Short Reads

De Raad van State verduidelijkt de positie van de concurrent-aanvragers bij subsidieverdeling

De Raad van State verduidelijkt de positie van de concurrent-aanvragers bij subsidieverdeling

De Raad van State verduidelijkt de positie van de concurrent-aanvragers bij subsidieverdeling

15.07.2015 NL law

Op 15 juli 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘de Afdeling’) een belangrijke uitspraak gedaan over de positie van de concurrent-aanvrager bij de verdeling van subsidies

De Afdeling is van oordeel dat het vanuit een oogpunt van effectieve rechtsbescherming van belang is dat een subsidie-aanvrager die een aanvraag heeft ingediend die op zichzelf positief wordt beoordeeld, maar niet wordt gehonoreerd omdat deze te laag is geplaatst in de rangorde en het subsidieplafond is bereikt, zich niet alleen moet kunnen verdedigen tegen de beoordeling van de eigen aanvraag maar ook tegen de rangorde als zodanig en de totstandkoming daarvan.

Deze uitspraak heeft de Afdeling gedaan naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Deze uitspraak annoteerde ik voor de AB. Tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland was hoger beroep ingesteld. De rechtbank Midden-Nederland had – kort gezegd – geoordeeld dat een concurrent-aanvrager belanghebbende is bij de verlening van subsidie aan anderen, omdat zij concurreren om dezelfde subsidiepot, de concurrent-aanvrager ook procesbelang heeft bij de beoordeling van de andere aanvrager en dus ook over de stukken moet beschikken van de concurrent-aanvragers.

De Afdeling herhaalt voor wat betreft het belanghebbende begrip dat alleen een derde op grond van zijn concurrentiepositie als belanghebbende bij een besluit tot subsidieverlening wordt aangemerkt indien de subsidie strekt tot ondersteuning van bedrijfsactiviteiten, uit te voeren binnen hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied als waarbinnen de derde werkzaam is. Het feit dat aanspraak wordt gemaakt op dezelfde subsidiegelden, betekent nog niet dat diegene belanghebbende is.

De omvang van het begrip belanghebbende was relevant voor de vraag of een concurrent-aanvrager gehouden is rechtsmiddelen aan te wenden tegen degenen die wel subsidie hadden gekregen. Die vraag is niet meer relevant omdat het volgens de Afdeling ook niet nodig is dat een concurrent-aanvrager rechtsmiddelen aanwendt tegen de subsidieverlening van de anderen. De reden daarvoor is dat ingevolge artikel 3:46 Awb het besluit waarbij de eigen aanvraag is afgewezen dient te berusten op een deugdelijke motivering. Dit houdt in dat, naast inzicht in de beoordeling van de eigen aanvraag, tevens inzicht moet worden verschaft in de totstandkoming van de rangschikking van de aanvragen. Omdat de rangorde mede wordt bepaald door de beoordeling van andere aanvragen, betekent dit dat de motivering van de afwijzing van de eigen aanvraag ook inzicht moet verschaffen in de beoordelingen van de aanvragen die hoger in de rangorde zijn geëindigd. Dat betekent dat in een procedure tegen de afwijzing van de eigen aanvraag ook de beoordeling van hoger geëindigde aanvragen aan de orde kan worden gesteld.

Dit is een belangrijke overweging. Voor degenen die subsidie hebben ontvangen betekent het dat zij niet bevreesd behoeven te zijn dat een teleurgestelde aanvrager tegen de verleningsbesluiten opkomt. Ook voor degene wiens subsidie is geweigerd is dat belangrijk. Deze behoeft in principe alleen bezwaar te maken tegen zijn eigen afwijzing.

De Afdeling verduidelijkt verder dat als de motivering omtrent de rangorde niet duidelijk is het subsidieplafond noch de formele rechtskracht van de verleningsbeschikkingen aan de derden kan worden tegengeworpen aan degene wiens subsidie is geweigerd. Een redelijke uitleg van artikel 4:25, lid 2 en 3, Awb brengt met zich dat aan degene die bezwaar maakt of beroep instelt tegen een besluit waarbij de eigen aanvraag is afgewezen wegens het bereiken van het subsidieplafond, evenmin wordt tegengeworpen dat de besluiten tot subsidieverlening aan anderen die ertoe hebben geleid dat het subsidieplafond was bereikt op het tijdstip waarop de beslissing in eerste aanleg werd genomen, in rechte onaantastbaar zijn geworden.

Dan resteert de vraag over welke stukken degene die bezwaar maakt tegen zijn afwijzing mag beschikken. De Afdeling oordeelt hieromtrent dat  zoveel als mogelijk inzage moet worden verkregen in de stukken die betrekking hebben op de hoger in de rangorde geëindigde aanvragen, voor zover die stukken nodig zijn om de beoordelingen van de hoger in de rangorde geëindigde aanvragen te kunnen controleren. Deze stukken moeten derhalve worden aangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 7:4, tweede lid, van de Awb die, behoudens de in het zesde lid genoemde uitzondering, ter inzage moeten worden gelegd.

Belangrijke lessen voor de praktijk, bij het verlenen van subsidies waarbij een rangorde wordt gehanteerd, als gevolg van deze uitspraak zijn:

Voor de subsidieverstrekker

  1. De beschikking waarbij de subsidie wordt afgewezen dient een motivering bevatten van de onderlinge rangschikking van de aanvragen. Een tip voor het bestuursorgaan is om de onderlinge rangorde van alle aanvragen in een document te zetten, dat als bijlage bij de motivering wordt verstrekt. Zo wordt in een keer inzichtelijk wat de onderlinge rangorde is.
  2. Vraag bij de aanvraag aan alle subsidie-aanvragers om te vermelden welke informatie als vertrouwelijk moet worden aangemerkt. In geval van een bezwaarschriftprocedure moeten sommige stukken immers worden overgelegd.
  3. Maak gebruik van standaard beoordelingsformulieren. Richt deze zo in dat zij geschikt zijn om ter inzage te leggen in het geval een bezwaarschrift wordt ingediend.
  4. Houdt er rekening mee dat bij gegronde bezwaren of beroepen het subsidieplafond wordt doorbroken. Dat kan leiden tot extra uitgaven. De motivering van de afwijzingsbeschikking moet dus goed zijn. Een andere optie is om een potje te reserveren voor gegronde bezwaren of beroepen.

Voor degene wiens subsidie is geweigerd

  1. Ga na of de afwijzingsbeschikking een voldoende motivering bevat van de onderliggende rangschikking van de aanvragen.
  2. Is de motivering niet voldoende, dien dan een bezwaarschrift in tegen de afwijzing. De subsidieverstrekker is gehouden stukken ter inzage te leggen waaruit de beoordeling van de rangorde blijkt.
  3. Een bezwaarschrift indienen tegen degenen die wel subsidie hebben gekregen is in principe niet meer nodig.

Het bericht ‘De Raad van State verduidelijkt de positie van de concurrent-aanvragers bij subsidieverdeling‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

Team

Related news

27.07.2018 NL law
Conclusie AG programma aanpak stikstof: het PAS als instrument is veelbelovend, maar twijfel of het voldoet aan de Habitatrichtlijn. De ADC-toets als creatieve oplossing om het PAS in stand te kunnen houden?

Articles - Advocaat-Generaal ("AG") Kokott heeft op 25 juli 2018 een conclusie genomen over de vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak over het programma aanpak stikstof. Een dergelijk programma kan op zichzelf voldoen aan de Habitatrichtlijn. Knelpunt ziet de AG in het vooruitlopen op de positieve effecten van te treffen reductiemaatregelen. Verder geeft de AG als handreiking mee gebruik te maken van de zogeheten ADC-toets.

Read more

17.08.2018 BE law
Overstromingen en vergunningen: hoe zit het nu juist?

Articles - Met de vaststelling van de zogenaamde watergevoelige openruimtegebieden (ook wel de "WORG") hoopt de Vlaamse regering een nieuwe stap te zetten richting in haar overstromingsbeleid. En hoe beter een grond tegen overstromingen beschermen dan er een (relatief) bouwverbod op te voorzien. Maar is het vooropgestelde bouwverbod in deze WORG wel een aardverschuiving? In deze post vergelijken we drie watergerelateerde instrumenten waarmee het vergunningverlenend bestuur rekening moet houden.   

Read more

08.08.2018 BE law
Modification du contenu de la notice d'évaluation et de l’étude d’incidences en Région wallonne

Articles - Un décret du 24 mai 2018 modifie sur plusieurs points le régime de l'évaluation des incidences des projets sur l'environnement en droit wallon. Ce décret allège, d’une part, le contenu de la notice d'évaluation des incidences sur l'environnement et renforce, d’autre part, le contenu de l'étude d'incidences. Il est applicable aux demandes de permis introduites depuis le 16 juin 2018.

Read more

23.07.2018 NL law
De gewijzigde Klimaatwet; wat staat er in?

Short Reads - Op 27 juni 2018 is een gewijzigd voorstel voor de Klimaatwet gepresenteerd aan de Tweede Kamer (zie hier). In eerdere blogberichten bespraken wij de verhouding tussen de Klimaatwet en het Klimaatakkoord (zie hier) en het oorspronkelijke initiatiefwetsvoorstel van Klaver en Samsom in 2016 (zie hier).

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring