umraniye escort pendik escort
maderba.com
implant
olabahis
canli poker siteleri meritslot oleybet giris adresi betgaranti
escort antalya
istanbul escort
sirinevler escort
antalya eskort bayan
brazzers
sikis
bodrum escort
Articles

Centraal aandeelhoudersregister en UBO-register

Centraal aandeelhoudersregister en UBO-register

Centraal aandeelhoudersregister en UBO-register

03.07.2015 NL law

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft in het kader van fraudebestrijding laten weten aan te sturen op de instelling van het centraal aandeelhoudersregister (‘CAHR’) op 1 januari 2016. 

In het CAHR zal informatie worden opgenomen over aandelen en aandeelhouders (en pandhouders en vruchtgebruikers) van BV’s, niet-beursgenoteerde NV’s, Europese NV's (‘SE's’) en Europese coöperaties (‘SCE's’), beide met statutaire zetel in Nederland. Daarnaast verplicht de Europese Vierde anti-witwasrichtlijn dat uiterlijk in 2017 door iedere lidstaat een zogenaamd UBO-register (uiteindelijk-belanghebbendenregister) zal worden ingesteld. In dit register dienen alle Europese bedrijven zelf informatie over hun uiteindelijke belanghebbende (de Ultimate Beneficial Owner, ‘UBO’) bij te houden. Daar waar het centraal aandeelhoudersregister slechts beperkt toegankelijk zal zijn, zal het UBO-register toegankelijk zijn voor een ieder met een legitiem belang. Dit heeft gevolgen voor de privacy van onder meer grootaandeelhouders van (familie)bedrijven.

Begin 2015 is een consultatie gehouden over een ontwerp wetsvoorstel waarin onder meer wordt voorgesteld het CAHR in te stellen bij het handelsregister. De regeling zal worden opgenomen in de Handelsregisterwet 2007 en nadere eisen, zoals de informatie die in het register zal worden opgenomen, zal worden vastgesteld bij een nog openbaar te maken algemene maatregel van bestuur.

Het primaire doel van het CAHR is om het handelen en het vermogen van een fraudeur te kunnen blootleggen en in dat kader gegevens over aandelen op naam en de houders daarvan (en vruchtgebruikers en pandhouders) in het kapitaal van BV’s, niet-beursgenoteerde NV’s, SE’s en SCE’s op één centrale plaats beschikbaar te hebben. Deze informatie dient te worden aangeleverd door de notaris die de relevante akte verlijdt. De verplichting voor vennootschappen om een eigen aandeelhoudersregister bij te houden, blijft bestaan. Voorgesteld wordt om het CAHR beperkt open te stellen. Alleen aandeelhouders, notarissen en bepaalde overheidsdiensten, zoals het Openbaar Ministerie en Dienst Justis, zouden toegang moeten krijgen.

Op 25 juni 2015 is de Europese Vierde anti-witwasrichtlijn in werking getreden, op grond waarvan EU lidstaten o.a. moeten zorgen dat de op hun grondgebied opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten (trusts en daarmee vergelijkbare entiteiten) bepaalde informatie over de identiteit van hun juridische eigenaren en uiteindelijke begunstigden (UBO's) in een centraal register (UBO-register) bijhouden. Onder een UBO moet in dit verband worden verstaan een natuurlijke persoon die wordt gezien als de uiteindelijke eigenaar van of degene die zeggenschap heeft over die entiteit (niet een beursvennootschap) door een direct of indirect eigendomsbelang van een bepaald percentage van de aandelen of het kunnen uitoefenen van een zeker percentage van de zeggenschapsrechten. In dit kader wordt als indicatie van een (in)direct eigendom een percentage van meer dan 25% gegeven. Lidstaten kunnen een lager percentage als indicatie geven. Onder omstandigheden kan het ook gaan over natuurlijke personen die behoren tot het hoger leidinggevend personeel. Vermeld moeten worden naam, geboortemaand en –jaar, nationaliteit, land van verblijfplaats en aard en omvang van de deelneming.

Het gevolg van deze richtlijn is dat na implementatie iedere Europese entiteit die onder de regeling valt haar UBO's zal moeten identificeren en registreren in het nationale UBO-register.

Het UBO-register zal toegankelijk zijn voor overheidsinstanties en hun opsporingsdiensten maar ook voor bepaalde instellingen of beroepsgroepen die onder de witwas- en terrorismefinancieringsbestrijdingsregelgeving vallen, zoals kredietinstellingen, financiële instellingen, accountants, belastingadviseurs, notarissen en advocaten. Daarnaast kan iedereen die een legitiem belang (legitimate interest) aantoont, toegang krijgen tot het UBO-register. Wanneer van een legitiem belang sprake zal zijn, is vooralsnog niet duidelijk. Het begrip lijkt een ruim toepassingsbereik te krijgen, waardoor bijvoorbeeld ook onderzoeksjournalisten toegang zouden kunnen krijgen. Gevolg hiervan is dat persoonlijke gegevens van UBO's ook voor derden toegankelijk zijn.
  
EU-lidstaten hebben tot 26 juni 2017 om de richtlijn te implementeren in nationale wetgeving.

Team

Related news

01.04.2021 NL law
Slovak Telekom: ECJ on essentials of the ‘essential facilities’ doctrine

Short Reads - Only dominant companies with a “genuinely tight grip” on the market can be forced to grant rivals access to their infrastructure. According to the ECJ’s rulings in Slovak Telekom and Deutsche Telekom, it is only in this scenario that the question of indispensability of the access for rivals comes into play. In the assessment of practices other than access refusal, indispensability may be indicative of a potential abuse of a dominant position, but is not a required condition.

Read more

07.04.2021 NL law
Digitale transitie in de financiële sector

Articles - De coronacrisis heeft het belang van digitale financiële dienstverlening extra onderstreept. Om de digitale transitie van de financiële sector meer ruimte te geven heeft de Europese Commissie afgelopen jaar de Digital Finance Package aangenomen. Roderik Vrolijk en Lisanne Baks schreven een artikel in het Tijdschrift financieel recht in de praktijk en geven daarin een overzicht van de voorstellen die de Commissie in dit pakket heeft geformuleerd.

Read more

01.04.2021 NL law
Pay-for-delay saga ends with nothing new; but pharma quest continues

Short Reads - On 25 March 2021, the ECJ ended the Lundbeck pay-for-delay saga by dismissing the appeals from Lundbeck and five generic manufacturers against a European Commission ‘pay-for-delay’ decision. Following its recent Paroxetine judgment, the ECJ found that Lundbeck’s process patents did not preclude generic companies being viewed as potential competitors, particularly since the patents did not represent an insurmountable barrier to entry. In addition, the patent settlement agreements constituted infringements "by object".

Read more

01.04.2021 NL law
ECJ in Pometon: beware of too much info in staggered hybrid proceedings

Short Reads - In hybrid cartel proceedings (in which one party opts out of settlement), settlement decisions should not pre-judge the outcome of the Commission's investigation into non-settling parties. When the Commission publishes the settlement decision before the decision imposing a fine on the non-settling party, it must be careful in its drafting, the European Court of Justice confirmed. Furthermore, differences in the fining methodology applied to (similarly placed) settling and non-settling parties will have to be objectively justified and sufficiently reasoned.

Read more