieke aanwijzingen) is zeer algemeen gebleven en daar kan de rechter niet veel mee. Mijn voorspelling is dat artikel 2.3 van de Omgevingswet een al even dode letter zal blijken te zijn, als de tekst daarvan zo vaag blijft als hij nu is. "Decentraal wat kan, en centraal als het de hogere overheid behaagt", blijft dan het motto in de praktijk. En de Kamerleden hebben het nakijken.

Relevante kamerstukken vindt u op pgomgevingswet.nl.

Related news

08.11.2019 BE law
Interview with Wouter Ghijsels on Next Gen lawyers

Articles - Stibbe’s managing partner Wouter Ghijsels shares his insights on the next generation of lawyers and the future of the legal profession at the occasion of the Leaders Meeting Paris where Belgian business leaders, politicians and inspiring people from the cultural and academic world will discuss this year's central theme "The Next Gen".

Read more

04.11.2019 NL law
Is het Nederlandse recht op toegang tot overheidsinformatie EVRM-proof?

Articles - De houdbaarheid van de Wob en de Woo in het licht van artikel 10 EVRM.  In de rechtspraak van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) wordt steeds meer duidelijk hoe het leerstuk van toegang tot overheidsinformatie op grond van artikel 10 EVRM wordt ingevuld. In deze bijdrage staat de vraag centraal in hoeverre de Wob en de toekomstige Wet open overheid (Woo) in overeenstemming zijn met het recht op overheidsinformatie zoals dat voortvloeit uit artikel 10 EVRM.

Read more

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

04.11.2019 BE law
Nieuwe Europese drempelbedragen vanaf 1 januari 2020

Articles - Op 31 oktober 2019 zijn in het Europees Publicatieblad (PB L 279, 31 oktober 2019) de verordeningen verschenen waarbij de Europese drempelbedragen inzake de procedures voor het plaatsen van opdrachten en concessies worden aangepast. Deze aanpassingen leiden voor het eerst sinds 2010 tot een daling van de drempelbedragen en dit zowel voor werken als voor leveringen en diensten, ongeacht de sector. De nieuwe drempelbedragen gelden vanaf 1 januari 2020 en zijn, zoals gebruikelijk, vastgesteld voor een periode van twee jaar. Ze gelden tot en met 31 december 2021.

Read more

06.11.2019 BE law
Les nouveaux seuils européens des marchés publics à partir du 1er janvier 2020

Articles - Les règlements qui modifient les seuils européens d'application pour les procédures de passation des marchés et des concessions  sont publiés dans le Journal officiel européen du 31 octobre 2019 (JO L 279 du 31 octobre 2019). Ces modifications entraînent pour la première fois une baisse des seuils depuis 2010, tant pour les travaux que pour les fournitures et services, quel que soit le secteur. Les nouveaux seuils s'appliquent à compter du 1er janvier 2020 et sont, comme d'habitude, fixés pour une période de deux ans. Ils sont valables jusqu'au 31 décembre 2021.

Read more

25.10.2019 NL law
Schaarse subsidies: vallen 'pseudo-subsidies', begrotingsubsidies en incidentele subsidies ook onder het transparantiebeginsel?

Short Reads - Overheden moeten schaarse subsidies eerlijk verdelen. Alle geïnteresseerden moeten een gelijke kans krijgen om mee te dingen naar dergelijke subsidies. Dit volgt uit het transparantiebeginsel. In dit blogbericht gaan wij in op de verdeling van schaarse subsidies en bespreken wij welke vragen de komende periode nog beantwoord moeten worden.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring